Voor begrafenisondernemer Patrick was het een nieuw, vast ochtendritueel: om elf uur met de tablet in de tuin luisteren naar de dagelijkse coronacijfers. Het is 21 april. Er zijn 266 doden te betreuren. Dit keer is zijn eigen stiefmoeder erbij. Astridje. Ze is, zoals zo veel coronapatiënten, alleen gestorven. Een pijnlijke dood na wat geen makkelijk leven was. Patrick vertelt het terwijl hij door oude foto's bladert. Franse chanson wil hij op haar afscheidsdienst. Daar hield ze van. Enya, stelt zijn zus voor aan de telefoon. Niet echt Frans, meent Patrick. Maar volgens zijn zus hoorde Astridje alles graag.
...

Voor begrafenisondernemer Patrick was het een nieuw, vast ochtendritueel: om elf uur met de tablet in de tuin luisteren naar de dagelijkse coronacijfers. Het is 21 april. Er zijn 266 doden te betreuren. Dit keer is zijn eigen stiefmoeder erbij. Astridje. Ze is, zoals zo veel coronapatiënten, alleen gestorven. Een pijnlijke dood na wat geen makkelijk leven was. Patrick vertelt het terwijl hij door oude foto's bladert. Franse chanson wil hij op haar afscheidsdienst. Daar hield ze van. Enya, stelt zijn zus voor aan de telefoon. Niet echt Frans, meent Patrick. Maar volgens zijn zus hoorde Astridje alles graag. Het is niet de tijd en de plaats om over uitvaartmuziek te discussiëren. Afscheid nemen in coronatijden is al ingewikkeld genoeg. Hoe deel je verdriet als je niemand mag omhelzen? Met twee zitten ze in de zaal van de begrafenisondernemer. De dienst wordt gestreamd voor iedereen die erbij wil zijn maar niet mag of niet durft uit angst voor het virus. Sommigen stellen het echte afscheid uit tot het kan met iedereen erbij en met alles erop en eraan. Omhelzingen, koffietafels, troost. In de berging van Gerts begrafenisonderneming Rustpunt groeit de rij met urnen zonder definitieve rustplaats elke dag aan. Ze wachten op de dag waarop de verplichte afstandsregel versoepeld wordt. Niemand weet wanneer dat zal zijn. Begrafenisondernemers proberen zo veel mogelijk een schijn van normaliteit hoog te houden. Geen stickers met 'biologisch besmettingsgevaar' op de kisten van Gert. 'Gaan we de mens vereenvoudigen tot chemisch wapen?' En dus tast men de grenzen af van wat kan en verantwoord is, binnen het kader van regels en voorschriften. De dochters van Linda mogen hun overleden moeder groeten. In beschermend pak, met handschoenen en mondmaskers. 'Ge moogt wenen', krijgen ze te horen. 'Maar raak uw gezicht niet aan.' Het is een hardnekkige reflex. Een mens laat zijn tranen niet stromen, hij wacht niet tot ze van zijn wangen druppen, hij wrijft ze weg voor ze gezien worden. Nu niet. Niet in deze tijd. De tranen worden niet gedroogd. Begrafenisondernemers zijn ook maar mensen. In Jabbeke schipperen de zussen Depoorter tussen de organisatie van afscheidsdiensten en de zorg voor de kinderen. Of ze hun tanden al gepoetst hebben, klinkt het aan de telefoon vanuit de rouwwagen. Wanneer kom je naar huis, willen ze aan de andere kant van de lijn weten. En zo biedt Komen te gaan in drie afleveringen een blik op leven en dood in coronatijden, op afscheid met afstand, op werken met afstandsonderwijs en op gezinnen die voor een tijdelijke scheiding kiezen. Gert van Rustpunt heeft zich afgezonderd van zijn familie om de zwakke longen van hun pleegkind te beschermen. Contact verloopt via het scherm. Het heeft zijn voordelen, zegt Geert terwijl hij zijn havermoutpap oplepelt. Ook dat toont corona aan: een mens is geprogrammeerd om het abnormale zo snel mogelijk te normaliseren. Ooit wandelde ik met mijn vader op het kleine kerkhof van Prosper-Polder langs de Schelde. Hij wees me op de jaren die opvallend vaak voorkwamen op de grafzerken. 1919. Spaanse griep. 1944. Vliegende bommen. 2020 zal ook zo'n jaar worden. Maar Komen te gaan toont aan dat de willekeur van een virus ook het mooiste en meest zorgzame in een mens naar boven haalt.