Omdat in de natuur afval niet bestaat, kan je je afvragen of het afval is dat ons tot mens maakt. Meer dan ons brein of ons praten. Want ook dieren communiceren. Maar afval produceren op zo'n schaal dat het uit riolen en door voegen van huizen barst, nee, dat is toch enkel de mens gegeven.
...

Omdat in de natuur afval niet bestaat, kan je je afvragen of het afval is dat ons tot mens maakt. Meer dan ons brein of ons praten. Want ook dieren communiceren. Maar afval produceren op zo'n schaal dat het uit riolen en door voegen van huizen barst, nee, dat is toch enkel de mens gegeven. Waar afval is, zijn de opruimers en de opkuisers. Je zou denken dat als er één job is waarbij een mondmasker van pas komt, het die van de mobiele toiletreiniger of ontstopper van gestolde vetputjes is. Toch dragen Willy de wc-reiniger en Stan de ontstopper hun mondmasker liever op hun kin. Het is de dracht van de mens die de wetenschap niet begrijpt of aan zijn laars lapt, zo leert een blad dat sinds de coronatoestand op het scherm van plexiglas bij mijn bakker hangt. Van reinigen en ontstoppen weten Willy en Stan alles. Tussen de klussen door wijden ze de kijker met een vettig genoegen in de stinkende geheimen van hun job in. Zo deelt Willy smakelijk lachend mee dat verse stront het hardst stinkt, dat hij een keer een onderbroek mee opzoog waardoor zijn apparaat verstopte en in zijn gezicht ontplofte. Dat was niet zijn beste dag. Stan schuimt met zijn dochter Elke de regio rond Aalst af om mensen van stinkende putjes af te helpen. Meestal is het de vetput die verstopt is geraakt door een mengeling van zeepresten en haren uit bad en douche die samenklitten tot een brok harder dan beton die een onaangename geur verspreidt. Als van kak, zegt Elke. Of van een lijk. Vaak is het vier, vijf keer stompen en klaar. De mensen kunnen dat zelf, zegt Stan, maar ze doen dat niet graag. Het is de definitie van elk van de jobs die hier getoond worden. Niemand doet ze graag en dus hebben ze toekomst. Zo keek Tim er ook naar toen hij van voorzitter van een sociaal verhuurkantoor opruimer van verwaarloosde panden werd. In tegenstelling tot Willy en Stan hanteren Tim en Annelies een meer poëtische visie op hun dagelijks werk. Misschien omdat ze vroeger getrouwd waren en nu niet meer maar wel nog samen huizen leegmaken. Onderweg naar een huis in Oostende waar een vrouw eenzaam stierf nadat ze vele jaren in haar afval had geleefd, vraagt Annelies of ze een nestje had gemaakt, die vrouw. Nee, antwoordt Tim, het is gewoon een hoop. Zoals archeologie, omschrijft Annelies haar job. Laag per laag leg je het vergeten leven van een mens bloot. En soms drijft er een kostbaarheid boven. Een paar bowlingschoenen. Of een spiegel. Glinsteringen in een berg van tristesse. Het deed me denken aan die ene keer dat onze buurman onze hulp vroeg bij het leegmaken van zijn garage. Nietsvermoedend zeiden we ja. We zouden die klus wel klaren. Tot we de poort opentrokken en ontdekten dat we voor een muur van zakken, valiezen, afgedankte computers, kartonnen dozen stonden. Een hakselaar was nieuw, nog ingepakt, nooit gebruikt. Idem voor de boor, het lijmpistool, de opeenstapeling van stoffen. We hadden het niet vermoed, maar de buurman kocht en kocht, stapelde alles op, als de dromen van een leven dat hem niet gelukt of gegund was. Het had iets treurigs. Zo veel spullen om een leegte te vullen die zo diep was dat ze nooit gevuld raakte. Niet met nog een spiksplinternieuwe set bouten. Of schroevendraaiers. In tegenstelling tot de garage die uit haar voegen barstte. Kijken naar vuile jobs is een beetje zoals kijken naar een softe horrorfilm. Het weerzinwekkende trekt aan, maar ook het tragische. Je slaat je handen voor je ogen als Willy een potje vol stront aan de camera toont, maar je hart krimpt ineen als Annelies de portefeuille van de vrouw in Oostende uit de berg rommel vist. Ze was amper 55 en stierf alleen, enkel omringd door haar afval.