Eigenlijk is het simpel. Je zou willen dat een driedelige documentaire als FC United anno 2021 overbodig is, maar de vele getuigenissen over racisme in en rond het voetbalveld die de makers bij elkaar sprokkelden, bewijzen het spijtige tegendeel. Of om het met de niet eens gevleugelde maar wel bikkelharde woorden van Romelu Lukaku te zeggen: racisme bestaat nog. Punt.
...

Eigenlijk is het simpel. Je zou willen dat een driedelige documentaire als FC United anno 2021 overbodig is, maar de vele getuigenissen over racisme in en rond het voetbalveld die de makers bij elkaar sprokkelden, bewijzen het spijtige tegendeel. Of om het met de niet eens gevleugelde maar wel bikkelharde woorden van Romelu Lukaku te zeggen: racisme bestaat nog. Punt. Allemaal hebben ze het meegemaakt. Op het veld, naast het veld, in de ploeg, onder trainers en coaches. De makers halen een rist getuigen voor de camera. Professionele voetballers als Romelu Lukaku, Zinho Gano of Red Flame Kassandra Missipo, maar evengoed Yves Kabwe van City Pirates of Asmae Essarhdaoui van RWDM Girls. Ze vertellen over hoe ze werden uitgescholden toen ze als kind over het veld draafden. Vuile zwarte, klonk het. Banaan. Makak. Aap. Niet zelden waren het de ouders van de tegenspelers die zich hiertoe verlaagden. KRC Genk-speler Cyriel Dessers vertelt hoe dit hem van de sokken blies. Hij begreep niet wat die ouders riepen. Op weg naar huis had hij het gesprek dat iedere mens van kleur ooit met zijn ouders of kind heeft. Dat sommige mensen het moeilijk hebben met een andere huidskleur en dat je als zwarte jongen of meisje altijd net iets harder je best zult moeten doen dan de gemiddelde Belg. Het racisme beperkte zich niet tot tieren langs de zijlijn. Lukaku vertelt lachend hoe hij als jonge, talentvolle voetballer bij de Franse topclub Lille mocht testen. Hij kwam in het stadion, keek om zich heen en was op slag verliefd. Hier wilde hij spelen. Na de fysieke tests moest hij naar het ziekenhuis voor scans. Een botscan, om te kijken of de leeftijd op zijn identiteitskaart wel zijn echte leeftijd was. 'We zijn meteen vertrokken', herinnert hij zich. 'En nooit meer teruggekeerd.' Voetbal wordt vaak de grote gelijkmaker genoemd. Het is de plek waar de verschillen wegvallen. Tot de verschillen te zichtbaar worden. Asmae Essarhdaoui is een voetbalster met een hoofddoek. 'Roodkapje', noemen ze haar op het veld. En dat is best grappig, ook al is het kwetsend bedoeld. Maar vaker gebeurt het dat men haar hoofddoek probeert af te rukken of dat ze simpelweg het verbod krijgt het veld te betreden zolang ze die hoofddoek niet uitdoet. Haar weigering om toe te geven leverde haar ploeg al een forfaitnederlaag op. Maar haar ploeg steunt haar. 'Anders zullen ze ons nooit aanvaarden.' FC United overspoelt de kijker met een waterval aan getuigenissen. Zowel van racisme in het stadion als op sociale media en de schizofrenie van fans die daar juichen als Gano scoort maar de volgende seconde een post van Vlaams Belang liken. Soms lijkt het alsof de makers zich verslikt hebben in die stortvloed. Niet zelden springen ze van de hak op de tak, herinneringen aan racistische opmerkingen gaan abrupt over in gesprekken over familie en opvoeding. Interviews met de vaste camera worden onderbroken door beelden van een bodycam waarbij we iemand - wie? - volgen terwijl die de handen wast, de tanden poetst en op de metro stapt. Om racisme in het dagelijks leven te registeren, misschien? Maar nee, de speler wandelt gewoon de kleedkamer binnen. Die slordigheid doet er op zich niet toe. Wat er verteld wordt, is ontnuchterend genoeg. Misschien loopt er ergens een voetballer van kleur rond die dat allemaal nooit meemaakte, maar dat is niet van tel. Een keer 'vuile zwarte' roepen is een keer te veel. Of zoals Dessers het op het einde samenvat: geen racist zijn is niet speciaal. Dat is normaal. De vraag is ook hoe het zo lang in het voetbal is blijven etteren en waarom er nooit iets meer dan symbolisch gebeurde. Dat komt volgende week aan bod.