Is dat even een koude douche. Nu heeft die Thomas Vanderveken net zijn halve tuin uitgegraven om er een kot te bouwen waar hij zich ongestoord kan terugtrekken om zich volledig op de piano te storten, en dan komt de virtuoze concertpianist en oud-klasgenoot Liebrecht Vanbeckevoort met de ultieme tip van de meester: je hebt geen volume nodig om te oefenen.
...

Is dat even een koude douche. Nu heeft die Thomas Vanderveken net zijn halve tuin uitgegraven om er een kot te bouwen waar hij zich ongestoord kan terugtrekken om zich volledig op de piano te storten, en dan komt de virtuoze concertpianist en oud-klasgenoot Liebrecht Vanbeckevoort met de ultieme tip van de meester: je hebt geen volume nodig om te oefenen. En hop, daar voegt hij de wonderlijke daad bij het woord en drukt magistraal op die kleine knop aan de rechterkant van zijn elektrische piano. Alles wordt stil en Vanbeckevoort laat in die dwingende stilte zijn vingers over het klavier trippelen, dansen, huppelen en springen. Het gaat om de handbewegingen, maakt hij Thomas duidelijk, over de sprongen, de afstanden. Je moet niet luid spelen om te leren. Geen wonder dat Thomas wat sneu kijkt. In zijn hoofd krijgt hij de factuur voor dat architecturaal hoogstaande en perfect afgewerkte kot in de hof maar niet weggeklikt. Geluidloos spelen, desnoods met een hoofdtelefoon, dat hij daar niet aan gedacht heeft toen hij telkens weer zijn pasgeboren zoontje tot huilens toe met zijn pianospel bombardeerde. Even doet Vanderveken me denken aan de willekeurige man van middelbare leeftijd die plots merkt dat zijn buik over zijn broeksriem groeit en meent dat die oncontroleerbare massa enkel terug te dringen is door fors te investeren in het allernieuwste model koersfiets, inclusief vederlichte klikpedalen en bijbehorend lycrapak. Meestal eindigt die fiets waar de bekommernis om de buikomvang eindigt: in de vergeetput van het geheugen. In zijn poging om in een jaar tijd uit te groeien tot een volleerde concertpianist laat Vanderveken zich vreugdevol afleiden door alle mogelijke details en hindernissen in de marge en vergeet hij soms graag waar het echt om draait: oefenen, oefenen, oefenen. Ook al hamert het voltallige professionele begeleidingsteam dat hij om zich heen verzamelde daarop - zijn Braziliaanse lerares, maar ook zijn fysiektrainer, die hem aanmaant tienduizend stappen per dag te zetten. Natuurlijk, over een man die acht uur per dag achter een piano zit, valt niet onmiddellijk een boeiend programma te maken. Uiteindelijk gaat het in Thomas speelt het hard niet alleen over Thomas die beter wat zachter zou spelen, maar ook over het wonder van de muziek, over het gevecht van de pianist met partituren die soms eeuwenoud zijn en waar hij op zijn manier wat leven in moet blazen. Het zoeken en zwoegen van Thomas wordt pas boeiend wanneer hij er met de echte mannen en vrouwen van het vak over praat en hun bezorgdheden deelt. En dan valt het op hoe genereus dat pianovolk is. Vanbeckevoort die op zijn zolderkamer nog snel het eerste deel van het pianoconcerto van Grieg met Thomas doorneemt, de Israëlische sterpianist Boris Giltburg die hem geduldig toont hoe hij de toetsen niet als vliegen moet dooddrukken maar enkel zachtjes beroeren en die lang de neus weg ook even een les geeft over de rol van de cadens in de klassieke muziek. Om te weten hoe anderen Grieg hebben gespeeld, daalt Thomas af tot in de diepste spelonken van zijn werkplek. Daar ontmoet hij een man die allang een eigen programma had moeten krijgen: de muziekarchivaris. Behoedzaam licht hij de oudste bestaande opname van Grieg uit een doos en legt de plaat op een mechanische platenspeler. 'Even bijdraaien', zegt hij, en hij zwengelt aan de arm terwijl hij de naald in de groef plaatst. Ooit was hij zelf een begenadigd violist, maar te veel spelen deed zijn beide armen ontsteken. Het is voor altijd gedaan. 'Ik heb mijn viool verkocht en een keuken gezet.' Muzikanten zijn ook maar mensen die houden van wat vastgoed.