'Ik kan niet garanderen dat ik in 2020 nog in jullie programma zit.' Boubacar uit Niger zegt het met vlakke stem en doffe ogen. Het is 2017 en na twee jaar wachten heeft hij te horen gekregen dat zijn asielaanvraag negatief beoordeeld is. 'Ik heb geen hoop meer', gaat hij verder. 'Terugkeren is mijn doodvonnis.'
...

'Ik kan niet garanderen dat ik in 2020 nog in jullie programma zit.' Boubacar uit Niger zegt het met vlakke stem en doffe ogen. Het is 2017 en na twee jaar wachten heeft hij te horen gekregen dat zijn asielaanvraag negatief beoordeeld is. 'Ik heb geen hoop meer', gaat hij verder. 'Terugkeren is mijn doodvonnis.' De eerste keer dat Boubacar in beeld komt, zit hij achter een naaimachine in een container in het voorlopige asielcentrum van Nekkerspoel, waar hij dan verblijft. Zijn ogen lichten op, zijn vingers dansen vaardig rond de naald die hij over een broek stuurt. Hij vertelt dat hij modeontwerper is en een droom heeft over waar hij zichzelf over vijf jaar ziet. Dat hij hier, in dit vreemde land dat hem hopelijk wil adopteren, zijn passie kan beoefenen. Maar ook dat hij zichzelf kan zijn, dat hij zich niet langer moet verbergen en anders voordoen dan hij is. Wat hij daar precies mee bedoelt, wordt duidelijk in een tweede scène, tijdens de les maatschappelijke integratie. Wat is vrijheid, wil de lerares weten van de mensen met zeer verschillende religies, achtergronden, nationaliteiten en culturen in haar klas. 'Doen wat je wilt', klinkt het. 'Een keuze hebben.' Ze knikt goedkeurend en toont een volgende dia uit het handboek. Dat homo's en lesbische vrouwen in België dezelfde rechten hebben. Sommige leerlingen rond de tafel deinzen terug en als de lerares hen vraagt zich voor te stellen dat ze homo zijn, reageren ze radicaal afwijzend: 'Onmogelijk.' Maar Boubacar neemt het woord. Hij legt rustig uit dat homo zijn geen keuze is, maar dat je het bent. Hij ontvluchtte zijn familie, zijn dorp, zijn religie omdat hij homo is. Naar een land waar de wet hem zou beschermen. Een land waarin men over vrijheid leert. Het is alleen nog wachten op het antwoord dat de rest van zijn leven zal bepalen, dat hem die vrijheid zal geven. Daar, in die klas maatschappelijke integratie, is zijn stem vervuld met hoop. Weinigen hebben beter beschreven wat het betekent asielzoeker te zijn dan de schrijver van Iraakse afkomst Rodaan Al Galidi. Het eindeloze wachten, het komen en gaan van vreemden met wie je een kamer deelt, maar ook de sluipende ontmenselijking. De dromen waarmee je ooit voor de deur van de Dienst Vreemdelingenzaken hebt gestaan vervagen en worden overwoekerd door die ene vraag waarmee je 's morgens opstaat en 's avonds weer inslaapt: heb ik post? En is de brief positief of negatief? 'Velen worden zot', schrijft Al Galidi. Anderen hebben geluk. Ahmed, die als 31-jarige schrijnwerker uit Idlib in Brussel belandt, is naar eigen zeggen uit Syrië vertrokken 'als een blinde'. In de kamer zonder meubels waar hij als meubelmaker woont, bladert hij in Floddertje van Annie M.G. Schmidt, en dan staat er plots een blonde engel voor zijn deur. Sandy uit Kampenhout. Ze helpt hem, ontfermt zich over hem, neemt hem op in haar familie. De eenzaamheid van Ahmed lost stilaan op. Hij ontmoet een vrouw, trouwt, krijgt een kind en werkt als meubelmaker. Het zijn de verhalen die we graag zien en horen. Hoe mensen uit het puin van hun leven weer iets opbouwen. Het zijn niet de verhalen die Vijf jaar hier vooral toont. In deze reeks gaat het over de rauwheid die het leven krijgt als iedere slaapplek voorlopig is en onzekerheid de enige zekerheid is. Na zeven negatieve adviezen en vier jaar wachten verdwijnt Hussein uit Somaliland uit beeld. Ook met Boubacar gebeurt wat hij voorspelde. Hij zit niet meer in het programma. Over zijn passie sprak hij al lang niet meer. De naaimachine bleef achter in de opgedoekte wooncontainer. Vrijheid mag dan al betekenen dat je een keuze hebt. Zonder papieren is die vrijheid er niet. Een mens mag daar al eens bij stilstaan.