Jasper Vaassen was zeventien toen hij werd neergebliksemd in de schaduw van de hoogste berg van Slowakije. In de zomer waarin hij dacht dat zijn leven eindelijk zou beginnen, eindigde het voorgoed. Zeven jaar later put zijn moeder troost uit die ene gedachte. Hij stierf op het moment dat hij het gelukkigst was. Er is een foto van Jasper boven op de berg, naast het ijzeren kruis. Hij straalt.
...

Jasper Vaassen was zeventien toen hij werd neergebliksemd in de schaduw van de hoogste berg van Slowakije. In de zomer waarin hij dacht dat zijn leven eindelijk zou beginnen, eindigde het voorgoed. Zeven jaar later put zijn moeder troost uit die ene gedachte. Hij stierf op het moment dat hij het gelukkigst was. Er is een foto van Jasper boven op de berg, naast het ijzeren kruis. Hij straalt. In Forever Young bezoekt Frances Lefebure met nabestaanden de plaatsen waar jongeren hun jeugd en hun leven lieten. Daarvoor stappen ze in en uit vliegtuigen alsof de klimaatcrisis er even niet toe doet. Soit, dat is wel vaker een euvel in tv-programma's. Zo banaal de dood soms is - 'Je wordt toch enkel neergebliksemd in stripverhalen', zoals de broer van Jasper zegt - zo onhandig en amechtig is ons praten erover. Terwijl de voormalige scoutsleider en de broer van Jasper samen met Lefebure de berg beklimmen, raken ze niet veel verder dan de krachttermen 'kut', 'zo hard kut' en 'fuck'. Als de taal ons in de steek laat, zijn er gelukkig de lichamen die spreken. Twee beren van kerels pakken elkaar vast en begraven hun gezicht in elkaars schouder. Je kunt het niet helpen, als het over de dood gaat, schieten er blijkbaar enkel clichés door je hoofd. Zoals: de dood brengt mensen soms samen. 'We waren zeventien', vertelt een vriendin van Jasper. 'Een deel van onze jeugd bleef achter op de berg.' Op die berg, in de sneeuw - wie trekt er nu ook in het najaar naar het Tatragebergte? - vloekt de ex-scoutsleider. Hij vindt de grot niet waar Jasper het leven liet. 'Het moet hier ergens zijn.' Hij wrijft sneeuw van de rotsen, tuurt omhoog, slaat zichzelf mompelend voor het hoofd. De sneeuw maakt alles anders. De mist wordt ook dikker en belemmert het zicht naar boven. 'Tijd om verder te gaan', maant de gids hen aan. 'Zo is de berg.' Onverbiddellijk, zou je daaraan kunnen toevoegen. We maakten het zelf mee. Exact op die top waar de laatste foto van Jasper genomen werd. De lucht was blauw als een strak getrokken tafellaken, we knipperden met de ogen en hij was veranderd in een dreigende, grijze wolkenzee. Even later vielen er hagelstenen zo groot als keien op onze blote armen, benen, handen. Nergens slaat het weer zo snel om als in de bergen. Nooit sta je erbij stil dat de dood je op de hielen zit. 'Een mens wordt enkel doodgebliksemd in stripverhalen.' Blijkbaar niet. Leven alsof ieder moment het laatste is, is de boodschap die blijft hangen na twee afleveringen Forever Young. Het klinkt geweldig, zeker op congressen die leiderschap boosten of op teambuildingdagen waarop je samen met mensen met wie je anders gewoon een kantoor deelt ineens in een kayak de Lesse moet afvaren. Maar helpt die gedachte je ook vooruit in het dagelijkse ritme van het leven? Hoe leef je verder na de onverwachte dood van een kind? Hoe kijk je naar de dag op de kalender waarop je kind een jaar ouder had moeten worden, maar nu voor altijd zeventien, achttien of twintig blijft? Het zijn vragen die niet letterlijk beantwoord worden in Forever Young. Maar subtiel wel. Een andere leider trekt de mouw van zijn T-shirt omhoog en toont de tatoeage van het kruis op de berg. De datum van dood draagt hij mee op zijn arm tot aan zijn eigen dood. Wie voor altijd jong blijft, vergeet je nooit.