Anna is 81, haar man is dood, maar daarom heeft de huisarts haar niet doorverwezen naar ouderenpsycholoog Luc Van de Ven. Ze is geen rouwende weduwe. 'Ik mis hem niet', zegt ze. Dit is de stem van een wijze vrouw, een stem zonder gezicht. Therapie werd gefilmd met onbemande camera's, gericht op de therapeut, maar ik stel me voor dat ze toch enigszins onwennig op die plastic designstoel zit. Je vraagt je af wat zij bij meneer Van de Ven te zoeken heeft. Zelf weet ze het ook niet zo goed. 'Ik praat. U luistert.' 'Zo werkt het, mevrouw', antwoordt de psycholoog. Het lijkt niet zo anders dan de biecht die ze vroeger wel eens bij meneer pastoor deed. Ooit had ze de pastoor verteld over de last die ze sinds de geboorte van haar gehandicapte zoon met zich meesleurde.
...

Anna is 81, haar man is dood, maar daarom heeft de huisarts haar niet doorverwezen naar ouderenpsycholoog Luc Van de Ven. Ze is geen rouwende weduwe. 'Ik mis hem niet', zegt ze. Dit is de stem van een wijze vrouw, een stem zonder gezicht. Therapie werd gefilmd met onbemande camera's, gericht op de therapeut, maar ik stel me voor dat ze toch enigszins onwennig op die plastic designstoel zit. Je vraagt je af wat zij bij meneer Van de Ven te zoeken heeft. Zelf weet ze het ook niet zo goed. 'Ik praat. U luistert.' 'Zo werkt het, mevrouw', antwoordt de psycholoog. Het lijkt niet zo anders dan de biecht die ze vroeger wel eens bij meneer pastoor deed. Ooit had ze de pastoor verteld over de last die ze sinds de geboorte van haar gehandicapte zoon met zich meesleurde. 'Mijn zoon is geboren en mijn man heeft me nooit meer aangeraakt.' Een leven zonder liefde, dat heeft Anna uitgezeten. Nee, ze voelt zich niet verdrietig, zoals iedereen om haar heen van haar verwacht, ze is boos op de man die er niet meer is en die haar zo veel schoonheid ontzegd heeft. 'Ik ween op onverwachte momenten', zegt ze. 'Om alle dingen die ik heb gemist.' Een oplossing voor haar pijn heeft Van de Ven niet. Hij kan verzachten door te luisteren. In dat ene uurtje per week. Dat is dan weer het grote verschil met de pastoor van toen. Die had al eens tijd te veel. Deze psycholoog weet misschien beter wat hij doet, maar aan het luisteren hangt een prijs. 'Het is een zakelijke overeenkomst', vertelt jongerentherapeut Sarah Bal. Dat maakt therapie duidelijk en afgelijnd, misschien wat kunstmatig soms, maar het zorgt er wel voor dat in de besloten ruimte meer besproken wordt dan erbuiten. Tegen iedere andere mens die vraagt hoe je dag was, antwoord je: 'Bwah, gewoon.' Aan een therapeut vertel je - in het betere geval - prompt je halve levensverhaal. Zo worstelt de elfjarige Otto met zichzelf en met de vraag of het wel te combineren is, zichzelf zijn en erbij horen. Bal zegt zaken die ouders of onderwijzers ook zouden kunnen zeggen, mochten ze in alle drukte van het bestaan de tijd hebben om echt te luisteren, maar omdat Bal daar in dat beperkte bestek er helemaal voor hem is, raakt ze verder. Dat is waarschijnlijk de kracht van therapie. Of zoals Anna het zegt: 'Als ik mensen om me heen had die naar mij zouden luisteren zoals u doet, dan hoefde ik hier niet te komen.' Het zijn de eenvoudigste therapiemomenten, die met mensen van wie je weet dat het wel goed komt, dat de blutsen er gewoon uitgedeukt moeten worden. Maar zo loopt het niet altijd. Het mooie aan Therapie is dat het zonder weinig nadruk ook aandacht heeft voor de onmacht van de therapeut. Jaak Beckers, die als psycholoog de confrontatie niet schuwt met de mens die hij voor zich krijgt, vertelt over het kind dat hij niet heeft kunnen redden. Omdat hij op de muren van de hulpverlening botste en ten slotte opgaf. Het is een last die hij met zich meedraagt. Therapeuten zijn ook maar mensen. En dus krijgen we Van de Velde te zien terwijl hij zijn tuin omspit, Bal terwijl ze appelen plukt en Beckers terwijl hij zich omhoog werkt tegen een muur in de klimzaal. Activiteiten die variëren van rustige vastheid naar verbetenheid en die hen misschien ook typeren als therapeuten. Maar er was een detail dat op mijn netvlies bleef hangen. Het vormde geen deel van de verhalen over verdriet, spijt en onzekerheid. Onwillekeurig liet ik mijn blik meeglijden met de camera. Die bracht de schoenen van de therapeut in beeld, het doosje met papieren zakdoeken, de liftknop en in de gang voor de spreekkamer telkens weer de poetsman. Plots viel diens huidskleur me op. Ik legde hem naast die van de drie therapeuten en stelde een opvallend kleurverschil vast. Ik weet niet goed waarom. En of dat iets te betekenen heeft. Of misschien wel. Therapie heeft pas zin als ze voor iedereen even toegankelijk is.