Als afvallige zoon van een begrafenisonderneming gespecialiseerd in de repatriëring van Marokkaanse overledenen, is Ismaël - Smile voor de vrienden - ervan overtuigd dat met dat idee zijn weg naar eeuwige roem geplaveid is. Hij ziet zichzelf al als de Elon Musk van de begrafenissector. Prompt drukken zijn vriend JB (Ward Kerremans) en hij folders die ze eigenhandig verdelen op de afdeling geriatrie van een Brussels ziekenhuis. De beveiligingsagenten smijten hen op straat en dumpen hun folders in de afvalcontainer. Het pad naar succes gaat niet over rozen. Maar ze zijn niet het type dat snel het hoofd laat hangen. Als er een dode hond op de opbaartafel belandt, vatten ze dat niet op als een bedre...

Als afvallige zoon van een begrafenisonderneming gespecialiseerd in de repatriëring van Marokkaanse overledenen, is Ismaël - Smile voor de vrienden - ervan overtuigd dat met dat idee zijn weg naar eeuwige roem geplaveid is. Hij ziet zichzelf al als de Elon Musk van de begrafenissector. Prompt drukken zijn vriend JB (Ward Kerremans) en hij folders die ze eigenhandig verdelen op de afdeling geriatrie van een Brussels ziekenhuis. De beveiligingsagenten smijten hen op straat en dumpen hun folders in de afvalcontainer. Het pad naar succes gaat niet over rozen. Maar ze zijn niet het type dat snel het hoofd laat hangen. Als er een dode hond op de opbaartafel belandt, vatten ze dat niet op als een bedreiging, maar als een aanmoediging. Werden er ook niet eerst, vóór de lancering van een mens, honden de ruimte in geschoten? Ha! Grond werd geschreven door Zouzou Ben Chikha, Wannes Cappelle en Dries Heyneman, die eerder al samenwerkten aan Bevergem, en dat laat zich voelen. Ook in Grond is de grens met pure slapstick nooit ver weg. Er wordt naar hartenlust met lijken gesjacherd, schoonbroer Rachid (Saïd Boumazoughe) is even ontvlambaar als een gastank, neigt al eens naar overacting, maar op de een of andere manier blijft hij steeds aan de juiste kant. Dat heeft zeker met de regie te maken. De eerste twee afleveringen werden geregisseerd door Adil El Arbi en Bilall Fallah, die vervolgens naar Hollywood vertrokken en het project doorschoven naar Mathieu Mortelmans. Ze pompten vaart en branie in de reeks. Er is amper tijd voor doodse momenten, zelfs niet als er doden gewassen, opgebaard en gerepatrieerd moeten worden. Iedere scène staat stijf van de vlammende energie. 'Go, go, go' lijkt de meest gebruikte regieaanwijzing te zijn geweest op de set. Door het razende tempo vallen de kleine scenariogaten amper op. Of doen ze er gewoon niet toe. Zo vertrekken Smile en JB in de eerste aflevering met een aanhangwagen vol erfstukken van een overledene - en een diepvries met daarin een lijk - naar Marokko. Hun aanhangwagen wordt gestolen - wat tot de heerlijke uitdrukking 'Waar the fuck is de remorque' leidt - maar uiteindelijk slagen ze erin het lijk terug te halen. En daar eindigt hun trip naar Marokko. Geen idee wat er verder met de remorque gebeurt. Maar waarom malen over een los eindje als je er zo veel anders voor in de plaats krijgt? Want hoe hard deze reeks ook voortraast op adrenaline en gepraat met veel gesticulatie en gebaren, de personages zijn opvallend gelaagd. Bij iedereen schuilt er meer achter het uiterlijk. Bij bekeerling Bram/Brahim (Tom Vermeir) is dat het duidelijkst, maar ook Rachid, die of rondraast als een opgefokte kemphaan, of rondloopt als een opgeblazen parelhoen, is meer dan de karikatuur die hij uitbeeldt. En dan is er natuurlijk de enigmatische Omar (Ben Hamidou), die zegt dat hij naar Mekka vertrekt, maar in werkelijkheid in een ziekenhuis in Groningen aan het bed van een vrouw zit. Wat deze reeks helemaal een verademing maakt, is de vanzelfsprekendheid. De vanzelfsprekendheid waarmee acteurs van kleur spelen, waarmee Brussel als speelterrein ingenomen wordt, waarmee taalregisters in elkaar vloeien. Het maakt een reeks over 'traditieshitdiscussies' best wel grensverleggend. Of zoals Ben Chikha zei: 'Eindelijk komt de kleurentelevisie naar Vlaanderen.'