Gross Bronislaw begint iedere dag met een gebed. In het Pools, de taal die hij van zijn vader meekreeg. Of zijn moeder ook een Poolse was, en of hij wel een Pool ís, kan ik u niet met zekerheid zeggen, want dat vertelt Dimitri Van Zeebroeck niet. Hij is een fotograaf. Hij toont meer dan hij onthult en hij laat het graag aan de kijker om mogelijke gaten op te vullen.
...

Gross Bronislaw begint iedere dag met een gebed. In het Pools, de taal die hij van zijn vader meekreeg. Of zijn moeder ook een Poolse was, en of hij wel een Pool ís, kan ik u niet met zekerheid zeggen, want dat vertelt Dimitri Van Zeebroeck niet. Hij is een fotograaf. Hij toont meer dan hij onthult en hij laat het graag aan de kijker om mogelijke gaten op te vullen. Met God woont in Berchem maakte hij een documentaire reeks over geloof, religie, God en het grote mysterie dat sommige mensen voelen maar zelden kunnen verklaren. En dat allemaal in Berchem, waar de gebedshuizen van verschillende strekkingen elkaar net niet in de weg staan. Ik geef het toe: meestal word ik ongemakkelijk als mensen hun geloof voor een hogere God in meestal ijl klinkende tonen bezingen of als ze ingetogen naar de zalvende stem van een priester luisteren. Dat ongemak sluipt ook binnen in deze documentaire. Tijdens een bijeenkomst van Okra, een vereniging van gepensioneerden, glipt de animatrice - een vrouw van Okra-leeftijd - van de ene slechte verkleedpartij in de andere. Het is makkelijk om daar lacherig over te doen, om dat gehuppel en het geneuzel van Vlaamse liedjes als oubollig weg te zetten, maar dan laat Van Zeebroeck zijn camera over de gezichten van het handvol aanwezigen glijden en worden bij sommigen de gefronste wenkbrauwen zichtbaar, en bij anderen het diepe plezier. Aan de kijker om hier iets mee te doen. Of niet. Veel beelden monteerde Van Zeebroeck in deze eerste aflevering op de stem van Carl Van Tichelen, de priester van de parochie Sint-Hubertus/Willibrordus, die zich uitstrekt van de kerk tot het station van Berchem. Ik betrapte mezelf erop dat ik mijn ogen wilde sluiten om beter naar de man te luisteren. Hoe hij zonder dat typische priesterstoontje - een mengeling van betweterigheid en oeverloos begrip - in enkele woorden de essentie van iedere mens vastgrijpt: dat die op zoek is naar geluk. Het lijkt geen onthulling waar je steil van achteroverslaat. Het lijkt zelfs op iets dat ze in Tempation Island ook om de haverklap beweren. Maar Van Tichelen zegt het met zo'n beslistheid, dat je niet anders kunt dan luisteren. Over hoe hij van een Vlaamse jongen dankzij zijn geloof een wereldburger werd. Over hoe hij merkt dat de wereld meer een wordt, en dat dat goed is, maar dat ieder volk ook zijn eigenheid heeft, en dat ook dat goed is. Het moet de eerste keer in mijn leven zijn dat ik gedacht heb: de wereld heeft meer pastoors nodig. Of beter: mensen als Van Tichelen. En mensen als zuster Adrienne. Iedere dag wandelt ze naar de voedselbank. Terwijl hij de camera op haar bolle rug richt, laat Van Zeebroeck haar vertellen dat de armoede de voorbije jaren enorm is toegenomen. Toen ze begonnen met de voedselbank voedden ze veertien gezinnen, intussen zijn dat er tweeënnegentig. 'Meestal vreemdelingen.' Het is een mededeling, geen waardeoordeel. Misschien was dat wel het mooiste aan deze eerste aflevering van God woont in Berchem. Hoe dicht Van Zeebroeck ook op de huid van de mensen zit, altijd primeert de waardigheid. Wanneer hij blijft hangen bij de trillende handen van Bronislaw die het kaarsje in de kerk niet aangestoken krijgen, doet hij dat tot er een andere man in beeld komt die het theelichtje uit Bronislaws handen neemt en zonder veel woorden voor hem het kaarsje aansteekt. Dat zijn schone, kleine gebaren die voor iemand zonder religie zoals ik niet veel met God maar alles met menselijkheid te maken hebben. Want wanneer Bronislaw zijn kaarsje bij de andere zet, valt daarna vooral de leegheid van de kerk om hem heen op. Of zoals een andere pastoor het zei: 'Mensen hebben tegenwoordige interessantere hobby's.'