In de wereld van technologiebedrijven is twintig jaar een eeuwigheid. Wie herinnert zich nog dat de voorloper van Facebook een Belgisch bedrijf was? Het allereerste sociale netwerk was het geesteskind van twee broers uit Aalst die hun slaapkamers tot servers hadden omgebouwd. Het heette Netlog en later werd een van de broers een goede vriend. Soms vraagt hij zich wel eens af hoe de wereld eruitgezien zou hebben als Netlog het gevecht om onze sociale relaties gewonnen had.

Het verschil zat in het uitgangspunt: bij Netlog stond daten centraal, Facebook begon als een uitlachplatform. Mark Zuckerberg verzamelde foto's van medestudenten op Harvard en die konden dan op hun uiterlijk beoordeeld worden. Op de vraag hoe Facebook uitgroeide tot wat het geworden is, antwoordde hij ooit: 'Ik vroeg persoonlijke gegevens, mensen gaven die. De idioten.' Die laatste toevoeging is niet onbelangrijk om het universum achter Facebook te begrijpen. Of het mensbeeld dat de oprichter aanhangt. Niet dat hij daar tegen journalisten veel over vertelt.

Tim Verheyden parkeert zijn huurauto langs de stoeprand van Hacker Way, de straat van Facebook. Veel verder komt hij niet.

In de driedelige speurtocht naar de mechanismen achter Facebook parkeert Tim Verheyden zijn huurauto langs de stoeprand van Hacker Way, de straat van Facebook. Veel verder dan die stoeprand komt hij niet. Een bewaker op de fiets houdt hem vriendelijk tegen en raadt hem aan een mail te sturen. Tegen de camera vertelt Verheyden nog dat dit wel een beetje typisch is voor Facebook - en daar is al een volgende bewaker. Of Verheyden het schorspad waarop hij staat wil verlaten? Die schors is eigendom van Facebook. Op de stoep, met een veiligheidsagent in de rug, maakt Verheyden zijn opmerking af: 'Facebook wil dat we alles met elkaar en het bedrijf delen, maar zelf is Facebook niet zo transparant.' Het is een understatement dat hij in de rest van deze eerste aflevering zeer grondig fileert.

Eerst met het geweldige pastinaakexperiment. Voor 550 euro en de juiste instellingen in de advertentiesectie van Facebook slaagt Verheyden erin de mensen in en rond Eeklo meer pastinaak te doen eten. Dat is wat Facebook doet: onze data doorverkopen aan adverteerders. Het is het zakenmodel van het machtigste bedrijf ter wereld. Wat Facebook níét doet, zo ontdekt Verheyden op experimentele wijze, is ons afluisteren. De reden is simpel: Facebook heeft dat niet nodig om ons beter te leren kennen dan wij onszelf kennen.

Maar wie Facebook wil leren kennen of weten wat het bedrijf met onze data doet, botst op een muur. We zien Verheyden bellen, mails sturen, op antwoord wachten en uit miserie gaat hij op bezoek bij de privacycommissie. Het contrast tussen het uitgestrekte bedrijf aan Hacker Way in San Francisco en het bureau dat de twee heren van de privacycommissie met elkaar delen, kan moeilijk groter zijn. Een bedrijf met onbekende algoritmes moet aan banden gelegd worden door twee heren die, met de typische gelatenheid van de mens die water uit zijn kelder schept zonder de kraan dicht te draaien, moeten toegeven dat de tanden die ze hebben niet meer dan zwakke melktandjes zijn.

Facebook is niet alleen een verhaal van een populair platform, maar ook van een democratisch deficit. Wat gebeurt er met een democratie als iedereen enkel te lezen krijgt wat zijn of haar grote gelijk bevestigt? Hoe kalft het maatschappelijke debat dan af? Het zijn allemaal vragen die Verheyden onderzoekt. Dat hij daarvoor volgens de ongeschreven richtlijn van de VRT ook personage moet worden in zijn eigen reportage stoort daarbij niet eens. Verheyden weet hoe hij goede journalistiek voor de camera moet brengen. Ook dat heeft Facebook ons trouwens bijgebracht.

Facebook en ik

Maandag 21/1, 21.20, Canvas