Welke cijfers hanteer je om de omvang van een ramp te meten? Tel je de doden? Officieel stierven 7000 mensen rechtstreeks aan de gevolgen van de ontploffing van reactor 4 van de kerncentrale van Tsjernobyl op 26 april 1986. Rapporten die de officiële statistici een wel erg rooskleurige manier van tellen verwijten, hebben het over 40.000 doden. Maar geen van de rapporten heeft het over die andere groep. De grootste groep. De groep van de levende doden.
...

Welke cijfers hanteer je om de omvang van een ramp te meten? Tel je de doden? Officieel stierven 7000 mensen rechtstreeks aan de gevolgen van de ontploffing van reactor 4 van de kerncentrale van Tsjernobyl op 26 april 1986. Rapporten die de officiële statistici een wel erg rooskleurige manier van tellen verwijten, hebben het over 40.000 doden. Maar geen van de rapporten heeft het over die andere groep. De grootste groep. De groep van de levende doden. De wolk van straling die de nucleaire meltdown in de lucht blies, wierp een levenslange schaduw over hun bestaan. 'We bestaan, we leven niet', zegt een vrouw die woont in een dorp dat grenst aan de verboden zone maar officieel veilig werd verklaard. Als kind bracht ze gezondheidsvakanties door in Luik. Nu scharrelt ze met champignons, bessen en hakhout uit het bestraalde bos een leven bij elkaar. Ze weet dat alles wat ze uit het bos haalt radioactief is, maar wat moet ze anders? Officieel luidt het verhaal net iets anders. Het driekoppige team dat de gevolgen van de kernramp van Tsjernobyl voor Wit-Rusland opvolgt, ontkent met bijna communistische stelligheid dat mensen die in de veilig verklaarde dorpen wonen zich in de besmette bossen wagen. De mensen weten volgens hen heel goed wat mag en wat niet. En ja, hoor, ze houden zich aan die regels. 'Tuurlijk niet', klinkt het in die dorpen. Angst is er niet, wel berusting. Wanneer Jan Balliauw zijn stralingsmeter in de rook van de kachel houdt, zegt hij met een zweem van bezorgdheid in de stem: 'Toch wel hoog, hoor.' De winkelbediende van wie de kachel is, haalt de schouders op. 'Dat weten we.' Er is veel gelogen over Tsjernobyl, langs beide kanten van het IJzeren Gordijn dat de wereld toen nog overzichtelijk in tweeën deelde. De VS deden er alles aan om van Tsjernobyl niet zozeer een kernramp dan wel een communistische ramp te maken. Niet de technologie had gefaald, wel het regime. De Sovjet-Unie waakte er dan weer over dat niemand meer wist dan nodig en bespoedigde zo de eigen implosie. Igor trouwde op de dag van de ontploffing. Een maand later werd hij opgeroepen om puin te ruimen. Maximaal tien dagen, zei men. Zes maanden werden het. Hij was een van de achthonderdduizend menselijke liquidators. Een mondmasker moest hem beschermen. Soms voelde hij wel een kriebel in de keel. 'Over straling werd niet gesproken', vertelt hij op een bankje met zijn vrouw naast hem. Ze kregen twee kinderen. Die stierven allebei. Het meisje voor de geboorte, de jongen er net na. Het zijn doden die door niemand werden meegerekend. Het is nog een andere categorie slachtoffers. De onzichtbaren. Met Aleksandr rijdt Balliauw door het rode bos. Het dankt zijn naam aan de naaldbomen die rood kleurden door de straling omdat het in het spoor van de wind lag. Pas 36 uur na de ramp kregen de inwoners van Pripjat, de geboortestad van Aleksandr, te horen dat ze tijdelijk moesten vertrekken. Hoogstens voor een weekje, tien dagen. Aleksandr was een kind dat zijn leven achterliet. 'Het was het einde van mijn jeugd', vertelt hij. 'Het was niet de ergste dag van mijn leven, wel het ergste wat me ooit overkomen is.' Hij keerde nooit meer terug. Dat was verboden. Toch voelt Aleksandr zich Pripjatenaar. Inwoner van een stad die voor 24.000 jaar onbewoonbaar is verklaard. Hoe noem je deze slachtoffers? Nevenschade? Soms denk je dat over een gebeurtenis alles wel verteld is. Balliauw toont in zijn afstandelijke, degelijke stijl dat de wonden van Tsjernobyl nog steeds etteren en dat het meer dan nodig is om het glimmende stof ervan af te blijven blazen. Hij is geen man van het grote sentiment. Het is precies wat dit diepmenselijke drama nodig heeft. Want de fall-out van een ramp heeft zo veel meer lagen dan wat de cijfers in tabellen vertellen.