Het is natuurlijk allemaal de schuld van series als Homeland dat ik de gemiddelde hoeveelheid adrenaline die op geheime diensten en nationale crisiscentra circuleert ruimschoots overschat. In mijn verbeelding staat de dag van een werknemer van het Crisiscentrum van de FOD Binnenlandse Zaken stijf van de spanning. Hij weet wat wij niet altijd weten. Hij ziet wat wij niet altijd zien. Misschien is dat ook zo, maar het verschil tussen fictie en realiteit is dat de realiteit geen camera's toelaat in de machtscentra waar de werkelijke beslissingen genomen worden.

De cameraploeg mag Bart Raeymaekers, de directeur-generaal van het Crisiscentrum, 's morgens groeten terwijl hij thuis een koffie drinkt en een boterham eet. In zijn kantoor in Brussel legt Raeymaekers in de geijkte terminologie uit wat het Crisiscentrum is en doet. Hij heeft het over procedures en infrastructuur, over mensen en middelen. Maar als hij zich naar de plek begeeft waar inschattingen worden gemaakt en beslissingen genomen, gaat de deur onherroepelijk dicht. Logisch, want achter die deuren wordt gevoelige informatie uitgewisseld.

Communiceren over communicatie: echt bevorderlijk voor de spanningsboog van een programma met een schijnbaar spannend onderwerp is het niet.

En dus onderzoekt de ploeg van De veiligheid van het land wat er verder op de verschillende verdiepingen van het Crisiscentrum allemaal gebeurt. Ze botsen op Marc Lobbens, een man die iedere researcher van programma's als Man bijt hond of Iedereen beroemd doet watertanden. Lobbens kan niet alleen sappig vertellen, hij heeft ook een licht absurdistisch takenpakket: hij is verantwoordelijk voor de ontmanteling van zeshonderd sirenes die mensen moesten waarschuwen voor een chemische, nucleaire of andere levensbedreigende ramp.

Na twintig jaar worden de sirenes vervangen door moderne technologie, BE-Alert, en Lobbens kan niet anders dan toegeven dat het goed is dat die dingen afgevoerd worden. Ze waren te duur voor wat ze betekend hebben - 'Dat is een BMW3 op uw dak' - maar ze leidden vooral tot vervelende misverstanden: 'Ze zeggen iets, maar niemand verstaat wat.' Als er één ding is dat een crisiscentrum kan missen als kiespijn is het slechte communicatie. We zien hoe Lobbens en een paar helpers een sirene van het dak van een rusthuis halen, in de laadbak van hun wagen laden en wegrijden. 'Zo gebeurt er nog eens iets', zei een van de bewoners na afloop.

Het verschil tussen fictie en realiteit is dat de realiteit geen camera's toelaat in de machtscentra waar de werkelijke beslissingen genomen worden.

Ik dacht exact hetzelfde. De veiligheid van het land kampt met een knoert van een identiteitscrisis. In de dromen van de makers wil dit programma doordringen tot de kern van ons veiligheidsbeleid. In werkelijkheid mag het zich vooral concentreren op de randactiviteiten en reclame maken voor BE-Alert, dat enkel kan werken als mensen het kennen. Men rijdt mee naar een infoavond over nucleaire veiligheid in Beveren en men volgt op hoe een sms over een 'verdacht pakket' in de metro deskundig wordt afgehandeld. Omdat dat allemaal minder opwindend is dan het klinkt - vooral omdat de mensen in het Crisiscentrum ook een vorm van routine hebben - levert dat vooral beelden op van mensen achter computers, mensen naast computers, telefoons, mensen die telefoneren en mensen die op toetsenborden tokkelen.

Als dan het bericht binnenloopt dat een man twee agenten in Luik heeft neergeschoten en alle mannen en vrouwen die de veiligheid van het land op de voet volgen zich verzamelen in de crisisvergaderzaal van het Crisiscentrum, wordt de tv-ploeg netjes op de dienst communicatie geparkeerd. Van daaruit laten ze de kijker zien hoe mensen samen een tweet opstellen, hoe een medewerker opmerkt dat ze ook empathisch moeten communiceren. Communiceren over communicatie: het is ongetwijfeld van een metaniveau dat doorgaans enkel doctoraten in de linguïstiek bereiken, echt bevorderlijk voor de spanningsboog van een programma met een schijnbaar spannend onderwerp is het niet.

De veiligheid van het land

Maandag 28/1, 21.30, Eén