'Gij hebt er ook wel wat van.' Tersluiks kijkt Lenny naar Tijs Vanneste. Lenny is een van de negen langdurig werkzoekende jongeren met wie de Desselse zanger en tatoeageartiest Vanneste in de zomer van 2020 een camping opbouwde en uitbaatte in de Kempen. Ze zijn onderweg van het magazijn waar ze microgolfovens, zitbanken, lampjes en andere noodzakelijke materialen voor het wel en wee op een camping bij elkaar zochten en Lenny vertelt over de blik van de wereld die hem overal waar hij komt in een hok plaatst. Een zware ADHD'er noemt hij zichzelf. 'Ik ben niet altijd een elektrieker,' zegt hij, 'maar het is een beestje dat ik niet aan de leiband kan houden'.
...

'Gij hebt er ook wel wat van.' Tersluiks kijkt Lenny naar Tijs Vanneste. Lenny is een van de negen langdurig werkzoekende jongeren met wie de Desselse zanger en tatoeageartiest Vanneste in de zomer van 2020 een camping opbouwde en uitbaatte in de Kempen. Ze zijn onderweg van het magazijn waar ze microgolfovens, zitbanken, lampjes en andere noodzakelijke materialen voor het wel en wee op een camping bij elkaar zochten en Lenny vertelt over de blik van de wereld die hem overal waar hij komt in een hok plaatst. Een zware ADHD'er noemt hij zichzelf. 'Ik ben niet altijd een elektrieker,' zegt hij, 'maar het is een beestje dat ik niet aan de leiband kan houden'.Vanaf de achterbank laat Rik, kalme, stille Rik, zijn stem horen. 'Die diagnose hebben ze bij mij ook gesteld.' Ongeloof bij Lenny vooraan. Die rustige mens, die eerder door het leven sloft dan rent, een ADHD'er? 'Mijn gedachten gaan van de hak op de tak', verduidelijkt Rik, waarop Vanneste met een blik in de achteruitkijkspiegel laat weten dat hij dat herkent. 'Ja, ' flapt Lenny eruit, 'gij hebt er ook wel wat van.'Het is een kort fragment uit De Kemping, maar het vat goed samen waarom dit realityprogramma en sociaal project van productiehuis De Chinezen zo bijzonder is. Er wordt besproken zonder te problematiseren of dramatiseren en net daardoor komt er van alles bloot te liggen. Het ene moment vertelt Lenny over de drank- en drugsverslaving die een kortstondig bestaan als roadie hem opleverde - ondertussen is hij vier jaar clean en alcoholvrij, glundert hij -, het andere regisseert hij het afladen en installeren van twee werkcontainers op het kampeerterrein. Alsof het niets is.Dit zijn jongeren met mentale blutsen en builen, met diagnoses en de bijbehorende medicatielijst van angstremmers en rustbrengers, met de onstuitbare neiging iedere glimp van geluk in de kiem te smoren om de onvermijdbare ontgoocheling alvast voor te zijn. Tijdens de sollicitatiegesprekken die Vanneste voerde in zijn tattooshop gaven ze allemaal aan dat ze snakken naar werk, maar evengoed naar een plek. Om gewoon te zijn.'Hier slaap ik', vertelt Misha en ze wijst naar een kampeerbed in de krappe ruimte tussen muur en kast. Van haar moeder verhuisde ze naar haar oma, van haar oma naar haar zus, om nu weer bij haar oma te wonen. Om het leven aan te kunnen, tekent ze. Maar leven van tekenen, goed, soms droomt ze daar wel van, maar ze kan niet geloven dat het iemand als zij gegeven is. 'Waarom niet?' vraagt Vanneste simpelweg als ze hem haar ontwerp van het logo van De Kemping toont. Ze haalt de schouders op. Het is haar altijd zo verteld. Dat dat geen job is. Of toch niet voor haar. 'Je vertelde me dat je gedrag kopieert', zegt Vanneste. 'Maar je moet geen meningen kopiëren.'Drie weken zullen Vanneste, zijn handige rechterhand Lex en de negen jongeren samen leven en werken. En daarna? Wat blijft er hangen? Wat doet dit met mensen die meestal op muren botsen, muren die zowel anderen als zijzelf optrekken? Ik weet het niet. Maar het is ontroerend om te zien hoe Vanneste hen als mensen benadert en niet als probleemgevallen. Ook al wordt er duchtig op grenzen gebeukt en gebotst. Tijdens het ochtendoverleg geeft Sophie zichzelf op om de toeristische diensten in de streek af te bellen om hen van hun bestaan op de hoogte te brengen. Nog voor de eerste telefoon panikeert ze. 'Ik haat bellen', zegt ze met de tanden op elkaar. 'Het is mijn fobie.' Je ziet haar worstelen met iedere vezel in haar lichaam om die angst te overwinnen, om te tonen dat ze het wel kan, maar de angst neemt het over. Ze duwt de telefoonlijst in de handen van een verbaasde Jordy en rent naar buiten. Het liefst zou ze blijven rennen tot ze niet meer kan. Maar daar is Jordy. 'Gaat het?' Nee, het gaat niet. Ook dat is deel van De Kemping.