Al meer dan een jaar loopt Sofie Lemaire met een nobel plan rond. Ze wil meer vrouwen op straat. Niet wandelend, lopend, joggend, of slenterend, maar vereeuwigd op een straatnaambord. Antwerpen, zo vertelde ze in de eerste aflevering van Meer vrouw op straat, telt 3469 straten en daarvan zijn er 70 naar een vrouw genoemd.
...

Al meer dan een jaar loopt Sofie Lemaire met een nobel plan rond. Ze wil meer vrouwen op straat. Niet wandelend, lopend, joggend, of slenterend, maar vereeuwigd op een straatnaambord. Antwerpen, zo vertelde ze in de eerste aflevering van Meer vrouw op straat, telt 3469 straten en daarvan zijn er 70 naar een vrouw genoemd. Schandalig, balkt dan iedere mens met een minimale feministische neiging naar het scherm. Zeventig op de 3469, dat is amper 2 procent. Alleen bewees Lemaire zo niet dat er belachelijk weinig vrouwen een straatnaam hebben, wel dat je met slechte statistiek alles kunt bewijzen. Want het is natuurlijk niet zo dat die 3399 overige straten allemaal naar een man genoemd zijn - er is bijvoorbeeld een Groenplaats in Antwerpen, een Meir, een Turnhoutsebaan. Hoeveel straten er precies naar mannen genoemd zijn, vertelde ze er niet bij. Het zijn details, en misschien doen ze er niet toe, maar argumenten zijn altijd sterker als ze exact zijn. Exacte cijfers zijn er bijvoorbeeld wel over Brussel, op EqualStreetNames.Brussels: 6 procent van de straten met een persoonsnaam in de hoofdstad houdt de herinnering aan een grootse vrouw uit het verleden levendig, 93 procent verwijst naar mannen, 1 procent naar transpersonen. Er is dus nog ruimte voor meer gelijkheid op straat. En een campagne is altijd goed - lang leve het engagement! Maar of dit programma nu zijn doel dient of het faliekant voorbijschiet, daar ben ik nog niet helemaal uit. De eerste aflevering was ten eerste zeer rommelig en overvol en daardoor behoorlijk vermoeiend. Niet alleen omdat Lemaire de hele tijd op het neurotische af door het beeld wandelde, alsof haar Fitbit haar elektrische schokken toedient als ze niet haar tienduizend stappen van de dag haalt, maar ook omdat er zo veel mensen aan het woord kwamen, van wie de ene helemaal niets en de andere bijzonder veel te vertellen had. Geen idee bijvoorbeeld wat de dwingende noodzaak was om langer dan nodig stil te staan bij twee meisjes die K3 zingen in een tot ministudio omgebouwd bushokje. Om daarna te moeten luisteren naar een trio dat in datzelfde hokje Selah Sue vocaal door de shredder haalde. Die personen, die verder geen naam kregen, wilden graag een straatnaam voor K3 en Selah Sue, maar zagen daarbij over het hoofd dat een mens dood moet zijn om een straat, plein of tunnel te krijgen. En zo huppelde dit programma van het ene onderwerp naar het andere, van de ene vrouw naar de volgende, even goedlachs als Heidi in de bergen. De beste momenten waren die waarop werkelijk boeiende vrouwen voor het voetlicht traden of uit de vergetelheid werden gehaald. Clara Peeters, bijvoorbeeld. Ze leefde in dezelfde tijd als Rubens, schilderde naar het schijnt beter dan hij, maar moest zich als vrouw beperken tot stillevens. Met grote appels en kleine peren. 'Naar het schijnt, was kaas haar specialiteit', vertelde kunstenares Anne-Mie Van Kerckhoven, die er voor de gelegenheid bij gesleurd was om commentaar te leveren op een schilderes die ze van haar noch pluim kende. Liever had ik haar over haar eigen werk horen praten. Maar wie niet dood is, komt niet in aanmerking voor een straatnaam. Het ontroerendste verhaal werd op het einde onthuld. Het was dat van de wonderlijke Mala Zimetbaum, een Joods meisje dat in Auschwitz kleine heldendaden verrichtte, ontsnapte, weer opgepakt werd en als afschrikwekkend voorbeeld voor anderen werd opgeknoopt, vier maanden voor de ontruiming van Auschwitz. Een prachtige muurschildering in Borgerhout eert - zonder straatnaam - haar leven. Al duurde het hier een eeuwigheid en nam Lemaire zeventien omwegen om tot de kern van de zaak te komen. Buren mochten zeggen wat ze van het schilderij vonden. Onbekenden werd gevraagd of ze Mala Zimetbaum kenden. Allemaal vermoeiend. Alsof je niet naar een programma zat te kijken, maar naar een medley van alle soorten human-interestprogramma's. Maar het gaat over vrouwen. Daar moeten we natuurlijk blij om zijn.