Ergens in de zomer lanceerde Netflix Homemade, een reeks kortfilms van verschillende regisseurs, allemaal gemaakt vanuit de eigen woonkamer. Paolo Sorrentino knutselde een stop-motionfilmpje in elkaar waarin het knikkende popje van Queen Elisabeth een romance beleeft met een popje van de paus. Pablo Larraín koos voor het venijnige relaas van een oude man in een rusthuis die al zijn ex-geliefden opbelt in de hoop dat een van hen haar hand over het hart strijkt en hem in huis neemt. Hij heeft het tijdens de hoogdagen van zijn amoureuze bestaan echter zo bont gemaakt dat elk van hen vooral genoegen beleeft aan hoe hij stilaan wegkwijnt. Sommige filmpjes waren grappig, andere pijnlijk, nog andere gewoon saai. Maar de variatie maakte veel goed.
...

Ergens in de zomer lanceerde Netflix Homemade, een reeks kortfilms van verschillende regisseurs, allemaal gemaakt vanuit de eigen woonkamer. Paolo Sorrentino knutselde een stop-motionfilmpje in elkaar waarin het knikkende popje van Queen Elisabeth een romance beleeft met een popje van de paus. Pablo Larraín koos voor het venijnige relaas van een oude man in een rusthuis die al zijn ex-geliefden opbelt in de hoop dat een van hen haar hand over het hart strijkt en hem in huis neemt. Hij heeft het tijdens de hoogdagen van zijn amoureuze bestaan echter zo bont gemaakt dat elk van hen vooral genoegen beleeft aan hoe hij stilaan wegkwijnt. Sommige filmpjes waren grappig, andere pijnlijk, nog andere gewoon saai. Maar de variatie maakte veel goed. Eén doet de hele maand januari iets wat daar enigszins op lijkt. Vier miniseries, gefilmd tijdens de lockdown, soms over die onvrijwillige opsluiting, even vaak niet. Allemaal worden ze in het bestek van een week vertoond. Het is een boeiend concept. Vernieuwend. En daar kikkert een mens van op tussen de muren van zijn huis. We moeten eens praten is de eerste minireeks in de rij. Het is een klein relatiedrama. Een vrouw (Clara Cleymans) heeft iemand anders ontmoet en wil de man met wie ze samenwoont (Rik Verheye) op straat zetten, maar dan trekt een gifwolk tergend traag over het land en moet iedereen verplicht binnenblijven, ramen en deuren gesloten houden en kieren dichttapen. Daar zit het koppel. Veroordeeld tot elkaar en tot een zekere introspectie. Even twijfelt de vrouw. Kan de man niet snel ergens naartoe rennen? 'Wil je me dood?' jankt hij. Zij zegt ja noch nee, zoals ze de voorbije vier jaar in hun gezamenlijke leven wel vaker heeft gedaan en het eindigt ermee dat ze voor de duur van het nationale alarm in dezelfde ruimtes blijven. Het vervolg laat zich raden. Het koppel dat er nooit in slaagde echt te praten, kan nu niet anders dan hun leven samen te overlopen. Ze zouden natuurlijk ook kunnen zwijgen. Dat was misschien boeiender geweest. Want als je een reeks baseert op praten, dan moeten die gesprekken bijzonder zijn. Een vibrator vergelijken met een kabouter met een puntmuts is niet noodzakelijk goed genoeg. Zeker niet als de rest van de conversaties even interessant is als het gemiddelde huishoudelijke gekibbel op zaterdagochtend in de rayons van de Brico. De een wil groen op de muur, de ander goudgeel en voor je het weet, gaat het over Sandra van de boekhouding waar hij toch wel erg lang mee op Zoom hangt. Als buitenstaander wil je het gewoon niet horen. Cleymans en Verheye doen hun best om het echtelijke gekibbel levensecht te maken. Verheye zit best goed in zijn rol van man die het allemaal niet zag aankomen maar er wel veel aan deed om zijn lief van zich weg te duwen. Cleymans staart en zucht vooral veel, wat de zwaarte van het hele drama accentueert voor het geval de kijker dat mocht vergeten. Het kan allemaal niet verhinderen dat dit tragische liefdesrelaas even vervelend kleverig aanvoelt als een dikke kwak maderasaus op een ossentong. Een huis clos van een koppel dat het einde van zijn tijd samen heeft bereikt, kan stekelig, beklemmend, ongemakkelijk en wat nog meer worden. Kijk maar eens naar State of the Union. Ook daar praat en zwijgt een koppel naast en met elkaar. Het is grappig. Spannend. Soms triest. Bij momenten pijnlijk accuraat. In We moeten eens praten gebeurt dat allemaal niet. Hier zijn het twee mensen die misschien wel niet bij elkaar passen, maar hoe dichter man en vrouw op elkaars huid zaten, daar in dat afgesloten appartement, hoe minder het me kon schelen. Alleen een totaal absurd drama kan deze reeks nog redden. Ik vrees dat het er niet in zit.