1. True Detective (2014-) van Nic Pizzolatto


...

Wat als Joel en Ethan Coen samen God waren en u de kans kreeg om in een door hen geschapen universum te gaan wonen? Wij zouden geen twee keer nadenken, en dat deed de Amerikaanse zender FX ook niet toen Noah Hawley aanklopte met het idee om een serie op te zetten in de geest van hun meesterwerkje Fargo (1996), waarin een gesjeesde autoverkoper uit de Midwest zijn vrouw laat ontvoeren om met het losgeld van zijn schoonvader zijn schulden te betalen. Het decor was door de Coens al minutieus uitgewerkt, net als het soort mafkezen dat erin rondloopt en de idiote situaties waarin die als in een lachwekkend noodlotsdrama verzeild raken. Toch is Fargo, de reeks, geen geringe prestatie. Hawley is er al tot drie keer toe in geslaagd - een vierde seizoen is in de maak - een belachelijk entertainend verhaal te vertellen dat ook nog eens de juiste toon weet te treffen. De uitmuntende casting (Billy Bob Thornton, Martin Freeman, Kirsten Dunst, Ewan McGregor...) en her en der verspreid liggende verwijzingen naar de Coens maken het helemaal af. In The New York Times liet Phoebe Waller-Bridge, bedenkster van Fleabag en Killing Eve, vorige maand nog optekenen: 'Ik sta onafgebroken op de uitkijk - en ik niet alleen - naar nieuw werk van Donald Glover.' Hopelijk heeft ze een knapzak mee, want Glover heeft het zo druk als acteur ( Solo: A Star Wars Story, The Lion King) en muzikant (onder de naam Childish Gambino) dat hij nauwelijks tot aan zijn schrijftafel raakt. Het goede nieuws is dan weer dat het eerste wat er van hem aan komt een derde seizoen van Atlanta is (vermoedelijk eind 2020), en dat zender FX inmiddels ook een vierde seizoen van die reeks heeft besteld. Daarin speelt Glover zelf Earn Marks, een universitair geschoolde dromer zonder geld of toekomst die een kans voor zichzelf ziet als zijn neef Paper Boi het als rapper begint te maken. De toekomst oogt donker en de lach zit hem op de hielen als Earn zich langzaam een weg door de hoofdstad van Georgia en door het leven baant, terwijl thuis zijn vriendin Van (Zazie Beetz) de zorgen op zich neemt. Maar Atlanta is een pak experimenteler dan het hier klinkt. Afleveringen zijn afwisselend grappig en wrang, passen in het grote verhaal van Earn of staan helemaal op zichzelf, en kunnen net zo goed drama, kolder en messcherpe satire herbergen. Eén episode speelt zich zelfs integraal op de set van een talkshow af, inclusief commercials, maar de thema's zijn altijd dezelfde: armoede, racisme, culturele toe-eigening en survival of the fittest. 'The Sound of Young America', de slogan waarmee soullabel Motown zichzelf lang geleden de eeuwigheid in prees, zit Donald Glover vandaag als gegoten. Maar er is een verschil: de cross-over naar de witte kids was voor Motown-baas Berry Gordy zo belangrijk dat hij zijn artiesten de oneffenheden van hun sound en looks liet bijvijlen. Bij Glover eet je wat de pot schaft. Dat zijn eigen werk vooralsnog geen miljoenenpubliek bereikt, is daar een gevolg van. Dat hij met pakweg Kendrick Lamar, Issa Rae (zie de eveneens uitstekende zwarte comedy Insecure) en Barry Jenkins de black renaissance vormgeeft en gezien wordt als een van de belangrijkste stemmen van zijn tijd ook. Geen kat die eraan twijfelt dat de komische spionagereeks Killing Eve van Phoebe Waller-Bridge in deze lijst had gestaan als de Britse ervoor en erna niet óók nog twee seizoenen Fleabag had gemaakt. In deze op haar eigen theatermonoloog gebaseerde sadcom voert ze zichzelf op als een jonge alleenstaande vrouw die door het hedendaagse Londen stuntelt. Onderweg valt Fleabag ergens als een blok voor een sexy priester (Hot Priest), iets wat Samantha uit Sex and the City ook eens gedaan heeft. Iemand zou die twee verhaallijnen eens naast elkaar moeten leggen en nagaan hoe de portrettering van vrouwen op tv de laatste kwarteeuw veranderd is. Onder andere dankzij mensen als Waller-Bridge. Wij zouden ze niet willen tellen, de recensies waarin de afgelopen dertig jaar de term 'Twin Peaks' werd gebruikt om de unheimliche kwaliteiten van heel divers werk aan te duiden. De reeks van David Lynch en Mark Frost heeft de popcultuur sinds de jaren negentig zo grondig beïnvloed dat ze ergens onderweg als een sneeuwbal die van een berg rolt gigantische proporties is gaan aannemen, dus kon het eigenlijk alleen maar verkeerd aflopen toen Lynch op 3 oktober 2014 de terugkeer van Dale Cooper aankondigde met een cryptische tweet: 'Dear Twitter friends: that gum you like is going to come back in style!' Was hij immers niet bijna zeventig en al meer dan tien jaar met pensioen als filmmaker? En toch: toen het nog eens drie jaar later eindelijk zo ver was, bleek The Return niet het gevreesde schamele ererondje, wél de grand finale van een kolossaal oeuvre. Twin Peaks 3.0 bevatte niet alleen de onnavolgbare structuur - een synopsis kunnen we met de beste wil van de wereld niet geven - en alle geliefkoosde thema's van Lynch, maar ook zowat alle acteurs die ooit een rol van betekenis in een van zijn films hadden gespeeld, gaven acte de présence. Eens in een blauwe maan komt er dus een reboot die de mythe niet doorprikt maar bevestigt, maar was dit nu een tv-reeks of een filmfeuilleton? Het gezaghebbende Franse filmtijdschrift Les Cahiers du Cinema zette Twin Peaks: The Return in zijn decenniumoverzicht in elk geval op 1. Volgens bronnen die wij vanzelfsprekend geheimhouden, heeft uitvoerend producent David Fincher van bij het begin vijf seizoenen van Mindhunter gepland en zouden FBI-agenten Holden Ford en Bill Tench in het volgende, derde seizoen met Ted Bundy in gesprek gaan. Wie daarnaar uitkijkt, moet zich misschien een beetje geviseerd voelen. Gaat het boek Mindhunter: Inside the FBI's Elite Serial Crime Unit (1985) van voormalig FBI-agent John E. Douglas, waarop de reeks gebaseerd is, over het doorgronden van de criminele geest, dan stelt Mindhunter gaandeweg steeds luider de vraag: 'Waarom willen we dat eigenlijk?' Waarom zijn we gefascineerd door het hoe en waarom van Ted Bundy's meer dan dertig moorden, terwijl de levens van zijn slachtoffers ons koud laten? Goeie vraag, die het voor fans van fictie (The Silence of the Lambs) en non-fictie over seriemoordenaars (In Cold Blood) enerzijds een beetje verpest, maar anderzijds aanzet tot introspectie. De dagen van comateus tv-kijken zijn echt wel geteld. 'Torture porn' is een term die vaak valt wanneer seizoen 2 en 3 van The Handmaid's Tale ter sprake komen. De makers wordt verweten dat ze zich bij gebrek aan een sterk verhaal verlaten op gruwelscènes die uitentreuren blijven wijzen naar het punt dat in de eerste jaargang was gemaakt. In het boek uit 1985 waarop dat eerste seizoen gebaseerd was, documenteerde de Canadese schrijfster Margaret Atwood het wereldwijde geweld tegen vrouwen en bracht ze het samen in een patriarchaat dat Gilead heet. Ze bracht het als een naargeestig toekomstvisioen, maar elk afzonderlijk misdrijf uit het boek was en is eigenlijk bittere realiteit, en het is die notie die de reeks na de verkiezingsoverwinning van Donald Trump en de ontmaskering van Harvey Weinstein vleugels gaf. The Handmaid's Tale ging sindsdien zo vaak over de tongen dat weleens vergeten wordt dat het in den beginne ook welhaast perfecte televisie was. De roman van Atwood, rijk aan ideeën maar arm aan actie, werd tot een uitmuntend script bewerkt, en het hoofdpersonage Offred kreeg van Elisabeth Moss het enige juiste gezicht mee, scherp afgelijnd door een witte kap boven een rode mantel. Een tien voor iconografie. In een wereld die door showrunners en producers wordt bestuurd, was Jean-Marc Vallée de afgelopen tien jaar een van de weinige tv-regisseurs die je met enige omzichtigheid het etiket van 'auteur' zou kunnen opkleven. En dat zie je aan de reeksen die hij gedraaid heeft. Denk maar aan het eerste seizoen van Big Little Lies (2017), waarin hij de personages van Reese Witherspoon, Nicole Kidman en Shailene Woodley in een angstaanjagend suburbia gevangenzet. Zij hebben deze lijst op een haar na gemist, maar met Sharp Objects was het wel raak. Amy Adams is weergaloos als de drankverslaafde journaliste Camille, die voor een moordzaak terugkeert naar haar geboortestad en de demonen die daar op haar loeren. Schrijfster Gillian Flynn (Gone Girl) werkte samen met showrunner Marti Noxon om van haar detectiveroman een labyrintische tv-reeks te maken die Camille zowel in de ruimte als de tijd deed verdwalen. Maar het was de beeldtaal van Vallée die nog enkele betekenislagen toevoegde en van Sharp Objects een cultreeks voor de eeuwigheid maakte. Hoewel reeksen als 24 en Homeland een cruciale rol hebben gespeeld in de tv-revolutie die tot de huidige weelde heeft geleid, lijken de spionage- en de politieke thriller tegenwoordig enigszins gedemodeerd. Laten we Mr. Robot, waarvan de allerlaatste aflevering pas vorige week in première ging, dus maar een trotse overlever noemen. Vier zenuwslopende seizoenen lang bood de aardedonkere cyberserie een onverkwikkelijke blik op mechanismen van een financiële wereld die we liever niet zien. Net als de bipolaire Carrie Mathison uit Homeland was de aan angststoornissen en depressie lijdende hacker Elliot Alderson (Rami Malek) bovendien een perfecte Robin Hood voor een tijdsgewricht waarin een zwart-witbenadering van goed en kwaad hoe langer hoe minder bevrediging schenkt. En het was goed om Christian Slater nog eens te zien, toch? 'Een Dallas voor dit tijdsgewricht', zo wordt de instanthit Succession vaak genoemd. 'Dallas' omdat de reeks ook de sores van een puissant rijke familie als onderwerp heeft, 'voor dit tijdsgewricht' omdat de soapy kwaliteiten van Dallas in de saga over de mediafamilie Roy werden vervangen door bijtende satire en aangevuld met een paar extra betekenislagen. Het verhaal is zo oud als King Lear (1606): een ouder wordende magnaat (Brian Cox) ziet hoe zijn imperium het voorwerp uitmaakt van vetes tussen zijn op velerlei manieren verdorven nageslacht. Wat Succession bijzonder maakt, is dat het - vooral in seizoen 2 - aldoor uit de bocht dreigt te gaan, met personages die almaar grotesker worden en plotlijnen waarbij je uit plaatsvervangende schaamte ineenkrimpt. Het pingpongen tussen drama, satire en woede (lees: kwaadheid op de one percenters) zorgt ervoor dat deze reeks nog wel even mee kan. David Simon is een veelschrijver. Naast vier seizoenen Treme en drie jaargangen The Deuce pende hij in 2015 met journalist William F. Zorzi (zie ook The Wire) deze op feiten gebaseerde miniserie. Eind jaren tachtig besliste een federale rechter dat de stad Yonkers, New York (zet hier puur voor de lol eens Brasschaat) in het midden van een welgestelde witte wijk tweehonderd sociale woningen moest optrekken. De daaropvolgende discussie over klasse, ras en de mechanismen die zich op die momenten in een samenleving op gang trekken is vanzelfsprekend een kolfje naar Simons hand. Maar het is een schitterende Oscar Isaac ( Inside Llewyn Davis, Star Wars) - als de jonge burgemeester Nick Wasicsko die tussen twee vuren komt te staan - die ons van Show Me a Hero het langst zal bijblijven. Geen gebrek aan fijne animatiereeksen de afgelopen tien jaar, met Rick and Morty, Tuca & Bertie, Disenchantment (goeie comeback van Matt Groening!), Big Mouth en heerlijk geschifte Cartoon Network-reeksen als Adventure Time en de Regular Show. Maar er was slechts één sprekend paard met een tanende acteercarrière: BoJack Horseman evolueerde in zes seizoenen van een geinige commentaar op onze fascinatie met beroemdheid en de media naar introspectieve dramady waarbij het huilen je soms nader dan het lachen stond. Showrunner Raphael Bob-Waksberg ging geen topic uit de weg - druggebruik, mentale aandoeningen, seksuele intimidatie - en mende zijn paard zodanig dat het gaandeweg een beter mens werd. Als dat absurd klinkt, dan hebt u BoJack Horseman duidelijk niet gezien. In een decennium waarin de persoonlijke films uit de multiplexen geweerd werden en de makers ervan hun heil op tv zochten, bracht Game of Thrones ook de blockbuster naar het kleine scherm. Volgens Variety kostten de laatste zes afleveringen van de reeks vijftien miljoen per stuk, wat zelfs naar de huidige normen extravagant is. Maar zender HBO kreeg waar voor zijn geld. Televisie was nooit zo spectaculair als in dit op de fantasyboeken van George R.R. Martin gebaseerde bloedfestijn, dat op zijn beurt ook de mainstreamcinema beïnvloedde: het is een veilige hypothese dat het succes van GoT met name een franchise als Avengers naar steeds epischer verhaallijnen heeft gestuwd. Tegelijk ontleenden de makers aan het bronmateriaal voldoende meeslepende vertellingen om acht seizoenen lang - al bestaat over het laatste seizoen discussie - de kijker aan zich te binden met wat op de keper beschouwd een langgerekt spelletje schaak was. Als je de eenzame held Roy Goode in de openingsscène van Godless op een naamloos paard door met lijken bezaaide straten ziet rijden, verwacht je je aan een klassieke westernserie vol blinkende schietijzers en op de grond spuwende venten. Maar dit zijn de jaren tien van het tweede millennium. De helden van deze Netflix-western zijn vrouwen die na de dood van hun echtgenoten baas in eigen stad zijn en hun haard met hand en tand verdedigen tegen de schurk wiens schrikbewind de hele streek in de ban houdt. Eén recensente merkte fijntjes op dat het uiteindelijk toch weer de mannelijke held is die de bad-ass bitches moet komen redden, maar laten we Godless meer krediet geven dan dat. Hoewel het geen tweede Deadwood is, deed showrunner Scott Frank een heel verdienstelijke poging om de mythe van het Wilde Westen nog maar eens te herschrijven. De weduwen zijn top, Michelle Dockery (Downton Abbey) op kop. En wie had gedacht dat er in die aaibare Jeff Daniels zo'n klootzak schuilde? 'De laatste keer dat ik gecheckt heb, hadden we 89 kijkers', liet Damon Lindelof zich naar aanleiding van het einde van The Leftovers ontvallen. De serie die tussen Lost en Watchmen aan zijn koker ontsnapte, bleek te deprimerend en experimenteel om een groot publiek te bekoren, maar duikt deze dagen wel in zowat alle overzichtslijstjes op. Vooral het begin hakt er stevig in: de reeks begint drie jaar nadat op 11 oktober 2014 twee procent van alle mensen zomaar is verdwenen en laat een wereld in diepe rouw zien. Doorkijken is de boodschap. The Leftovers verandert in drie seizoenen drie keer van setting en toonaard en voor Lindelof werkten de tegenvallende kijkcijfers gaandeweg net zo bevrijdend als de lovende recensies, zodat in de laatste jaargang alle remmen los gingen richting glorieuze finale. Zoveel jaar nadat de finale van Lost de fans wereldwijd had doen schuimbekken van woede, vielen ze elkaar huilend in de armen. 'Won't bow: don't know how.' Geen tv-serie kreeg ooit een mooier motto mee dan Treme, waarmee David Simon na The Wire en Generation Kill een nieuw decennium aansneed. De reeks volgt vier seizoenen lang de inwoners van New Orleans, die na de doortocht van orkaan Katrina in 2005 hun stad opnieuw proberen op te bouwen. Eén personage noemt die ramp een man-made catastrophy, en natuurlijk gaat Treme óók over de lamentabele respons van de regering-Bush op Katrina. Simon is er de man niet naar om onrecht te negeren, maar nog liever onderzoekt hij de veerkracht van een gemeenschap die met tegenspoed wordt geconfronteerd. En daarvoor had hij geen betere plek kunnen treffen. De smeltkroes van volk en cultuur en visies die New Orleans is, wordt gevat in een wirwar van plotlijnen en personages die door elkaar krioelen als de stegen van een havenstad. En bovenal is er de muziek, de swingjazz en blues en zydeco en soul die heden en verleden met elkaar verbinden en Treme de beste soundtrack uit deze lijst geven. Philip en Elizabeth zijn een gelukkig getrouwd echtpaar dat in een huis in de suburbs van Washington, D.C. een jongen en een meisje opvoedt. Achter die Amerikaanse façade gaan echter twee spionnen schuil - zelfs de kinderen weten van niks - die in het laatste decennium van de Koude Oorlog hun schijnbare dagtaak combineren met een fulltimebaan bij de Russische overheid. Terwijl The Americans bij ons altijd wat onderbelicht is gebleven - al zond Canvas indertijd de eerste twee seizoenen uit - stapelde de reeks in het thuisland met recht en reden de prijzen op. Naast een tot nagelbijten nopende spionagereeks was het ook en vooral een verschroeiend drama dat voortdurend naar de loyauteiten van zijn protagonisten peilde - tegenover hun vaderland, hun kinderen en elkaar. Het was naar aanleiding van China Girl, het tweede seizoen van Top of the Lake, dat de recensente van The New York Times hoofdrolspeelster Elisabeth Moss (met verwijzing naar haar personages Peggy Olson uit Mad Men en Offred uit The Handmaid's Tale) 'een werktuig voor culturele misogynie' noemde. Rechercheur Robin Griffin, haar personage in Top of the Lake, is misschien nog meer dan die twee andere getekend door een leven vol mannelijk geweld en seksisme, zelfs in die mate dat ze zichzelf heeft opgegeven en alleen nog voor anderen - slachtoffers, haar dochter - wil strijden. Met zo'n complex vrouwelijk hoofdpersonage en de prachtige natuurfotografie droeg Top of the Lake onmiskenbaar het stempel van Scandinavische reeksen als The Killing en The Bridge, die in deze lijst ontbreken maar ook het decennium mee hebben gekleurd. Maar al in het eerste seizoen liet Jane Campion ( The Piano, An Angel at My Table) die voorbeelden een stuk achter zich. Door de hand van de filmregisseur die ze ook is, die het Nieuw-Zeelandse meer uit de titel tot leven bracht. Door Elisabeth Moss in contact te brengen met haar festisjactrice Holly Hunter, hypnotiserend als de leidster van een feministische sekte. En door al haar geliefkoosde thema's in een policier te stoppen zonder het centrale moordmysterie te laten verslappen. Top of the Lake sloot na die krachtige eerste jaargang spijtig genoeg aan bij een lange rij ( Thirteen Reasons Why, Homeland, Mad Men, The Handmaid's Tale...) van goede series die niet wisten wanneer het einde daar was. Ondanks de toevoeging van een uitstekende Nicole Kidman als de adoptiemoeder van Robins biologische kind, wist het in zichzelf verdwalende Top of the Lake: China Girl op zijn beste momenten alleen nog te overtuigen als mood piece. Er kon de afgelopen tien jaar gelukkig ook gelachen worden. The Good Place, The End of the F***ing World, Insecure, After Life (goeie comeback van Ricky Gervais!), Silicon Valley en The Big Bang Theory hebben het niet gehaald, Parks and Recreation wel. De politieke satire over ambtenaar Leslie Knope (Amy Poehler) worstelde zich ondanks een gelijkaardige setting en humor al snel onder de loden schaduw van The Office uit en wist niet minder dan zeven seizoenen een min of meer constant niveau aan te houden. Dankzij een eindeloze reeks gênante situaties, maar vooral dankzij een uitgelezen schare herkenbare nevenpersonages. De komieken Adam Scott (als de obligate nerd Ben Wyatt) en Aziz Ansari (sarcast Tom Haverford) hebben aan Parks and Recreation hun doorbraak te danken, Leslies baas Ron Swanson (Nick Offerman) werd een cultheld die nog tot grinniken zal aanzetten als u de plotlijnen allang weer vergeten bent. Zijn er het afgelopen decennium negentien series gemaakt die beter zijn dan deze? Grote kans van niet, maar van de nieuwe reeks van Damon Lindelof werd twee weken geleden pas de laatste aflevering van het eerste seizoen uitgezonden. Het als een dystopische actieserie vermomde Watchmen zat bovendien zo tjokvol thema's, popculturele referenties en verwijzingen naar de klassieke beeldroman van Alan Moore en Dave Gibbons waarop het voortborduurt dat zelfs wie dat eerste seizoen al achter de kiezen heeft, nauwelijks kan bevatten wát hij nu precies gezien heeft. Eén ding is zeker: Watchmen is een kiezel in de maatschappelijke schoen. Zoals Lindelofs Lost bij het verwarrende begin van dit millennium paste, zo zal deze reeks altijd met de jaren onder Trump verbonden blijven.