Vóór de pandemie en na een nogal traumatiserende scheiding bestormde Robrecht Vanden Thoren het podium met zijn allereerste cabaretshow: De hoogste berg. Hij sleurde zijn piano de scène op, moffelde een rokje onder zijn jeans en gaf een droogrek een pronte centrale plek op zijn podium en in zijn leven. Het sluwe slot van die show deed snakken naar meer. Et voilà. Dit weekend presenteerde hij Achteraf niet komen huilen. Het is fantastisch grappig, ontroerend, eerlijk, scherp en slim. Is het perfect? Neen. Hij moét dus verder doen en verder groeien in het cabaretierschap dat hem werkelijk als gegoten zit.
...

Vóór de pandemie en na een nogal traumatiserende scheiding bestormde Robrecht Vanden Thoren het podium met zijn allereerste cabaretshow: De hoogste berg. Hij sleurde zijn piano de scène op, moffelde een rokje onder zijn jeans en gaf een droogrek een pronte centrale plek op zijn podium en in zijn leven. Het sluwe slot van die show deed snakken naar meer. Et voilà. Dit weekend presenteerde hij Achteraf niet komen huilen. Het is fantastisch grappig, ontroerend, eerlijk, scherp en slim. Is het perfect? Neen. Hij moét dus verder doen en verder groeien in het cabaretierschap dat hem werkelijk als gegoten zit.Zijn piano is opnieuw van de partij. Centraal staat dit keer geen droogrek, maar een tafeltje en twee stoelen waaraan het prettig speeddaten, falen, mijmeren, fulmineren, mailen en crashen is. Vanden Thoren liet zich vergezellen door twee copiloten - Martijn Bouwman (regie) en Wouter Deprez (coach) - en schreef een prachtige tekst over dat deel in zijn leven waarin hij de wereld van het speeddaten en het amoureuze verleden van zijn grootmoeder verkent...Zijn missie is om over die vreemde speeddate-avond te vertellen maar per kandidate zwermen zijn gedachten uit naar daten op woensdagmiddag, de stenenliefde van zijn zoontje, een grootmoeder die in een andere dimensie in het rusthuis leeft en het schuldgevoel waarmee het katholiek onderwijs hem opzadelde. De tekst fungeert als een schietstoel. Vanden Thoren lanceert zichzelf met woorden en speelt vervolgens de sterren van de hemel. Hij trakteert op prachtige zinnen, leeft zich geweldig uit in het vertolken van alle types die zijn levenspad kruisen en zet zijn ervaring als acteur maximaal in om niet alleen met woorden maar ook met zijn lijf te vertellen. De formidabele scène waarin hij aan de 'gebotoxte' Suzy met handen, voeten, gebogen schouders en ogen die verdrinken in wanhoop vertelt dat hij absoluut een respectvolle, open-minded witte westerse man is, maakt hem tot de hilarische belichaming van elke witte wanhopige westerling van het mannelijk geslacht. Nergens gaat hij uit de bocht, nergens banaliseert of minimaliseert hij. Hij slaat met geestige zwier spijkers met koppen. Zou dat weergaloos geestig betoog van de witte westerse en een tikkeltje wanhopige man de comedyscène van het jaar kunnen worden? Welzeker.De piano zorgt voor een wonderschoon begin en halverwege de show voor een ode aan blonde dames. Die song knipoogt naar het oeuvre van Kommil Foo. Al werkt pianist Vanden Thoren de muziek met veel meer muzikale en geacteerde deugnieterij uit. Aan dat speelse aandeel van de piano kleeft nog een ferm groeipotentieel. Maar dat is mierenneukkritiek bij een voorstelling die zich simpelweg als een grandioos cadeau laat beleven. Het is een rakend, persoonlijk verhaal en tegelijkertijd een even scherp als grappig portret van onze jachtige, op uiterlijk gefocuste en met tolerantie worstelende samenleving. En wees gerust, dit leest veel ernstiger dan de vrolijke flair waarmee Vanden Thoren het brengt. Net als zijn eerste cabaretshow bekroont Vanden Thoren ook deze show met een act. Die woordeloze slotact toont in al zijn acrobatische charme welke bakens hij wil verleggen om zijn grootmoeder gelukkig te maken én hoe het leven als alleenstaande ouder - tastend naar verse liefde - voelt: wankel maar bovenal wonderlijk, speels, vrij en guitig. Wat een (circus)artiest!