Het moment waarop je het zou willen uitschreeuwen van woede, frustratie of wanhoop maar beseft dat het beter is om te zwijgen, te incasseren en desnoods wat grimassen te maken. Dát moment namen Abke Haring en Koen van Kaam als uitgangspunt van Platina, het laatste wapenfeit van Abke Haring als maker van Toneelhuis. 'Het wordt een knaller', vertrouwde ze in november 2015 aan Knack toe. Wel, het wérd een knaller.
...

Het moment waarop je het zou willen uitschreeuwen van woede, frustratie of wanhoop maar beseft dat het beter is om te zwijgen, te incasseren en desnoods wat grimassen te maken. Dát moment namen Abke Haring en Koen van Kaam als uitgangspunt van Platina, het laatste wapenfeit van Abke Haring als maker van Toneelhuis. 'Het wordt een knaller', vertrouwde ze in november 2015 aan Knack toe. Wel, het wérd een knaller. Na deze productie zal Haring misschien nog als actice opduiken in Toneelhuiscreaties, maar als maakster verlaat ze het huis, tegen haar zin. Mogelijk aardt Harings ingetogen werk net iets minder goed in de statige Bourlaschouwburg. Dat bleek uit haar vorige, uitmuntende monoloog Unisono die in de repetitieruimtes van Toneelhuis speelde. En dat blijkt ook uit Platina, waarvoor de Bourlaschouwburg werd vertimmerd tot een intiemere black box door de publiekstribune op de scène te plaatsen. Op amper anderhalve meter van het publiek staan Haring en van Kaam elk aan een kant van een elegante, donkerbruine houten tafel. Aan weerszijden van de tafel staat een houten stoel met een brede, zwartlederen zitting. Een metertje van de tafel vandaan hangt een vierkant, wit scherm waarachter een enorme lamp hangt. Net de zon. Wanneer die zon 'opkomt', begint het gesprek. 'Wat een lekkere kroepoek', is het eerste zinnetje dat als een soort donderslag bij heldere hemel door de lucht klieft. Haring spreekt het heel normaal uit, maar door haar starende blik en haar hoekige manier van bewegen, voelt, oogt en klinkt alles bovenal onheilspellend. Van Kaam is intussen gaan zitten. Hij beweegt amper. Als hij spreekt, doet hij dat met wanhopige emotie in zijn stem. En hij zoekt, in tegenstelling tot Haring, wél oogcontact met zijn tegenspeelster. Aanvankelijk vraag je je af waarom beide spelers zo'n verschillende stijl hanteren. Maar stilaan groeit het besef, samen met de pompende soundscape van Jimi Zoet, dat van Kaam en Haring twee mensen vertolken die totaal anders omgaan met hetzelfde gegeven: het besef dat voor een van beide snel het einde nadert. Van zodra je dat beseft, wint Platina nog meer aan zeggingskracht. Terwijl Haring almaar kronkelender en met gespannen bewegingen over gebakken uitjes en sambal spreekt, lijkt van Kaam steeds meer moeite te hebben om een kreet te bedwingen. Tot alles barst. De muziek. Van Kaams stembanden. Het opgekropte verdriet van Harings personage. Platina is als een oester. Het fascinerende kleinood opent zich maar heel langzaam om dan een parel van een stuk prijs te geven. Zo banaal de woorden aanvankelijk klinken, zo gelaagd blijken ze na afloop te zijn.