De negen performers liggen languit - de neus van de ene tegen de voeten van de andere - op een met krijt getekende cirkel. In het midden van die kring tolt een grote, metalen hoepel. Wanneer de hoepel stilvalt, staat circuskunstenaar Axel Guérin recht en neemt de hoepel op. Een van de kleinste dansers - een meisje - klimt op zijn rug en haakt zich stevig vast.
...

De negen performers liggen languit - de neus van de ene tegen de voeten van de andere - op een met krijt getekende cirkel. In het midden van die kring tolt een grote, metalen hoepel. Wanneer de hoepel stilvalt, staat circuskunstenaar Axel Guérin recht en neemt de hoepel op. Een van de kleinste dansers - een meisje - klimt op zijn rug en haakt zich stevig vast. Guérin gaat op de randen van de hoepel staan, neemt de bovenkant van de hoepel stevig vast en begint indrukwekkend te tollen, met het meisje op zijn rug. Dat is hét wow-moment van de voorstelling. Regisseur Janni van Goor slaagt er hier prachtig in om een idee - vader en kind die een tollende levenscyclus delen - in een krachtig, spectaculair en eenvoudig beeld te vangen. Dat probeert regisseur Janni van Goor scène na scène, maar het levert niet altijd zo'n betekenisvol beeld op. De krachtigste taferelen waarin ze Guérin en Michiel Deprez vrij spel geeft. Guérin tekent nog voor een indrukwekkende acrobatische choreografie waarin hij, samen met een meisje, een boom vormt. Deprez toont, al jonglerend met wasgoed, hoe het familieleven runnen eigenlijk een knap staaltje kunst- en vliegwerk is. Zo toont Family Trees van Kopergietery hoe circus een verfrissende injectie aan het (jeugd)theater kan geven. Van Goor monteert zulke parels van beelden tussen wat vlakke dansscènes waarin er vooral hip gelonkt en geshaket wordt zonder weinig inventiviteit. We wéten onderhand wel dat een mens rond zijn zestiende pubert en dat onder meer uitdrukt door opzichtig te dansen. Waarom moet dat nog eens getoond worden?De kracht van Janni van Goors regietaal is in deze voorstelling ook een zwakte: van Goor werkt vanuit een diep respect voor en met de persoonlijkheid van haar performers. Dat maakt haar in dit geval kwetsbaar afhankelijk van piepjonge performers die nog te veel bezig zijn met groeien om al een unieke danstaal te hebben. De sterkste scènes worden geleverd door de performers die al wel een eigen idioom hebben. Het maakt Family trees tot een wat onevenwichtige voorstelling die soms verzakt in gehuppel en vooral poëtisch opflakkert als de ganse 'familie' niet op de scène staat. Van zodra van Goor inzet op sobere scènebeelden waarin ze één of twee performers acrobatisch laat excelleren met weinig meer dan wat krijtjes of een paar zevenmijlslaarzen, ontstaan tere beelden die het groeien van kind naar volwassene tonen.