Op handen en voeten wandelt een danseres over het met grof, goudkleurig zand bedekte podium. Ht lijkt een strand in een of ander ver, warm land. Aan de borstkas van die danseres bengelt de kleinste danseres van de groep. Meteen denk je aan de manier waarop zogende apen, luiaards of koala's hun jongen met zich meedragen.
...

Op handen en voeten wandelt een danseres over het met grof, goudkleurig zand bedekte podium. Ht lijkt een strand in een of ander ver, warm land. Aan de borstkas van die danseres bengelt de kleinste danseres van de groep. Meteen denk je aan de manier waarop zogende apen, luiaards of koala's hun jongen met zich meedragen. In een andere scène zien we de dansante versie van stoeiende schorpioenen of ijverige heen en weer trippelende mieren. Denk je. Want Vantournhout houdt geen uitlegbordjes omhoog en doet vooral wat Marjolijn van Heemstra momenteel in Nederland doet: zij duikt 's nachts in bossen om er in alle rust en donkerte van de natuur en haar geluiden te genieten én te voelen hoe haar verbeelding in actie schiet. Zo voelt het beleven van Contre-jour.Ook Contre-jour start in het pikdonker. En met a capellagezang van Aymara Parola, een van de danseressen. Zij zingt Spaanse liederen van nomadische volkeren, leren we uit de persbrochure. Je luistert, je tuurt en je verbeelding wordt klaarwakker. Dan wordt het langzaam licht en bewegen de 'dierdanseressen' zich al kronkelend en buitelend over het zand. Tóch zijn het niet die nabootsingen die het meest indruk maken maar de daaropvolgende scène. De vijf liggen op de grond, ze haken armen en benen via een ingenieus patroon in elkaar. Een danseres 'rijst' recht en trekt een andere danseres mee en die trekt op haar beurt ook een collega mee. Het tafereel oogt als een halve zon aan de horizon. Dat is het beeld dat de vijf - voortdurend oprijzend en weer op de grond zakken - 'dansen'. De meest fascinerende scène van het stuk.Nadien verspringt het perspectief en kijken we, via een camera boven het podium die zijn beelden op het achtergrondscherm projecteert, een aanblik van bovenaf op de zandvlakte. Anne Teresa De Keersmaeker en filmregisseur Thierry De Mey deden dit al eens. In 2002. De Mey filmde toen De Keersmaeker terwijl ze Violin Fase in het zand danste en zo, met haar voetstappen, een rozet vormde. Vantournhout pakt het minder prozaïsch aan en verwijst met de zandsporen - en het voortdurend wegvegen van die sporen - onder meer naar de mensonterende praktijken aan de Mexicaans/Amerikaanse grens waar de sporen van vluchtende Mexicanen voortdurend uitgewist worden. Die kennis haalden we - alweer, helaas - uit de persbrochure. Vantournhout slaagt er nog niet in een beeld te creëren dat meteen raakt, prikkelt en informeert.Het belangrijkste woord uit de vorige zin is 'nog'. Per creatie - zoals zijn debuut Aneckxander en het wonderlijke Screws - bewijst Vantournhout dat hij een van de meest inventieve choreografen van zijn generatie is wiens danswoordenschat almaar verfijnder wordt. Zijn circusachtergrond lijkt ervoor te zorgen dat hij elk apart lichaamsdeel voortdurend anders wil inzetten. Hij injecteert acrobatiek in hedendaagse dans en dat levert verrassende voorstellingen op. Contre-jour is niet zijn meest rakende en perfect gemonteerde voorstelling. Het is eerder een verbaasd stilstaan. Als een heel vroege strandwandeling op een moment dat de dieren nog vrijelijk over het zand bewegen en de eerste gouden zonnestralen aan de horizon verschijnen. Wat dan volgt? Dat valt te ontdekken in Vantournhouts volgende voorstelling.