Joep Beving

Voor vroeg geprogrammeerd staan op de slotdag van een festival bestaat een mooi woord: repeteren. Wij willen de muzikanten niet te eten geven die ooit trots aan hun mama's vertelden dat ze op de main stage stonden, maar die uiteindelijk met ippon werden gevloerd door de collectieve kater.
...

Voor vroeg geprogrammeerd staan op de slotdag van een festival bestaat een mooi woord: repeteren. Wij willen de muzikanten niet te eten geven die ooit trots aan hun mama's vertelden dat ze op de main stage stonden, maar die uiteindelijk met ippon werden gevloerd door de collectieve kater. Niet zo op het festival dat ooit het strand in alle vroegte volkreeg voor een experimenteel concert van Radiohead-gitarist Jonny Greenwood en een klassiek orkest. Dat kunstje wilde Best Kept Secret graag herhalen met Joep Beving, een Amsterdamse veertiger die 's nachts in zijn keuken twee pianoplaten op z'n Yann Tiersens componeerde en via Spotifyplaylists als Peaceful Piano naar de top werd gekatapulteerd, inclusief een uitverkocht Sydney Opera House en 1,3 miljoen luisteraars per maand op Spotify. En zo lagen wij, gistend in ons eigen danszweet, te genieten van het fenomeen-Beving. De man verstaat de kunst om zijn melodieën uit te puren en geen noot te veel te spelen, maar toch niet te verzanden in nietszeggend gekabbel. Meer klassiek dan neo, meer Chopin dan Ludovico Einaudi, en zo hebben we onze vredevolle piano graag. Tussendoor praatte hij ons bij over geluidsfrequenties en zijn dochtertje - Sleeping Lotus, dat hij voor haar schreef, was een van de hoogtepunten - en nam hij de tijd om de waanzin van de situatie in zich op te nemen van een paar honderd man die op een festival in de brandende zon gaan zitten om een uur naar klassieke muziek te luisteren. Thank you for the music, Joep, onze dag kon dan al niet meer kapot. Laat ons de stemmen van de 39 frontvrouwen die dit weekend aantraden achter elkaar horen en de kans is groot dat we die van Katie Cruchfield er als eerste uithalen. In het strottenhoofd van de vrouw uit Alabama houden melancholie en furie elkaar in evenwicht, iets wat ook meteen zichtbaar was in de setlist: eerst opende Cruchfield alleen op akoestische gitaar, dan liet ze haar zus Allison de beuk erin gooien met de orgelakkoorden uit Recite Remorse, veruit ons favoriete nummer van haar laatste plaat Out In The Storm, het verslag van een break-up en de daaropvolgende loutering in tien hoofdstukken. Ook muzikaal staat Cruchfield steviger op haar benen dan ooit. Eén nummer lang rammelde de ritmesectie een beetje, maar dan maakte de twijfel snel plaats voor straffe grotemeidenrock-'n-roll. Never Been Wrong kreeg zelfs een shot stonerrock mee en ook Under A Rock- wij kunnen de zusjes Cruchfield niet vaak genoeg samen horen zingen - deed de hoofden knikken. Een perfect concert was het allerminst, maar wel eentje dat aantoont dat deze groep in stijgende lijn gaat. Laat die volgende plaat maar komen, zonder gebroken hart liefst. Spoon is zo'n band die om onbegrijpelijke redenen altijd veel kleiner is gebleven dan de kwaliteit van hun songs doet vermoeden, bedenken we ergens halverwege de zomerse groove van I Turn My Camera On, een strakke four-to-the-floor rocksong. We dachten het opnieuw in het sublieme The Underdog waar een orgeltje opdook dat naar de Texaanse heimat van de band leidde: een headliner zal Spoon nooit zijn, ook al hebben ze een setlist die een zonovergoten festival moeiteloos op de knieën krijgt.De groep switchte moeiteloos tussen de snedige, straighte rock van Talk You Into It en hoekige ballads. Inside Out werd als een warme deken over je gespreid, maar telkens met die ruwe rochel in het strottenhoofd van frontman John Britt Daniel. Tijdens Do You knalde ergens confetti de lucht in - Daniel prompt gelukkig als een kind. Er kan stevige funk vanaf, wanneer Spoon zich met Can You Sit Next To Me als een alternatieve Franz Ferdinand laat kennen, en Hot Thoughts teerde op venijnige garagerock. Met deze band is het alle ballen prijs.Eerst was er Viet Cong met het album Viet Cong. Na klachten werd de naam Preoccupations en verscheen de tweede plaat Preoccupations. Dit jaar volgde nummer drie, getiteld New Material. Minimalisme heet dat dan. Gelukkig toont Preoccupations muzikaal meer variatie. De band steekt de laatste jaren steeds meer ramen in zijn geluidsmuren, die een fraai zicht geven op een interieur in Canadese stijl, met een likje postpunk tegen de muur, een met noise beklede vloer en een heiligenbeeld van Iggy Pop op het dressoir. Wie tijdens de rustigere passages goed luistert, hoorde dan weer af en toe een zwoele baslijn op z'n Twin Peaks of een synthesizer die wat eurodance binnensmokkelde.U wilt nog een paar songtitels voor op uw volgende housewarming? Welaan dan: Continental Shelf kan in al zijn donkerte het daglicht uitstekend verdragen, Disarray was één langgerekt exposé voor Matt Flegels fantastische grafstem en afsluiter Death barstte bijna uit zijn voegen van de extase.Pal tegenover de ruwe onbehouwenheid van Preoccupations stond een brok stylishness: Josh Tillman, ofte Father John Misty tijdens de werkuren. Strak in het pak, chelsea boots eronder, zwoele knik in de knieën, en ongemeend grappig. Deze voormalige Fleet Fox wordt wel eens voor cynicus versleten, maar daar klopt niets van. Father John Misty is gevoelig, innemend, hopeloos romantisch, en combineert dat met een vlijmscherpe tong en gortdroge commentaar. In Pure Comedy: 'The miracle of birth leaves a few issues to address / Like, say, that half of us are periodically iron deficient.' Geef hem eens ongelijk. Zet zichzelf graag te zeiken ook: in Mr. Tillman bezingt hij zijn eigen dronken miserie terwijl zijn tronie achter hem op een levensgrote advertentie prijkt. Een koopje zo blijkt, aan 19,95 dollar. Voor het gemak had Tillman een half bigbandorkest het podium mee opgesleurd, waar hij vervolgens alle kanten mee uitdook. De crooner Nancy From Now On kreeg psychedelische folktoetsen aangemeten, Hollywood Forever Cemetery Sings ging stevig aan het rocken. In Date Night slopen piano's die bij Springsteen weggelopen waren, en strooide Tillman met een 'ooh-ah' die deed kirren van plezier. Terwijl de zon achter de bomen dook, schudde Father John Misty de sleur en de waan van de dag van zich af. 'In the new age we'll all be entertained', klinkt het in Total Entertainment Forever. In Holy shit geeft hij toe, geruggensteund door warme blazers: 'Love is just an institution based on human frailty.' Om er dan meteen bij te zeggen: 'What I fail to see is what that's gotta do with you and me.' En dan dat kushandje op het eind van Ideal Husband: moeilijk om niet verliefd te worden op zo'n vent.Lang werd gedacht dat Superorganism een zorgvuldig bij elkaar gemarketeerd collectief is. Raar, want als wij één ding pretenderen te weten over de muziekindustrie, is dat geen enkele platenfirmahaai het ooit in zijn hoofd zou halen om een groep in de markt te zetten van acht man uit Japan, Australië, Nieuw-Zeeland, Zuid-Korea en het Verenigd Koninkrijk, die zich live elk in een andere kleur regenjas dossen, achter hen raketlanceringen en natuurbeelden projecteren en klinken als een collab van The Knife en een kinderkoor aan de psychedelica. Maar voor dat soort rariteiten bestaat het internet, en dat snoept al maanden van deze groep als een mug van een zwetende festivalganger. Na drie kwartier dansen en meezingen - elk nummer van deze set is een hit of zou dat moeten zijn - begrijpen we dat maar al te goed. It's All Good is een hippiesong zoals die vijftig jaar na mei '68 moet klinken, Nobody Cares een portie je ne sais quoi die blijft plakken en Something for your M.I.N.D een nummer waarop we binnen vijf jaar voor een of andere mainstage staan te viben. Het ging er allemaal vlotjes in, als een exotische hap recht uit de foodtruck. Superorganism kwam naar Hilvarenbeek als een hipstersnoepje en stapte de tent uit als een headliner voor de toekomst. Klinkt overdreven voor wie er niet bij was, maar met deze band is het zoals met onze wallen na drie fantastische dagen Best Kept Secret: je moet het zien om te geloven.