'Ik weet het niet uit het hoofd hoeveel het er zijn, maar ik kan ze wel opsommen', lacht Elias Devoldere nadat we hem gevraagd hebben in hoeveel bands hij momenteel drumt. Het zijn er zeven. Eerst en vooral is er het noem-het-geen-jazzrockcombo Nordmann. Daarnaast het avant-rockgezelschap Hypochristmutreefuzz, het in dubnevels gehulde trio Sumi, het improgroepje Kabas, twee jazzformaties, Hast en John Ghost, en nu ook Elias, het soloproject waarmee hij op de atmosferische, licht melancholische debuut-ep Kaiku vervelt tot songschrijver en zanger.
...

'Ik weet het niet uit het hoofd hoeveel het er zijn, maar ik kan ze wel opsommen', lacht Elias Devoldere nadat we hem gevraagd hebben in hoeveel bands hij momenteel drumt. Het zijn er zeven. Eerst en vooral is er het noem-het-geen-jazzrockcombo Nordmann. Daarnaast het avant-rockgezelschap Hypochristmutreefuzz, het in dubnevels gehulde trio Sumi, het improgroepje Kabas, twee jazzformaties, Hast en John Ghost, en nu ook Elias, het soloproject waarmee hij op de atmosferische, licht melancholische debuut-ep Kaiku vervelt tot songschrijver en zanger. Wat ons meteen bij de tweede vraag brengt: hoeveel drummers kent hij die zich omturnden tot singer-songwriter? Phil Collins wil Devoldere liever niet genoemd hebben. Bent Van Looy, ja - 'megavette drummer, trouwens'. Maar dan is de inspiratie op. Ramses Van den Eede misschien, drummer van Horses en Teen Creeps, zijn bandmaatje bij Hypochristmutreefuzz en tegenwoordig ook solo aan het werk? Elias Devoldere: Ja, natuurlijk! Verdorie, een van mijn beste vrienden dan nog. Ramses heeft me trouwens geholpen om mijn solosongs, waarvan sommige al enkele jaren rondslingerden, af te werken en op te nemen. Ze waren op den duur een blok aan mijn been. Ik bleef eraan twijfelen, stortte me op nieuwe projecten. Maar tijdens de eerste lockdown is het er eindelijk van gekomen. Bijna alle groepen waarin je speelt doen het zuiver instrumentaal. Ik vermoed dus dat teksten schrijven en zingen compleet nieuw terrein voor je is. Devoldere: Zeg dat wel. En eerlijk, ik weet nog steeds niet wat me precies drijft om het tóch te doen. (lacht) Want aanvankelijk zag ik het niet zitten om te zingen. 'Ik kan het niet, ik doe het niet', dacht ik elke keer. Maar dan speelt je ego op, en vond ik het toch een vreemde gedachte dat iemand anders de zanglijnen voor zijn rekening zou nemen. Het zijn misschien geen conventionele songs, maar het zijn dus wel líédjes, hè! Heeft die songschrijver altijd in je gezeten? Devoldere: Ik ben altijd al bezig geweest met songstructuren en arrangementen, maar de echte songschrijver in me is pas de laatste jaren ontdooid. Onder meer tijdens een verblijf in Finland, of all places, toen ik er aan muziek voor een dansvoorstelling werkte. Ik zat daar alleen in een appartementje in Helsinki, dat ik deelde met een oude typemachine. Ik heb daar veel geschreven, donkere gedachtenspinsels maar evengoed banale zever. Ik vond het wel iets romantisch hebben, maar in Gent had ik zoiets nooit gedaan. In Helsinki werd ik verplicht om meer te zijn dan een drummer. Het duurt meer dan anderhalve minuut voor er drums invallen op je ep. Bewust? Devoldere: Het is een leuk toeval. Want dit is geen 'drummerplaat', hè. Mensen zullen misschien iets heel ritmisch of dansbaars verwachten, maar het is eerder filmisch geworden. Ooit wil ik dat wel doen, hoor, met een liveband feestmuziek maken. Als ik Stuff bezig zie, bijvoorbeeld, dan kriebelt het een beetje. Wie zijn je muzikale helden? Devoldere: Thom Yorke. Drummers als Brian Blade en Tony Williams. Jazzmannen als Miles Davis en Wayne Shorter. Maar ook recente ontdekkingen als Moses Sumney. Na mijn studies aan het conservatorium ben ik aan een grote inhaalbeweging begonnen. Dingen als Connan Mockasin, James Blake en Kendrick Lamar, die had ik allemaal gemist omdat ik tot over mijn oren in de jazz zat. Grappig dat je Thom Yorke vermeldt. In het refrein van South zing je 'you don't belong here' op een manier die me deed denken aan het 'I don't belong here' in Creep van Radiohead. Devoldere: Oei, maar dat is puur toeval, hoor! Die tekst - een van de eerste die ik schreef - gaat over een ex-lief, een meisje uit Portugal. Ze geloofde nogal sterk in spoken en geesten, maar na de breuk bleef die relatie nazinderen en spookte zíj door míjn hoofd, verdorie. Vandaar: je hoort hier niet, in mijn kop, ga terug naar het zuiden, waar ze ook met geesten dwepen en zo. (lacht)Met al je ervaringen in verschillende bands had je de muzikanten voor dit project maar uit te kiezen. Op welke basis heb je knopen doorgehakt? Devoldere: Dat het muzikanten moesten zijn met wie ik een persoonlijke klik heb, is evident. Maar het moesten ook mensen zijn met voldoende geduld, want ik wist dat ik in het hele gezelschap de slechtste van de klas zou zijn. Het zal een tijdje duren voor ik me helemaal goed zal voelen bij dat zingen. Op dat gebied heb ik echt nog veel groeimarge. Tijdens ons eerste optreden, in juni, had ik door de stress een bibber in de stem, alsof ik opnieuw vooraan in de klas een spreekbeurt moest geven. In de muziek en de songs kan ik berusten, maar het is wennen aan dat nieuwe instrument, mijn stem. Drummen doe ik nog zelf, dus daarin voel ik me comfortabel. Maar drummen én zingen... dat is dan toch een beetje Phil Collins. (lacht)