De voorbije jaren, maanden en dagen af en toe ook hoofdschuddend gesakkerd op het internet? En dan vooral op de schaduwzijde van sociale media, met zijn trollen, polarisatie, desinformatie en manipulatie? Dan hebt u daar grotendeels één man voor af te branden: Sean Parker.
...

De voorbije jaren, maanden en dagen af en toe ook hoofdschuddend gesakkerd op het internet? En dan vooral op de schaduwzijde van sociale media, met zijn trollen, polarisatie, desinformatie en manipulatie? Dan hebt u daar grotendeels één man voor af te branden: Sean Parker.Het is Parker die eind 1998, samen met een andere, piepjonge hacker genaamd Shawn Fanning, op het obscure internetforum w00w00 een ideetje lanceert: een globale internetcommunity die toegang biedt tot alle muziekbestanden - overal, op elke harddrive. Het concept van een met elkaar verbonden, onlinegemeenschap is op dat ogenblik vrij uniek. Het wereldwijde web kennen we tot dan toe vooral als een middel om informatie op te slaan en/of door te sturen. De informatiesnelweg, zoals dat toen heette. Na maanden programmeren zijn de heren op 1 juni 1999 klaar voor de lancering van hun baby: Napster ziet het licht. Via enkele centrale servers verbindt de software individuele computers, hun gebruikers kunnen onderling via een zoekfunctie bij elkaar speuren naar mp3's en ze op hun eigen harde schijf downloaden. Het peer-to-peernetwerk verspreidt zich via Amerikaanse universiteiten als een lopend vuurtje over de hele wereld, en een jaar na de lancering zit Napster al aan 20 miljoen gebruikers. Muziekpiraterij op globale schaal dus, maar de illegaliteit van hun mp3-handeltje lijkt de bedenkers en de gebruikers niet te deren. Fanning en Parker hebben een soortement anarchistisch-Marxistische culturele revolutie ontketend: door het systeem te saboteren, te hacken, doen ze aan herverdeling van de (muzikale) rijkdom. De controle en de macht verschuift van verticale autoriteit - van bovenuit - naar horizontale autoriteit. Onthoud dat. Het vervolg laat zich raden: via de Amerikaanse auteursrechtenorganisatie RIAA gaat de muziekindustrie met haar volle gewicht in de tegenaanval, publiekelijk gesteund door artiesten als Metallica en Dr. Dre. In 2001 gaan de servers offline, een jaar later gaan de boeken definitief toe. Maar de doos van Pandora is geopend. Het door Napster gecreëerde momentum - muziek als gratis, aan geen fysieke drager gebonden, algemeen goed - gaat niet meer liggen, en de platenindustrie stort in een diepe crisis. Met de 'cybercriminelen' Fanning en Parker wilden de platenbonzen, ondanks de uitgestoken hand, niet in zee gaan. In Steve Jobs en iTunes - gebaseerd op de digitale blauwdruk van Napster - zien ze wél brood. Het begin van een langzaam herstel. Ook het idee van een wereldwijde internetcommunity leeft verder. Zo inspireert Napster de Canadese computerprogrammeur Jonathan Abrams in 2002 tot de lancering van Friendster, het eerste sociale netwerk met meer dan één miljoen leden. Enkele van die leden zullen later hun eigen netwerk bouwen: MySpace. Eén van de adviseurs van Abrams? Sean Parker. Twee jaar later merkt die via een huisgenoot een andere, gelijkaardige website op: TheFacebook. Parker ruikt instinctief het potentieel en contacteert meteen Mark Zuckerberg, dan nog een student aan Harvard. Vijf maanden later is Sean Parker de eerste directeur van het jonge internetbedrijf. De rest is, zoals ze zeggen, geschiedenis. Met Napster verloor het internet definitief zijn onschuld. Het legde een bom onder de muziekindustrie, die in haar vrije val haar executeur - nog steeds het snelst groeiende internetbedrijf ooit - meesleurde. Uit de as herrezen twee fenomenen: de mp3-industrie en de streamingdiensten. Want het Zweedse Spotify is nog zo'n bedrijfje waar Sean Parker als de kippen bij was om in te investeren, en te introduceren bij zijn maatje Zuckerberg. Anderzijds baseerden de eerste sociale netwerken zich op het model van Napster. Hun oorspronkelijk idee was mooi in al zijn eenvoud: muziek is een verbindende factor, laat ons het internet gebruiken om muziekliefhebbers van overal ter wereld met elkaar te verbinden. 'Bringing the world closer together', zoals Mark Zuckerberg twee jaar geleden zei over de missie van Facebook. Vandaag lijkt het absurd, dat we vreemden vrije toegang verschaffen tot onze harde schijf, zoals Napster deed. Toch gooien we onze privacy tegenwoordig via Facebook, Instagram en Google voortdurend te grabbel aan de hoogste bieder. En hoe meer we van ons privéleven aan de virtuele wereld toevertrouwen, hoe dieper de virtuele wereld infiltreert in ons echte leven, met ook alle kwalijke gevolgen en onaangename bijverschijnselen van dien. Niet alleen stalking, fraude en virussen die uw paswoorden en webcam gijzelen, maar ook de invloed van donkere krachten die zich in de uithoeken van het internet bundelen - daar waar ranzige ideeën en alternatieve waarheden woekeren - en het op niets minder dan uw ziel gemunt hebben.Van IS tot Trump, van de Braziliaanse despoot Jair Bolsonaro tot het Vlaams Belang bij ons: via microtargeting, het oogsten van data, en virale memes doen ze aan beïnvloeding en rekrutering. Virale campagnes, buiten de traditionele mediakanalen om, geven ook de indruk dat ze niet van bovenuit gestuurd worden, maar in de breedte worden gedragen. Horizontale autoriteit, met vrije meningsuiting als de stok tussen de deur naar propaganda, indoctrinatie en - via de trollenlegers - intimidatie.En dat begon allemaal 20 jaar geleden, op 1 juni 1999, met software van twee nerdy tieners, die online muziek wilden uitwisselen.