'Ik doe al meer dan 10 jaar op een constructieve manier aan politiek. Niet afbreken, maar opbouwen. Ik sta voor oplossingen, niet voor conflicten. Ik ga voor een vooruitstrevend, ambitieus en duurzaam Gent waar we fier op kunnen zijn en waar alle Gentenaars zich thuis voelen'.
...

'Ik doe al meer dan 10 jaar op een constructieve manier aan politiek. Niet afbreken, maar opbouwen. Ik sta voor oplossingen, niet voor conflicten. Ik ga voor een vooruitstrevend, ambitieus en duurzaam Gent waar we fier op kunnen zijn en waar alle Gentenaars zich thuis voelen'. Woorden van Gents burgemeester Mathias De Clercq, overgeschreven van zijn website. De jonge burgervader liet tijdens en na zijn verkiezingscampagne geen kans onbenut om zijn progressief imago in de verf te zetten. 'Het draait allemaal om durf', klonk het bij de voorstelling van de nieuwe bestuursploeg. Nochtans is er van durf, vooruitstrevendheid en oplossingsgericht denken weinig te merken in De Clercqs besluit om de Gentse technotempel Kompass vier maanden lang te sluiten. Integendeel, met de sluiting van Kompass draait De Clercq de klok heel ver terug. In 1994 was het de Boccaccio, bakermat van de new beat, die op burgemeesterbevel dicht moest. Net als Kompass was de discotheek in Destelbergen tot ver buiten de landsgrenzen bekend en berucht. Tot grote ergernis van burgemeester Roger Gijselinck, die destijds voor de televisiecamera's sprak over 'de drugs enzoverder' die een 'grote pest' waren. 'Van mij mag Boccaccio gerust verhuizen naar Parijs', voegde de toenmalige CVP-politicus er aan toe. Zo ver wil Mathias De Clercq nu niet gaan, maar de eigenaars van Kompass denken toch al hardop na over een verhuis richting andere oorden. 1994 was ook het jaar van de The Criminal Justice and Public Order Act 1994 in Engeland, een serie amendementen waarmee de toenmalige Brits premier John Major de ravescene aan banden wilde leggen. Samenkomsten van twaalf of meer personen waar 'versterkte muziek' werd gespeeld, konden zo strenger worden aangepakt en zelfs verboden. Muziek die overigens behoorlijk strak gedefinieerd werd als 'geluiden die compleet of overwegend gekarakteriseerd worden door een uitstoot van een opeenvolging van repetitieve beats'. The Prodigy was destijds één van de vele Britse dance-acts die tegen de wet streden, en dan vooral met hun album Music For The Jilted Generation - muziek voor de gedumpte generatie. Die paniekreacties rond de groeiende clubcultuur waren eind jaren 80 en begin jaren 90 legio - elke week was er wel een razzia in het nieuws - en passen in een lange geschiedenis waarin muziek in één adem wordt vernoemd met roesmiddelen en overlast. Rock-'n-roll in de jaren 50, rock in de jaren 60, disco in de jaren 70, rap in de jaren 80: allemaal werden ze ooit door moraalridders met de vinger gewezen, omdat die genres jonge geesten zouden corrumperen met drugs en losbandig gedrag. Samen met de muzikale trends veranderden de boosdoeners: amfetamines, lsd, cocaïne, crack. House en techno, op hun beurt, werden onlosmakelijk verbonden met MDMA, het hoofdbestanddeel van de 'partydrug' xtc - genrenamen als acid house en trance liegen er dan ook niet om. Klassiekers als Acid Story van Dr. Phibes zijn voor de clubgeneratie wat Lucy In The Sky With Diamonds van The Beatles of Eight Miles High van The Byrds waren voor de hippies.Maar eigenlijk bewijst die parallelle tijdslijn van muziek en drugs maar één ding: waar grote getallen mensen samen komen om zich te amuseren zullen er roesmiddelen te vinden zijn, legale én illegale. Dat geldt voor concertzalen, festivalweides en nachtclubs, maar evengoed voor voetbadstadions. Een drugsvrije samenleving bestaat niet, punt. Door de populairste nachtclub van het land te sluiten in het kader van drugsproblematiek geeft De Clercq als politicus dan ook een heel fout signaal. Enerzijds bevestigt hij het beeld van de beleidsmaker die, wanneer hij zich geconfronteerd ziet met een fenomeen waar hij moeilijk vat op krijgt, zijn heil zoekt in verbieden en verbannen. Het not in my backyard-principe. Elke drugsdode, waar en wanneer ook, is te betreuren, maar repressief optreden, in plaats van preventie en sensibilisering, heeft nooit z'n nut bewezen en is totaal voorbijgestreefd. Anderzijds versterkt De Clercq opnieuw het oude stigma van een hele muzikale subcultuur, inclusief zijn infrastructuur en zijn mensen. Met één pennentrek viseert de Gentse burgemeester een hele gemeenschap, die veel verder reikt dan zijn stad. Alsof we terug in de jaren 90 zijn beland. De vele verontwaardigde reacties die in Gent en daarbuiten weerklinken doet denken aan de sluiting van Fabric, de immens populaire, Londense nachtclub, in 2016. Ook daar lagen twee druggerelateerde overlijdens aan de basis. Het was de stadsraad van het district Islington die besloot om de vergunning van de club in te trekken. Een beslissing die hen op veel kritiek kwam te staan, onder meer ook van de Londense burgemeester Sadiq Khan. In een brief aan de districtsraad noemde hij de Londense clubs 'een essentieel onderdeel van ons cultureel landschap', en engageerde hij zich om via zijn ambt 'de vele uitdagingen waarmee de nachtelijke economie geconfronteerd wordt te overwinnen, en tegelijk zij die ervan genieten veilig te houden'. Twee maanden na de sluiting opende Fabric opnieuw de deuren. Als het Mathias De Clercq menens is met zijn constructieve politiek - opbouwen in plaats van afbreken, oplossingen in plaats van conflicten - zou hij beter een voorbeeld nemen aan zijn Londense ambtsgenoot. Want nu is het Kompass, maar wat zal de burgemeester doen mocht er tijdens de Gentse Feesten iemand overlijden aan de gevolgen van een overdosis? Alle togen verzegelen en het hele stadscentrum ontruimen? Lang zal hij zijn sjerp dan niet meer dragen.