Edward Lodewijk Van Halen zag in 1955 het licht in Amsterdam, maar op zijn zevende verhuisde hij, samen met zijn familie, naar de Verenigde Staten, waar hij uiteindelijk tot een muzikaal icoon zou uitgroeien. De laatste vijf jaar vloog hij regelmatig naar Duitsland, waar hij een medische behandeling kreeg. Dinsdag stierf hij in het St. John's hospitaal in Santa Monica, Californië aan de slepende ziekte die hem al twee decennia parten speelde.
...

Edward Lodewijk Van Halen zag in 1955 het licht in Amsterdam, maar op zijn zevende verhuisde hij, samen met zijn familie, naar de Verenigde Staten, waar hij uiteindelijk tot een muzikaal icoon zou uitgroeien. De laatste vijf jaar vloog hij regelmatig naar Duitsland, waar hij een medische behandeling kreeg. Dinsdag stierf hij in het St. John's hospitaal in Santa Monica, Californië aan de slepende ziekte die hem al twee decennia parten speelde. Eddie was nog geen twintig toen hij, met zanger David Lee Roth, bassist Michael Anthony en zijn anderhalf jaar oudere, drummende broer Alex de groep Van Halen oprichtte. Het kwartet was al jaren samen voor het werd opgemerkt, wat verklaart waarom de muzikanten, ten tijde van hun langspeeldebuut uit 1978, zo strak op elkaar waren ingespeeld. Van Halen zou hits scoren met nummers als Runnin' With the Devil, Ain't Talkin' 'Bout Love, Panama, Hot For Teacher en Why Can't This Be Love en nam ook covers op van Dancing in the Street (Martha Reeves and the Vandellas) en (Oh) Pretty Woman (Roy Orbison) De bekendste single van het gezelschap, en meteen ook de enige die de top van de hitlijsten bereikte, was echter het met synthesizers gelardeerde Jump uit 1984. Al net zo klassiek was Eddie Van Halens gitaarsolo op Michael Jacksons Beat It, waarmee de muziek van de zelfbenoemde King of Pop een stevig rockrandje kreeg. De Amerikaanse Nederlander werkte ook mee aan platen van Brian May, rapper LL Cool J en Sammy Hagar, de ex-frontman van Montrose, die in tussen 1985 en '96 bij Van Halen de plek van zanger David Lee Roth overnam. 'Toen Dave opstapte, overwoog ik even om er definitief mee te kappen', aldus de gitarist. Gelukkig bedacht hij zich, want met Hagar maakte de groep enkele van haar populairste lp's, waaronder 5158 (uit 1986) en For Unlawful Carnal Knowledge ('91). Daarna verbond Van Halen tijdelijk zijn lot met dat van Gary Cherone, de voormalige spilfiguur van Extreme. Alleen zou de laatstgenoemde door de fans nooit worden aanvaard. Later, in een interview met Esquire, beweerde de snarenacrobaat zelfs dat hij zich Cherone niet kon herinneren. 'Ik ben blij dat ik intussen niet meer drink', legde hij uit. 'De nineties zijn voor mij een blinde vlek, man'. Eddie Van Halen, die in het muziekmagazine Rolling Stone ooit op nummer acht eindigde in de top-honderd van de beste gitaristen, stond bekend om zijn explosieve speelstijl. Hij was een vernieuwer die zelfgebouwde versterkers en effectpedaaltjes gebruikte om het hardrockgenre een nieuwe boost te geven. In 2013 riep Guitar World magazine hem zowaar uit tot de beste gitaargeselaar aller tijden. Naar zijn eigen zeggen was hij helemaal niet onderlegd in de muziektheorie, maar beschikte hij wèl over een goed stel oren. Als tiener won hij meer dan één pianoconcours en kweekte hij een voorliefde aan voor het werk van Bach, dat later met een zekere regelmaat in zijn werk zou doorklinken. De enige gitarist die hem echt had beïnvloed was Eric Clapton, ten tijde van Cream. 'Zijn solo's staan voorgoed in mijn geheugen gegrift', zei hij daarover. Nikki Sixx, de bassist van Motley Crue, noemde hem 'de Wolfgang Amadeus Mozart van de rockgitaar'. Joe Elliott van Def Leppard vond dan weer dat Eddie net zo inventief was op de snaren als Jimi Hendrix een generatie vóor hem. Zijn meest opvallende handelsmerk was zijn 'two-hand tapping'-techniek, die hij weliswaar niet zelf had uitgevonden, maar waar hij wel een geheel eigen draai aan gaf en die hij bij een breed publiek introduceerde. Het ging om een speelstijl waarbij de muzikant met beide handen de snaren aantikt op de hals van zijn gitaar. Op de eerste langspeler van Van Halen demonstreerde hij die techniek onder meer in Eruption, de instrumentale inleiding tot de Kinks-Cover You Really Got Me, tot op heden aan van de favorieten van talloze fans. Mauro Pawlowski verklaarde in Humo dat het hem, als jonge twintiger, weken had gekost om die 'opwarmingsoefening' onder de knie te krijgen. De gewezen gitarist van dEUS beschouwt de centrale riff van de Van Halen-song Unchained overigens als één van de allerbeste in zijn soort. Zelf was Eddie Van Halen echter de eerste om zijn virtuositeit te relativeren. 'Ik vraag me wel eens af hoe ik ben aanbeland waar ik vandaag sta', vertelde hij. 'Spelen is voor mij altijd 'fun' geweest, maar ik heb er eerlijk gezegd nooit van gedroomd een ster te worden. Het idee kwam zelfs niet bij me op. Ik wil heus niet gezien worden als de vingervlugste gitarist op de planeet of als iemand die altijd klaar staat om de concurrentie neer te sabelen. Muziek maken valt niet te vergelijken met een formule-1-race of met de Olympische spelen.' 'Het enige dat ik weet is dat het in rock-'n-roll allemaal draait om melodie, power, souplesse en goede smaak. Het zou fijn zijn mocht mijn gitaarspel de luisteraar iets doen voelen: vreugde, verdriet, opwinding, geilheid, het maakt niet uit wat. Maar zelfs de hits die ik heb geschreven kan ik niet echt claimen. Inspiratie is iets ontastbaars, iets dat je krijgt aangereikt. Ik voel me dus niet beter dan wie ook. Muziek is een individuele vorm van expressie. Of die aanslaat of niet, heb je zelf niey onder controle. Zodra je begint te denken dat je een hele Piet bent, ben je eigenlijk al op weg naar de uitgang. Wat ik doe is waarachtig, het is geen act.' De succesrijkste periode van de Van Halen valt te situeren in de eighties, maar in wezen hield de groep, zij het met drie verschillende zangers, haast een halve eeuw stand. Toch maakte de gitarist zich sinds de eeuwwisseling, door zijn drugs- en alcoholverslavingen, steeds vaker schuldig aan slordig gespeelde concerten en wispelturig podiumgedrag. 'Wat me dwars zat is dat de meeste fans niet eens merkten wanneer ik er een zootje van maakte', aldus de gitarist. 'Gecomplimenteerd worden om de verkeerde redenen - dàt is pas frustrerend'. Eddie van Halen, die een zware roker was, kreeg al in 2000 zijn eerste (mond)kankerdiagnose. Tijdens een operatie werd kort daarna een derde van zijn tong verwijderd. Toch hield hij altijd vol dat zijn ziekte te wijten was aan het feit dat hij regelmatig een metalen gitaarplectrum in de mond nam. Jarenlang hield hij zijn heikele gezondheidstoestand voor het publiek verborgen en bleef hij optreden alsof er geen vuiltje aan de lucht was. Van Halen was tweemaal getrouwd: eerst met de actrice Valerie Bertinelli, de moeder van zijn zoon Wolf, die de jongste jaren de bas hanteerde in de band van zijn pa. Daarna met Janie Liszewski, die zich sinds 2009 mevrouw Van Halen mocht noemen. Dat de gitarist niet vrij was van excentrieke trekjes werd duidelijk toen hij in 1980 een clausule toevoegde in zijn contract met concertorganisatoren dat er backstage altijd een schaal vol M&M-snoepjes aanwezig diende te zijn. Alleen mochten er onder geen beding bruine exemplaren tussen zitten. Toen een interviewer bij hem polste naar zijn favoriete song van Van Halen, hoefde hij niet lang ver het antwoord na te denken. 'Al mijn nummers zijn als mijn kinderen. Dus, hoe kun je nu zeggen dat je van het ene meer houdt dan van het andere? Laat ik het erop houden dat ik graag dingen speel die ik nog nooit eerder heb gespeeld. Gewoon omdat ze fris aanvoelen.'