Exact 12 jaar geleden bevond ik me in de zevende muziekhemel. Een auditorium in Barcelona, om precies te zijn, en op de bühne stond Portishead. Een dag eerder hadden ze het hoofdpodium van Primavera Sound afgesloten, en sprong Chuck D van Public Enemy mee op het podium. 'Fuck, we hebben wat gemist', zei ik nog beteuterd in de wachtrij, tegen mijn toenmalig lief.
...

Exact 12 jaar geleden bevond ik me in de zevende muziekhemel. Een auditorium in Barcelona, om precies te zijn, en op de bühne stond Portishead. Een dag eerder hadden ze het hoofdpodium van Primavera Sound afgesloten, en sprong Chuck D van Public Enemy mee op het podium. 'Fuck, we hebben wat gemist', zei ik nog beteuterd in de wachtrij, tegen mijn toenmalig lief.Een dik uur later liepen er tranen van ontroering over haar wangen. Sour Times was een favoriet van haar doodzieke vader, en ik was ze even kwijt, ver weg in een emotionele trance. Maar we zaten nog steeds op de derde rij, omringt door 2998 anderen in, op, of naast pluchen klapstoelen. Tijdens de zinderende finale sommeerde zangeres Beth Gibbons, een notoir schuchtere, wat onderkoelde verschijning, enthousiast het publiek richting podium. Zes tellen later stond ik op een armlengte van Adrian Utley, samen met tientallen anderen kont tegen kont te springen op We Carry On. Magisch. Behoren onvergetelijke concertervaringen als deze voorgoed tot het verleden? Of toch tot iemand een vaccin ontwikkelt dat ons tegen covid-19 beschermt? Ik hoop van harte van niet, maar de toekomst oogt niet bijster hoopgevend. Zo wordt er in Gent door enkele organisatoren nagedacht over hoe een concertzaal voor een staand publiek 'coronaproof' kan gemaakt worden. Architecten hebben enkele 'interessante ontwerpen' op tafel gelegd, klinkt het bij Vooruit. De coronamaatregelen rond social distancing in acht genomen zou de capaciteit van hun concertzaal terugvallen van 1150 naar 105 personen. In de nabij gelegen Handelsbeurs: 40 man, in plaats van 400. Om een decimering van de capaciteit (en inkomsten) te vermijden moet er dus creatief geredeneerd worden. Ik ben geen architect, maar oplossingen lijken me eerder beperkt. Aparte, van elkaar gescheiden 'concertbubbels', met plaats voor vier man? Met tussenwanden, zoals in een kantoorruimte. Gezellig. En wat met het contact tussen artiest en publiek? Grachtje graven, misschien. Want ik zie Zwangere Guy in z'n blote, zweterige bast niet vol goesting tekeer gaan achter een plexiglazen tussenwand. Bij symfonische orkesten of bepaalde jazzconcerten, daar 'zit' je zogezegd goed, maar zal er nog met bier gegooid mogen worden naar je favoriete punkband? Om over partikels spuwende frontmannen en -vrouwen nog maar te zwijgen. Cocaine Piss met mondkapje? Ik zie het niet. Op het strand van Oostende met een frigobox tussen vier zeilen in een zandbubbel zitten, tot daar aan toe. Maar een liveconcert is meer dan alleen vier muren, een podium, en publiek. Als de sterren juist staan is het magie, even weg van de wereld. Het is connectie. Verbroedering. 'One nation under a groove', zoals George Clinton met Parliament ooit zei. 'One nation elk apart opgehokt under a groove' - sorry, het bekt niet. Wie zit er eigenlijk écht te wachten op pop-, rock-, en hiphopconcerten waarbij ze niet vrij kunnen bewegen, vallen, opstaan en weer doorgaan? En wat met de artiesten? Ik vraag me af hoeveel er willen spelen, voor een zaal opgedeeld in steriele koterijen voor de happy few. Vorige week werd er zo een 'socially distant' concert georganiseerd in Arkansas. Niet bepaald een bruisende bedoening.In Nederland mogen vanaf 1 juni de concertzalen weer open. In TivoliVredenburg, te Utrecht, gaan de deuren 'op een kier', zoals ze het noemen. Dat wil zeggen: drie concerten of lezingen per dag, telkens voor dertig man. Bezoekers kunnen wel niet zomaar naar de bar, klinkt het, 'en moeten snel na een concert weer weggaan'. Jeetje! De 'essentie' blijft echter hetzelfde, vinden ze: 'bezoekers kunnen genieten van live muziek'. Van het nieuwe normaal vlot naar de nieuwe essentie. Met alle respect voor TivoliVredenburg, een mooie organisatie in een mooie stad: nee, bedankt. Wat dan wel? Ik heb ook geen mirakeloplossing voor het noodlijdende livecircuit. Behalve de idee dat de broodnodige steun bij voorkeur niet uit de hoed van een architect moet komen, en misschien wel van een politicus met een reddingsplan, voor een sector die niet alleen rechtstreeks en onrechtstreeks heel wat mensen tewerkstelt, maar er ook voor zorgt dat je zonder een subsidies slurpende luchtvaartmaatschappij in andere, hogere sferen kan geraken. Als een toekomst met volgepropte vliegtuigen essentieel is, dan zeker een toekomst met volgepropte concertzalen en festivalweides. Zoals het hoort, en dus niet vanuit een auto, of zoals dit Amerikaans bedrijfje fantaseerde: