Op Suddenly heeft Dan Snaith zijn vroegere experimentele aanpak en de gepolijste pop- en dancesound van zijn laatste platen, de melancholie en de euforie, tot op de millimeter uitgebalanceerd. De nieuwe Caribou staat vol onverwachte hiphoptwists en verslavende houseloops, is vol van leven en liefde, maar bevat ook tedere reflecties op vergankelijkheid.
...

Op Suddenly heeft Dan Snaith zijn vroegere experimentele aanpak en de gepolijste pop- en dancesound van zijn laatste platen, de melancholie en de euforie, tot op de millimeter uitgebalanceerd. De nieuwe Caribou staat vol onverwachte hiphoptwists en verslavende houseloops, is vol van leven en liefde, maar bevat ook tedere reflecties op vergankelijkheid. De plaat is ook het resultaat van een moeilijke maar bevredigende evenwichtsoefening tussen obsessief muziek maken en een gezond familieleven. De titel werd Snaith trouwens aangereikt door zijn jongste, tweejarige dochter. 'Plots was 'suddenly' haar woordje: er kwam niks anders meer uit', aldus de minzame Canadees, die bedachtzaam onze vragen beantwoordt, met het warme aura van een wijze, sympathieke prof. Dan Snaith: Toen ik muziek begon te maken, was dat iets dat zich in mijn verbeelding afspeelde, iets dat losstond van de realiteit. Dat voelde goed zo, logisch en gemakkelijk. Caribou was ook lang een instrumentaal project. Pas toen ik voorzichtig op mijn tracks begon te zingen, ging er een deurtje open naar het 'echte leven'. Daarvoor voelde ik me te kwetsbaar om persoonlijke dingen in de openbaarheid te gooien. Ik mag dan van nature geen échte zanger zijn, door teksten te schrijven en te zingen zijn mijn muzikale en mijn persoonlijke leven nu wel helemaal verstrengeld. Ik werk ook thuis, in de kelder, waar al mijn materiaal en mijn platencollectie staan. Met twee jonge dochters in huis is het dus geen kwestie van kiezen: ze walsen gewoon de studio binnen. Om in je platen te neuzen? Snaith: Om alles te doen of te zeggen wat er zich op dat moment in het brein van een meisje van twee of eentje van acht jaar afspeelt. (lacht) Tussen Swim (2010) en Our Love (2014) zat vier jaar, daarna was het ruim vijf jaar wachten op Suddenly. Is de verstrengeling van je gezinsleven en je muzikantenbestaan ook de reden waarom de pauzes tussen je album steeds langer duren? Snaith: Jazeker, en daar ben ik heel blij om. Het is gezonder zo, voor mezelf en voor mijn relatie met mijn naasten. Vroeger werkte ik elke seconde van de dag aan muziek. Zelfs nadat ik getrouwd was - dan word er toch van je verwacht dat je leven min of meer in balans komt - stond er geen maat op. Ik begon op mijn vader te lijken, besefte ik. Mijn vader is een wiskundige. Hij is ondertussen 75 en gepensioneerd, maar hij zit nog altijd de hele dag met cijfers in zijn hoofd. Hij staat ermee op en wisselt geen woord met mijn moeder tot ze samen lunchen. Het heeft iets heel autistisch, naar binnen gekeerds. Zo iemand wilde ik niet zijn. Ik zou misschien meer albums maken mocht ik nog steeds even obsessief te werk gaan, maar maakt dat je béter, als muzikant? Absoluut niet. Ik kan het andere muzikanten dus alleen maar aanbevelen: maak je relatie of je gezin deel van je creatief proces. Je zult er een beter mens door worden, en dus een betere artiest. Je gezin heeft invloed op je muziek, maar heeft je muziek ook invloed op je gezin? Je bent niet alleen muzikant, maar ook dj en een groot liefhebber van obscuriteiten op vinyl. Hoe zit het bijvoorbeeld met de luistergewoontes van je dochters? Snaith: Met mijn verzamelwoede valt het best mee, hoor. Ik hanteer nu een strikt come and go-beleid: mijn rekken staan vol, dus voor elke nieuwe plaat moet er eentje uit. Een tijd geleden heb ik zo een deeltje van mijn collectie - een paar honderd platen - weggeschonken aan de Oxfamwinkel in mijn buurt. Die had dat aangekondigd via sociale media. Het resultaat was totale chaos. (lacht) Echt, ik kreeg een berichtje van de winkel dat de plotse stormloop op de winkel voor gevaarlijke toestanden zorgde. Anyway, de écht waardevolle of bijzondere stukken blijven mooi in het rek - uiteraard. En wat mijn dochters betreft: voor vinyl zijn ze nog wat te jong en ik wil niet dat ze constant aan de smartphone of tablet hangen. Dus heb ik voor de oudste enkele jaren geleden een cd-speler gekocht, die samen met een stapeltje cd's op haar kamer staat. Aretha Franklin, Joni Mitchell, A Love Supreme van John Coltrane, Abba, Stevie Wonder... You know, the essentials. Omdat ik belang hecht aan muziek als een fysiek object dat je met respect dient te bejegenen en ik dat wil doorgeven, maar ook omdat ze dan zelf bewust kan en moet kiezen wanneer ze naar wat luistert. Lange tijd was dat vooral The Beatles - die zaten er uiteraard ook tussen - maar bijvoorbeeld ook Selected Ambient Works Volume II van Aphex Twin, telkens als ze ging slapen. Zo zie je maar: goede muziek vindt altijd zijn bestemming, zelfs bij een achtjarige. Dit jaar is het tien jaar geleden dat Swim verscheen, het album dat je doorbraak betekende. Plots ging je van obscure knoppendraaier naar producer van festivalhymnes als Sun. Hoe kijk je terug op die ommekeer? Snaith: Dat ik plots een soort danceproducer was, had ik totaal niet zien aankomen. 'Ik, een hit op Ibiza? Echt?' (lacht) Het was in elk geval niet mijn intentie. Maar ik heb met die plaat een hele nieuwe wereld en een ander publiek aangeboord, iets waar ik heel dankbaar voor ben. Our Love, de opvolger van Swim, was deels een antwoord op die ontmoeting. Can't Do without You bijvoorbeeld heb ik wél bewust met een groot openluchtfestival en een ondergaande zon in het achterhoofd gemaakt. Maar ik ga nu ook niet telkens zitten rekenen: 'Oei, staan er wel genoeg club bangers op mijn volgende plaat?' Dat zou me te cynisch zijn. Welke maatstaf hanteer je wel? Snaith: Alle muziek die ik uitbreng, moet haar plaats in de wereld verdienen. Dat is lastig, want ik héb al behoorlijk wat muziek uitgebracht. (glimlacht) Er zijn artiesten die, wanneer ze bij een bepaald jubileum terugblikken, moeten vaststellen dat het enthousiasme voor hun nieuwe muziek verbleekt bij de reactie op hun doorbraakalbum van tien jaar geleden. Die gedachte houdt me scherp. Elke nieuwe plaat moet even relevant zijn als al de vorige, want ik heb het gevoel dat mijn traject, dat tien jaar geleden een hoge vlucht nam, nog steeds in stijgende lijn gaat. Mijn enige maatstaf is dus mijn perfectionistische zelf, wat al moeilijk genoeg is. Mocht ik Stevie Wonder als voorbeeld beginnen te gebruiken, dan loopt het mis. Die weg leidt naar de waanzin. Eind vorig jaar stond zowel Swim als Our Love in lijstjes met de beste platen van het decennium, tussen andere hedendaagse albums waar ik van houd. Dat voelde wel zeer bevredigend. Dat voelde als relevantie. En ja, ik heb enkele van die lijstjes bewust doorplozen. (lacht)Bij het maken van Our Love had je naar verluidt zeshonderd verschillende muziekbestandjes op je computer staan, die je moest filteren en kneden tot tien tracks... Snaith: En deze keer waren het er minstens negenhonderd, voor uiteindelijk twaalf tracks. Mijn manier van werken is een ramp, en het wordt er duidelijk niet beter op. (lacht) Vaak duren die schetsen - samples, loops, melodietjes - niet langer dan dertig seconden, maar als je vijf jaar aan een plaat werkt, stapelen ze zich natuurlijk wel op. Gelukkig heb ik twee heel goede klankborden: mijn vrouw en mijn goede vriend Kieran Hebden (alias Four Tet, nvdr.). They don't bullshit, op hen kan ik rekenen om het kaf van het koren te scheiden. Zonder Kieran was ik nooit heelhuids door die negenhonderd ideeën geraakt: het was geen gezond proces meer. We zijn al lang bevriend, maar deze keer begon zelfs hij zich zorgen te maken. (lacht) Hebden heeft nog in je band gezeten, toen je na de release van Swim met het vijftienkoppige Caribou Vibration Ensemble de hort op ging. Ook de avant-gardesaxofonist Marshall Allen, een associé van Sun Ra, deed toen mee. Nog plannen in die richting? Snaith: Correctie: we hebben maar drie keer met die voltallige bezetting gespeeld: één keer op het festival All Tomorrow's Parties in Brighton, één keer in Londen en één keer in Gent (in de Vooruit, nvdr.). Geweldige ervaring, hoor, vooral met Marshall erbij. 'Ontmoet nooit je helden' wordt gezegd. Ik zou daaraan willen toevoegen: 'Tenzij het rare, stokoude jazzmuzikanten zijn.' (lacht)Colin Fisher, die sax speelde in dat ensemble, is trouwens de enige gastmuzikant - op gitaar - die aan Suddenly meewerkte. Ik heb hem destijds door die shows leren kennen. Het zou leuk zijn om nog eens zoiets op poten te zetten, maar dan opnieuw quasi-eenmalig, geen hele tournee. Massive Attack gaat met de trein op tournee, om hun ecologische voetafdruk te beperken. Coldplay gaat om dezelfde reden voorlopig zelfs helemaal niet meer toeren. Ben jij bezig met die problematiek? Snaith: Heel erg zelfs. Ik heb ons hele productieproces - van het vinyl persen en de verpakking van cd's tot een groot deel van de tournee - afgetoetst met Julie's Bicycle, een Londense vzw die mensen in de creatieve sector met hun voetafdruk helpt. Zo worden de platen nu in een andere fabriek geperst, omdat de distributie dan efficiënter kan. De hele productie - inclusief streaming, want ook die heeft een grote impact - wordt sowieso koolstofneutraal gemaakt, door de aanplanting van bomen. En we gaan slapen op de tourbus en douchen in de backstage, wat blijkbaar ook een pak scheelt. Eerst dacht ik in Engeland met de trein te reizen, maar dan slaap je in hotels en dat zijn heel grote boosdoeners op het vlak van milieu. Kijk, het zijn kleine beetjes, maar ze helpen. Hoe het in de zomer moet, wanneer we in twee dagen tijd van pakweg Pukkelpop naar San Francisco moeten raken, daar heb ik nog geen antwoord op. In elk geval níét met privéjets, maar alleen nieuwe boompjes planten is eigenlijk ook een beetje hypocriet. In elk geval, mijn licht dwingend advies aan alle artiesten: denk alsjeblieft na over je voetafdruk en slaap gewoon op je tourbus, mensen! Stinken doe je sowieso. (lacht)