Altijd blij om iets nieuws van Caribou te zien arriveren, en het omgekeerde laat zich ook inbeelden: dat Dan Snaiths exploten staan te popelen om het publiek een verwelkomende arm om de schouder te leggen. Je hebt een patent op vernuftig uit elektronica gepuurde verrukking of je hebt het niet. Of hoe zou u anders muziek omschrijven die zoveel finesse, diepgang, avontuur en emotie etaleert?
...

Altijd blij om iets nieuws van Caribou te zien arriveren, en het omgekeerde laat zich ook inbeelden: dat Dan Snaiths exploten staan te popelen om het publiek een verwelkomende arm om de schouder te leggen. Je hebt een patent op vernuftig uit elektronica gepuurde verrukking of je hebt het niet. Of hoe zou u anders muziek omschrijven die zoveel finesse, diepgang, avontuur en emotie etaleert? In wat hij met zijn hoge, kwetsbare stem zingt, kraamt Snaith al evenmin onzin uit. Suddenly is een plaat over liefde en sterfelijkheid: zaken die ons allemaal aanbelangen, vaak onverwacht overkomen en lange naschokken veroorzaken. Nogal wiedes dat die trillingen ook in Snaiths muziek curves maken. Sloofde hij zich op voorgangers Our Love (2015) en Swim (2010) nog uit om de zaak sonisch coherent te houden, dan vond hij nu in de gebeurtenissen van zijn familiale leven - de geboorte van zijn tweede dochter, schielijke sterfgevallen, de afbrokkelende gezondheid van zijn ouders - een artistieke verantwoording om de dingen te laten zoals ze zich manifesteerden. Luister maar naar Sunny's Time: klassiek minimalisme met hiphop gelardeerd, waarbij de verwrongen pianonoten gaandeweg op aandoenlijke wijze de toonladder afglijden. Of het bijna sculpturale New Jade, subliem vormgegeven uit donderende roffels, verhakkelde vrouwenstemmen en sussende, citerachtige klanken. Verder willen we de advocaten van het wollige Londense folkpopduo Bear's Den geen kluif toewerpen, maar Red Earth & Pouring Rain klinkt nogal flagrant door in wat Snaith als You and I presenteert. Even toch. Want halverwege schiet het nummer plotsklaps een glibberig electroterrein op, wat de kwestie alsnog in Snaiths voordeel beslecht. Wat een song. Nog breder maakt Snaith zijn palet met de sample van Home van oude soul sister Gloria Barnes, waarrond hij het gelijknamige, aan The Avalanches verwante nummer construeert. Verder uit zijn hechte band met de dansvloer zich in Never Come Back, een en al Chicago house-pianoriedels en een dwingende hihat. Of in het al even aanstekelijk pulserende, op electrofunk geënte Ravi. In de sombere coda Cloud Song komt Snaith bijna voor als een beteuterde James Taylor - een singer-songwriter maar dan omgeven door digitale tintelingen. Wanneer de Canadese freejazzgitarist Colin Fisher er finaal een gevleugelde solo om komt winden (niet voor het eerst op deze plaat) weet je: geen diepe put of Dan Snaith trekt er zichzelf wel uit.