Lees ook: Dit was dag een van Best Kept Secret: Dreampop, millionaires en bitches
...

Wie de echte festivalervaring wil meemaken, moet in een krakkemikkig tentje op de camping blijven overnachten. Daar, in de vroege uurtjes waar nachtraven mondjesmaat het terrein op strompelen, zie je wat slimmere mensen dan wij bedoelen met 'condition humaine': goedbedoelende dronkaards die tussen tenten vol slapende mensen naar een toevallige passant schreeuwen: - Is Wouter hier? - Welke Wouter? - Wou 't er iemand hier nog een pintje? Waarna onder de gesprekspartners een hilariteit ontstaat die je niet kan begrijpen als je er niet bij was. Sommigen vinden dat charmant, zelfs interessant. Wij zijn niet dat soort persoon.Gelukkig doet Best Kept Secret wel zijn best om die camping een stuk draaglijker te maken. Twee minuutjes aanschuiven voor een (toegegeven, koude) douche: check. Nog eens twee minuutjes aanschuiven voor een yoghurt met vers fruit en granola: check. Een koffie meepikken zonder ellenlange rij: helaas, je kan niet alles hebben. Voor een veeleisende festivalganger is het hier niettemin een verademing. Dat de gemiddelde kampeerder hier geen drie dagen loopt de stinken, draagt nog geen beetje bij aan de charme van Best Kept Secret. Nog meer dan gisteren biedt de tweede festivaldag volop avontuur en muzikale ontdekkingstochten, met kansen voor kleine indiebands om voor een groot publiek te spelen. Wildes staat meteen na de middag geprogrammeerd, en toch loopt de tent quasi vol. Indrukwekkende omstandigheden voor een vrouw die schoorvoetend moest toegeven dat ze nooit eerder op een festival speelde. Meer nog: 'it's actually our second real gig,' lachte de 19-jarige Ella Walker wat ongemakkelijk. Die gêne smelt snel weg zodra Walker haar keelgat opentrekt. Wat ze mist aan ervaring, maakt ze ruimschoots goed met een stem die vooral in de hoge regionen mokerslagen uitdeelt. Dat ze slechts een handvol songs onder de arm heeft, was evenmin een probleem, want die songs schuurden meteen zelfzeker tegen Daughter en The xx aan. Diep galmende drums en melancholische synths zorgen voor een aangenaam meeslepende roes in nummers als "Illuminate" en "Bare". Meer dan een halfuur heeft Wildes niet nodig om indruk te maken, al is het voor Walker wel brute pech dat London Grammar al bestaat. Van daar gaat het in een beweging naar de Secret Garden, een met schommels en lampionnetjes verlicht straatje foodtrucks dat dwars door het bos van de Beekse Bergen loopt, waar festivalgangers de pinten van de vorige dag wegspoelen met een kopje slow coffee van bij de Chinees. Ons gezelschap voelt de honger al opkomen, en gaat voor een portie vers stoofvlees, steak met handgesneden frietjes, en een pulled pork burger. Wie zei er ooit dat festivalkost niet gastronomisch kon zijn?Mochten de yoghurt met granola, de handgesneden frietjes en de veganistische burgers van gisteren het nog niet verraden hebben: Best Kept Secret is een uitstekende habitat voor hipsters die voor een festival hun meest ecologisch verantwoorde 7/8e-broek uit de kast halen. Als er op dit moment één band is die niet kan ontbreken voor zo'n publiek, is het Whitney wel. Zanger Julien Ehrlich zíet er niet alleen uit als de opperhipster, zijn muziek klinkt ook exact zo. Ehrlich is bovendien ook een beetje een poseur: aan het begin van zijn set wil hij graag nog even melden dat de late night snacks van gisteravond zijn maag flink parten spelen, en vraagt hij of iemand wat funky paddestoelen heeft zodat hij alles snel even kan overgeven. De rest van zijn set drinkt hij lustig van een flesje wijn, dus de kans zit erin dat het met die maag nog wel meevalt. Ehrlich heeft dan weer mee dat hij een poseur is die zo sympathiek overkomt dat je hem alles vergeeft. Vanaf de eerste frivole noten van "Dave's Song" voel je de tent achteroverleunen op lome grooves en die kenmerkende falsetstem. Frisse americana danst een tango met kastanjettes in "No Matter Where We Go", "Polly" krijgt middels wat trompetten aanstekelijk big band-allures aangemeten, en in "Light Upon The Lake" trippelen minzame pianoriedels voorbij die zo bij Eels weggeplukt konden zijn. Klinkt als de perfecte zomerband? Was het ook. Een gin tonic erbij, een stel Mac Demarco-gitaartjes voor wat funky plaagstoten, en toptrack "Golden Days" maakte zijn naam helemaal waar. Whitney moest voor zo'n dankbaar publiek niet eens een grootse set spelen om een uur lang te scoren. Derde etappe van de avonturentocht, na de etherische droompop en de zomerse grooves: het hemeltergend lawaai van Cloud Nothings, hofleveranciers in nietsontziende lo-fi rock. Dinosaur Jr. en Shellac loeren voortdurend om de hoek, al heeft de band op zijn meest recente plaat een geluid aangenomen dat een stuk toegankelijker klinkt dan de soms hermetische noise van weleer. In "Modern Act" wordt de groep zelfs even melodieus, maar dat idee blijft niet lang hangen: Cloud Nothings is gekomen om kabaal te maken, en dat doen ze. Oordopjes zijn geen overbodige luxe tijdens de hardcore-oprispingen in "Darkened Rings" of de wall of sound van "I'm Not Part Of Me". Genade was evenmin op zijn plaats tijdens loeiende versies van "Now Hear In" en "Realize My Fate. Het tempo gaat steeds steiler de lucht in, de post-punk wordt met de minuut driester, en de drums bijten bijwijlen als ratelslangen in je kuiten. Tegen de tijd dat "Realize My Fate" voorbijraast, is driekwart van de tent al lang murw geslagen.En dan is het hollen. Best Kept Secret is het soort festival dat bands op het ene podium laat beginnen op exact hetzelfde moment dat op andere podia de sets stoppen. Dat is vervelend, want daardoor moet je je al eens voor het eind van een set naar de andere kant van het terrein spoeden. Laatkomers hadden bij Mitski geluk, want de eerste minuten worden volledig ingepalmd door gekibbel over de geluidsafstelling. De ergernis bij zangeres-gitariste Mitski Miyawaki werkt nog na in "Dan The Dancer" dat grinta mist, maar daarna gaat het dak eraf en ontpopt Mitski zich tot een nieuwerwetse PJ Harvey, wild uithalend met stuurse melodieën en kwade rock."First Love/Late Spring" en "I Bet On Losing Dogs" lonken dan weer naar Angel Olsen. Mitski groeit doorheen haar set, en met salvo's als "Townie", "Your Best American Girl" en "My Body's Made Of Crushed Little Stars" toont ze dat haar female powerrock ver uitstijgt boven haar beperkte bekendheid. Al gokken we dat daar weinig verandering in zal komen: roem is het laatste dat Mitski zoekt. Jammer, want ze is veruit een van de interessantste vrouwen die de laatste jaren een plek wist te vergaren in de nog steeds door mannen gedomineerde rockwereld. Ver boven al dat muzikaal geweld staat op de tweede festivaldag een headliner die al lang geen introductie meer nodig heeft. Met hun vijfde album op de planken zijn de Canadezen deze zomer een van de gegeerdste headliners - dat zijn ze eigenlijk al jaren - en dat Best Kept Secret ze wist te strikken, toont aan hoe dit festival pijlsnel zijn torenhoge ambities waar weet te maken. "Everything Now" heet die op til zijnde vijfde plaat, en het handvol nieuwe nummers dat door de set geweven wordt, laat alvast horen dat Arcade Fire alweer nieuwe, opwindende windrichtingen opgezocht heeft. Vooruitgestuurde single "Everything Now" strooit vooraan in de set met fonkelende discolijnen en Abba-koortjes, nadat "Wake Up" met de kracht van een anthem de set vol energie had geopend. In een sprankelend "Haïti" eist Régine Chassagne de hoofdrol op, in "Here Comes The Night Time" - exact getimed tijdens de zonsondergang - reikt Win Butler naar de sterren terwijl de rest van de band wulpse patronen van eclatante funkrock weeft. Het vuurtje dat Arcade Fire stookte, was van een ongekende warmte.Met "No Cars Go", "Windowsill" en "Neon Bible" is er al vroeg ruimte voor een rits oude nummers, maar geen enkele noot klinkt gedateerd - al had "Windowsill" wat ons betreft gerust geknipt mogen worden. Arcade Fire trekt in 2017 meer dan ooit de elektronische kaart, en de oudere songs hebben een frisse update gekregen waardoor pakweg "Ready To Start" en "Afterlife" onverwachte uitstapjes kregen vol blieps en frivole beats. In een monumentaal "Sprawl II (Mountains Beyond Mountains)" doken suikerige synths het bad in met glinsterende neonverlichting, Caraïbische beats, seventiesdiscoen en een batterij Space Invaders-elektronica. Deze band heeft zichzelf futureproof gemaakt, zoveel is duidelijk. Aan het eind haalt Arcade Fire de grote kannonnen boven. Een klavecimbeldeuntje kruipt over je rug en mondt uit in een furieus "Power Out", "We Exist" schudt ongenadig hard met de heupen, en de dertien jaar oude publiekslieveling "Rebellion (Lies)" wordt gespeeld met een razernij die je niet meer verwacht in een song die voor deze band bijna als een verplicht nummertje zou kunnen gaan aanvoelen. Een tot tranen toe ontroerend "Intervention" vormt uiteindelijk de afsluiter van dit weergaloos concert. Arcade Fire is eenvoudigweg de allergrootste band geworden die in de jaren 2000 opstond. Niemand - geen Arctic Monkeys, geen Alt-J, geen Editors - komt ook maar in de buurt.