Wie aan Belgische dansmuziek dacht, noemde tot voor kort namen als The Confetti's, Da Boy Tommy, Technotronic of zelfs Netsky. Sinds een kleine drie jaar mogen we er ook Marc Moulin - de man die de heerlijke intro van Callboys schreef - orgelvirtuoos André Brasseur en producer Jean Kluger aan toe te voegen. Met dank aan Stefaan Vandenberghe, baas van platenlabel SDBAN, en zijn compilatieplaat Funky Chicken: Belgian grooves from the seventies.
...

Wie aan Belgische dansmuziek dacht, noemde tot voor kort namen als The Confetti's, Da Boy Tommy, Technotronic of zelfs Netsky. Sinds een kleine drie jaar mogen we er ook Marc Moulin - de man die de heerlijke intro van Callboys schreef - orgelvirtuoos André Brasseur en producer Jean Kluger aan toe te voegen. Met dank aan Stefaan Vandenberghe, baas van platenlabel SDBAN, en zijn compilatieplaat Funky Chicken: Belgian grooves from the seventies.Er bleven nog veel groovende pareltjes onontgonnen en dus dook Vandenberghe weer in zijn platenkast voor opvolger Funky Chimes. 'Het is een gevorderde selectie geworden', zegt Vandenberghe. 'Eentje voor de liefhebbers van Funky Chicken, met wat obscuurdere nummers.'Dat betekent ook moeilijker zoekwerk. Vandenberghe haalt zelf Punktowiec van Skleroptak aan, een eenmalige samenwerking tussen de big band van de toenmalige BRT en saxofonist Jan Wróbleski. 'Om de rechten te bemachtigen, moesten we onze connecties in Polen aanspreken. We kwamen bij Wróbleski uit via zijn drummer, de muzikant zelf bleek quasi blind te zijn geworden. Van nummers uit de jaren 70 is het ook altijd zoeken waar nu net de rechten zitten: bij het label, bij de manager, bij een of meerdere muzikanten...'Nog een ontdekking waar hij trots op is: Pink Movement van Experience. 'Het nummer stond op een flexidisc, een plooibaar plaatje dat vroeger gratis werd meegegeven bij aankoop van een tijdschrift of een zakje chips. De kwaliteit was navenant, maar gelukkig konden we er nog een goede master van maken', lacht Vandenberghe. En de labelbaas, die eerder ook Koen De Bruyne - broer van Kris - en René Costy heropwaardeerde, heeft nog verborgen pareltjes in zijn mouw zitten. 'Mona Call van Kiosk is een van de eerste nummers die Marc Moulin ooit maakte', legt hij uit. 'We hebben het enkel maar te pakken gekregen dankzij onze goede band met zijn weduwe.'En dan is er nog Spuitje op, laat je rijden, een nummer waarop de Belgische kleinkunstenaar Hugo Raspoet, vooral bekend van Helena, onbeschaamd funky gaat over... doping. 'Dat is die ene track waarin de muzikanten uit de band springen, die je wel vaker op een album hebt. Een hele coole, groovy track, maar dan in het Nederlands.'Dezelfde namen - Moulin, Brasseur, de Klugerbroers - komen regelmatig terug, maar toch wil Vandenberghe niet van een scene spreken. 'Je kon nergens naar een zaal of een club gaan waar al die groepjes samen speelden. Iedereen deed zowat zijn ding, met wisselend succes in binnen- en buitenland', schetst de samensteller. Wel duiken er volgens hem een aantal grote tendenzen op. 'Er is het netwerk aan studiomuzikanten, voornamelijk rond de Klugers, die veel b-kantjes inspeelde en jams inblikten voor de auteursrechten. Ook rond Luik en Brussel gebeurde er toen heel wat, maar daar zat niet veel samenhang in.'SDBAN heeft nog releases in de pijplijn zitten. 'Binnenkort volgt er een compilatie over Jack Sels, een van de beste saxofonisten die België ooit gehad heeft. Hij is vrij jong gestorven en nooit naar het buitenland getrokken, vandaar dat hij tussen de plooien van de tijd dreigt te verdwijnen.'