Wat een gewone sterveling over the top vindt, is voor Matthew Bellamy de gewone gang van zaken. Als de frontman van Muse bij een vriend op bezoek gaat, belt hij niet gewoon aan: hij blaast doodleuk de voordeur uit haar hengsels. Dient in zijn tuin het gras te worden gemaaid, dan komt hij gegarandeerd met een dorsmachine op de proppen. En waarom zou hij zich met de fiets verplaatsen als er ook bulldozers bestaan? Zeker, Bellamy heeft een breed stembereik. Maar als hij zingt, wat hij niet zelden doet met toegeknepen billen, waant hij zich minstens op het podium van de Scala in Milaan.

Als hij de snaren beroert, waar hij behoorlijk goed in is, waagt hij zich gegarandeerd aan krachtpatserij van het 'kijk-mama-zonder-handen-type. Een gitaar is, getuige een nummer als Supermassive Black Hole, in zijn handen trouwens nooit zomaar een gitaar. Neen, het is minstens een machinegeweer, een vlammenwerper of een raketlanceerder. De één noemt het ambitie, de ander grootheidswaanzin. En feit is: bij Muse is alles op het randje.

Eigenlijk is Bellamy enkele eeuwen te laat geboren. Het liefst zou hij zich meten met Bach of Mozart. In Werchter goochelde hij met klassiekerige preludes, ging hij zich te buiten aan Wagneriaanse bombast en werd ongeveer alles in 'bigger than life'-proporties uitvergroot. Want hey, waarom zou je de lift nemen als je met de overtreffende trap nog een etage hoger komt? Dus mepten twee bandleden tijdens de intro van Pray op de grootste basdrums die we ooit zagen, werden er dansende robots opgevoerd en verscheen er, naar het einde toe, een cyborg-skelet ter grootte van een gebouw van vier verdiepingen, dat het varken van Pink Floyd voorgoed moest doen vergeten.

Een passage van Muse kun je bezwaarlijk een concert noemen. Het is een spektakel, een uitgekiende show waarbij je voortdurend wordt wegeblazen door verrassende, hoogtechnologische snufjes, aangeleverd door het bedrijf Microsoft. Een beetje ironisch wel, want de plaat die tijdens de huidige tournee centraal staat, Simulation Theory, is een dystopische songcyclus over artificiële intelligentie en over hoe de macht van de technologie ons allemaal dreigt te verpletteren.

Muse op Rock Werchter 2019 © Wouter Van Vaerenbergh

Als toeschouwer keek je dus je ogen uit. Bellamy droeg een leren vest waarvan de rug een soort videoscherm vormde, en een donkere bril waar digitale boodschappen op verschenen. Op een bepaald moment bleek hij zelfs hij over een bionische arm te beschikken. Tijdens Thought Contagion verscheen dan weer een hoop dansende en kruipende figuranten op het podium, wier gezichten waren vervangen door depersonaliserende computerschermen. En dan hebben we het nog niet gehad over de interludia met sinistere animatiefilmpjes vol smeltende lichamen.

Op speciale effecten hadden de Britten duidelijk niet bespaard, maar uiteraard kan een groep die twintig miljoen platen heeft verkocht financieel wel tegen een stootje. Voor alle duidelijkheid: Matt Bellamy, bassist Chris Wolstenholme en drummer Dominic Howard, in Werchter bijgestaan door enkele gasten, zijn absolute virtuozen. Jammer dus dat die virtuositeit vaker ten dienste staat van hun ego dan van hun met prog- en metalinvoeden doorspekte nummers. Vaak hoorde je dus geniale details in op zich middelmatige songs of hoorde je op zich puike songs die dermate gezwollen uit de luidsprekers kwamen dat je er, voor alle zekerheid, een arts op wilde afsturen.

De interessantse momenten waren dus de meest verrassende, zoals het vingerknippende Propaganda, waarin Muse ongegeneerd de Prince-toer opging, of de akoestische versie van Dig Down, opgeleukt met een gospelkoortje. Regelmatig maakten de heren gebruik van een lange catwalk die bijna tot halverwege het festivalterrein liep. Dat liet hen toe te midden van hun publiek te spelen, zonder al teveel kunstgrepen. Maar je ontkwam niet aan Bellamy's messiaanse trekjes -als hij de fans opzocht en aanraakte was het alsof Christus over het water liep- of aan zijn voorliefde voor theatraliteit. Zo verwees hij in Take A Bow, dat hij zong met een schedel in de hand, expliciet naar Hamlet van Shakespeare.

De dingen worden bij Muse nooit zomaar gesuggereerd. Neen, als Matt Bellamy Mercy zingt, zijgt hij ter plekke op zijn knieën. En wanneer de band zijn massaal meegegalmde hits afgevuurt, type Uprising, Time Is Running Out of Plug In, Baby, gebeurt dat uitsluitend met uitroeptekens en in kapitalen. Precies zoals hun publiek het graag hoort, dus. Zelden een nummer gehoord waarvan de titel de teneur zo perfect samenvat als Hysteria.

Geen idee hoe de muze van Muse er uitziet, maar we zijn er vrij zeker van dat ze last heeft van overgewicht. Geen hond in het pubiek die aan deze vaststelling echter een boodschap had. De medley met Stockholm Syndrome en New Born en afsluiter Knights of Cydonia was voor duizenden aanwezigen wellicht het muzikale hoogtepunt van het jaar. En dan moest het echte vuurwerk nog beginnen.