Portland laat het heel even regenen in The Barn (***)

Pouring rain op de heetste dag van Rock Werchter! In liedjesvorm dan toch, want het is met die gelijknamige radiohit dat Portland zaterdagmiddag zijn set in The Barn afsloot. Een Momentje, niet alleen voor het duchtig meekwelende publiek maar ook voor de groep zelf, die meermaals vol ongeloof de tent in tuurde. 'Onwerkelijk', zei zangeres-toetseniste Sarah Pepels bij het overschouwen van de mensenzee. 'On-wer-ke-lijk.'

Sinds de droompopgroep rond Pepels en zanger-gitarist Jente Pironet in 2018 De Nieuwe Lichting won rijfden ze een platendeal bij de stal van Oscar and the Wolf en Bazart binnen en stuurden ze met Lucky Clover en Expectations nog twee aardig onthaalde nieuwe singles de ether in. Maar The Barn van Werchter vullen - het spel werd halverwege het concert afgesloten wegens volzet - is nog een ander paar mouwen. Met name voor Pironet was het een droom, zo gaf hij vooraf meerdere keren te kennen. Hij groeide dan ook op nog geen half uur rijden van hier op. Laat ons vooral hopen dat hij na de show niet te voet terug naar Scherpenheuvel moest.

Rock Werchter 2019, dag 3 © Wouter Van Vaerenbergh

De show liep trouwens op wieltjes, en zo vanzelfsprekend was dat niet. Het kwartet speelde namelijk een set die zowat voor de helft gevuld was met songs die nog niemand gehoord had. Ally Ally bijvoorbeeld, een verstilde ballad over 'eyes full of poetry'. Of Sad-eyed Plain Butterly, van alle nog te verschijnen nummers hetgene dat de beste indruk naliet. Wat sommige andere Portland-tracks soms ontbeerde had deze wél: grillige synths, feedbackende gitaren, kortom: púnch.

Meer van dattum op dat debuutalbum, please!

Ibe ontpopt zich tot posterboy van de pianopop (****)

Koen Wauters op Rock Werchter! Althans: in de frontstage, van waaruit hij Ibe Wuyts, zijn poulain uit The Voice, de clubtent moeiteloos naar zijn hand zag zetten.

Zijn eerste stappen in de muziek zette de 17-jarige Genkenaar al vóór hij aan The Voice deelnam. Twee jaar geleden won hij een Ed Sheeran-coverwedstrijd van Studio Brussel. Net als Sheeran is Ibe van het sympathieke, ietwat nerdy boy next door-type, maar verder hoeft u Wuyts er niet van te verdenken een goedkope kloon te willen zijn. Zijn cover van Tenerife Sea liet hij in Werchter zelfs achterwege (enkel die van Billie Eilish' When the party's over uit The Voice mocht blijven).

Rock Werchter 2019, dag 3 © Wouter Van Vaerenbergh

Wuyts heeft, amper twee maanden na zijn zege in de Vtm-talentenjacht, al een aardig waaiertje aan eigen songs klaar - zes om precies te zijn, waarvan hij er een samen met Jente Pironet van Portland schreef, en een andere met de Britse superster Jonathan Jeremiah. Genoeg om een festivalset van een half uur mee te vullen, dus. Een set waarmee hij het publiek deed klappen, zingen, zwijgen én huilen, en waarmee hij zichzelf zo in een adem tot de posterboy van de vaderlandse pianopop bombardeerde.

Wauters versus Wuyts: 0-1.

Strand of Oaks grossieren in kippenvel (****)

We weten het nu wel zeker: in Timothy Showalter, de man achter Strand of Oaks, huist zowel een hippie als een dominee. 'Let's all be connected', sprak hij in The Barn, en zijn congregatie deed er alles aan om hem ter wille te zijn. Vonden we dat een probleem? Neen, want Showalter maakt muziek op leven en dood. Pak hem zijn gitaar af en hij wordt gek. Niemand heeft de jongste jaren dan ook zoveel prachtige songs geschreven over de helende kracht van rock-'n-roll als hij. De radio en een handvol platen sleepten hem ooit door een moeilijke adolescentie en zelfs vandaag helpt het schrijven van liedjes hem zijn mentale evenwicht te bewaren.

Het eerder dit jaar verschenen Eraserland, de zesde van Strand of Oaks, was de plaat van de heropstanding na een zware dip. In de studio kreeg Showalter daartoe de hulp van My Morning Jacket, maar tegenwoordig beschikt hij weer over een prima band, waarmee hij nu ook Rock Werchter mocht inpalmen. Dat lukte aardig, want de zanger heeft een speciale relatie met ons land, waar het publiek hem al vroeg aan de boezem drukte. Hoe dat komt? Tim Showalter is een bevlogen performer die afwisselend herinnert aan Ryan Adams, Tom Petty en The Replacements en die ieder woord meent dat uit zijn keelgat komt.

Strand of Oaks op Rock Werchter 2019 © Wouter Van Vaerenbergh

Live leverde dat overrompelende nummers op, zoals Radio Kids en Shut In, die, wat ons betreft, viermaal daags op de ethergolven mogen surfen. Het repertoire van Strand of Oaks slingerde heen en weer tussen licht (Everything) en donker (het pakkende Visions), maar hét hoogtepunt van de set was ook nu weer het lange, slepende 'JM', een ode aan de veel te vroeg gestorven songwriter Jason Molina. Daarin hoorde je, met een beetje verbeelding Crazy Horse briesen zoals destijds in Cortez the Killer. Kippenvel!

Showalter besefte nog net op tijd dat je een festivalset maar beter met een luchtige noot kunt afsluiten. En hoewel Rest of It niet tot zijn beste nummers behoort, gaf het publiek zich met veel plezier gewonnen.'Thanks for making me happy', zei de opper-eik nog. Graag gedaan, Tim.

The Murder Capital is als een racewegen zonder remmen (****)

Eerder dit jaar zorgde The Murder Capital al voor één van de uitschieters op EuroSonic in Groningen. Net als hun geestgenoten van Fontaines DC komen de heren uit de grauwe achterbuurten van Dublin, waar je met een knipmes in de hand doorgaans verder komt dan met verbale argumenten. De vijf leden van The Murder Capital ogen, niet toevallig, als tuig van de richel. De bassist zouden we bijvoorbeeld niet graag in een donker steegje tegenkomen.

Intens en brutaal waren dus de sleutelwoorden. De twee kermende en snauwende gitaren verwezen naar de (post)punk van Fugazi, de Sex Pistols, The Fall en The Birthday Party. Ze deden vooral dienst als percussietuigen, terwijl het toonloze gegrom van frontman James 'More is Less' McGovern uit een kerker vol ratten of ander ongedierte leek op te kringelen.

The Murder Capital op Rock Werchter 2019 © Wouter Van Vaerenbergh

Het zonovergoten podium van The Slope leek voor The Murder Capital geen vanzelfsprekende biotoop, maar nummers als Don't Kling to Life, Green & Blue of Love, love, Love kregen het publiek wonderwel in beweging. In ons boekje noteerden we: 'cool as fuck', 'opwindende tyfusherrie' en 'een band als een racewagen zonder remmen'. Geen geringe complimenten dus. De Ieren brengen op 16 augustus hun langspeeldebuut When I Have Fears uit. Wie zijn buren eens flink op stang wil jagen, kan met dat kleinood zeker zijn voordeel doen.

Tourist LeMC verbindt waar anderen verdelen (****)

Hiphop uit -grofweg- eigen streek: in Werchter was het dit jaar een succesformule. Want na het ketje Zwangere Guy wist ook de troubadour van 't stad, Tourist Le MC, de drukbevolkte Barn in te pakken. 'Laat me binnen', verzocht hij in OLV. En die wens werd prompt ingewilligd: de aanwezigen hadden immers bij aankomst hun hart al wijd open gezet.

We weten het al langer: de volkheld van de Seefhoek brengt met zijn poëtische 'verhalen van de wijk' bij het Vlaamse publiek een gevoelige snaar aan het trillen. Het heeft hem met En Route en We begrijpen mekaar tot dusver twee geheide bestellers opgeleverd. Beide platen bevatten een reeks radiohits die zich een weg hebben gebaand naar het collectieve bewustzijn en inmiddels tot heuse volksliederen zijn uitgegroeid. Spiegel, met Raymond van het Groenwoud als speciale gast, en Koning Liefde waren maar enkele van de nummers die massaal werden meegezongen.

Tourist LeMC op Rock Werchter 2019 © Wouter Van Vaerenbergh

Johannes Faes, zoals de Tourist in werkelijkheid heet, dankt, naar eigen zeggen, zijn bestaansrecht aan het applaus van het publiek. Dat hij bescheiden van aard is, sociaal bewogen en verbindt waar vele anderen geneigd zijn te verdelen, helpt natuurlijk ook. Zijn organische hiphop, ondersteund door een soepele live-band en regelmatig op een heupwiegende reggaebeat geplant, wordt door het publiek als cultureel erfgoed (h)erkend. Het optreden van Tourist LeMC in Werchter staat bij deze dus geboekstaafd als een triomf. Meteen een geslaagde repetitie voor 's mans passage in het Sportpaleis, op 8 november.

King Princess klonk arty genoeg voor het rockpubliek en poppy genoeg voor de mainstreamtoeschouwer (****)

Ze is de dochter van een sound engineer die nog voor Arctic Monkeys en Cat Power heeft gewerkt, wordt geprezen door Harry Styles en Kourtney Kardashian, zit op het label van Mark Ronson en wordt door de lgbtq-gemeenschap 'a Lesbian Jesus' genoemd. En toch: afgaande op de maar matig gevulde Klub C hadden velen onder u nog nooit van King Princess gehoord. Shame on you, want de naar LA verkaste New Yorkse tekende op Rock Werchter voor een show die het midden hield tussen St. Vincent en Lorde - arty genoeg voor het rockpubliek, poppy genoeg voor de mainstreamtoeschouwer.

Openen deed Mikaela Straus, haar officiële naam, met de twee songs uit haar nakende debuutalbum die ze al gelost heeft: het als de soundtrack bij een oud gameboyspel klinkende Useless Phrases en de hit die er in België nog niet echt één is Cheap Queen. 'I can make grown men cry', zong Straus in die laatste. We geloofden haar nog ook, bad-ass als ze in Klub C stond te wezen.

Rock Werchter 2019, dag 3 © Wouter Van Vaerenbergh

'I'm wondering if you all know about the pussy song', vroeg Straus wat later, alvorens met Pussy is God een catchy ode aan de lesbische liefde in te zetten. Ook het zeemzoete 1950 - nog altijd dé referentietrack van King Princess - gaat over queer love. Straus bedacht het nummer, gebaseerd op Patricia Highsmiths boek over een onmogelijke lesbische relatie The Price of Salt, toen ze uit de douche kwam, en legde het meteen - in haar nakie - op de dictafoon van haar huisgenote vast. In Werchter speelde ze het met kleren aan, en dat werkte evengoed.

Op het einde gaf King Princess nog een zwierige versie van Pieces of us ten beste, haar recente single met Mark Ronson, die ze 'my musical father' noemt. En voor slotsong Ohio gordde ze de gitaar om, met een heerlijke, Courtney Barnett-achtige aanslag op lijf en leden tot gevolg.

Geloof ons: u gaat nog van King Princess horen.

AURORA stelt zich voor als een kind van twee moeders (**)

'Ga eens naar AURORA kijken', zei de baas. Dat vonden we best, want we verkeerden in de waan dat we ergens naartoe mochten vliegen van waar we het noorderlicht konden bewonderen. Bij nader inzien bleek het echter om de zoveelste blonde Scandinavische popdeerne te gaan. Aurora Aksnes vertelt graag in interviews dat ze is opgegroeid met de muziek van Bob Dylan, Leonard Cohen en... Enya. Naar haar set in Klub C te oordelen was enkel die van de laatst genoemde blijven hangen.

De Noorse bosnimf beschikte over een stem als een klok (handig als je, pakweg, een boodschappenlijst van de ene fjord naar de andere moet schreeuwen), gooide kronkelend haar hele lijf in de strijd en liet er geen twijfel over bestaan dat ze vroeger, op vrije woensdagmiddagen, een cursus vrije expressie had gevolgd. Katy Perry en The Chemical Brothers weten haar donkere maar zwierige folkpop al te pruimen. En geloof het ook niet, ook wij gingen overstag. Het ene moment inspireerde AURORA ons ertoe een uitbundige klompendans in te zetten, het andere de dichtstbij groeiende boom te omhelzen.

AURORA op Rock Werchter 2019 © Wouter Van Vaerenbergh

De zangeres droeg een liedje op aan moeder Aarde (moeder Aarde was blij!), vertrouwde ons haar diepste geheimen toe (All is Soft Inside), stak met Queendom haar LGBT-fans een hart onder de riem en omhelsde haar innerlijke Moeder Teresa door het publiek op te dragen 'bij deze hitte voldoende water te drinken'. Van de weeromstuit namen we een extra slok en stelden we met verbazing vast dat sommige fans hitjes als Runaway of Forgotten Love woord voor woord konden meezingen. Blijkbaar leefden zij in een universum dat we zelf nog niet hadden ontdekt. Naar het einde van de set lokte AURORA extra herkenningskreetjes uit met Running With the Wolves, al meenden we eerst eerst Running with the woef te horen. Tja, dat komt ervan als je zo lang in de zon hebt gestaan.

Maar hoe klonk het nu eigenlijk, wilt u weten? Wel, zoals The Cranberries zonder gitaren. Of zoals Heather Nova, na een folkstage in Gooik. Of dat goed nieuws is, laten we graag aan uw persoonlijke verbeelding over.

Angèle goes XXL (****)

'Volzet. Full. Complèt.' Nog voor Angèle een noot had gespeeld, moest The Barn al worden dichtgeritst. De ster van de jongste telg uit de Van Laeken-clan fonkelt dan ook het hardst van allemaal, getuige de trippel-platinumplaat voor Brol die ze kort voor aanvang van haar set nog in haar handen gemoffeld had gekregen.

Geen brol bij Angèle op Werchter. In vergelijking met vorig jaar, toen ze hier op exact hetzelfde podium stond, is haar act er danig op vooruitgegaan, niet alleen qua show - de lichtgevende oogballen waren dezelfde, maar dit keer had miss Van Laeken ook een roedel danseressen uitgenodigd om de songs van uit de kluiten gewassen choreografietjes te voorzien - maar ook qua sound. Wat u in The Barn voorgeschoteld kreeg was een soort Angèle XXL, waarbij de op plaat vrij lichte nummers uit haar debuut een extra laagje fond meekregen.

Rock Werchter 2019, dag 3 © Wouter Van Vaerenbergh

Na opener La Thune - waarin ze een opblaasmachinegeweer ter hand nam - wilde Angèle naar eigen zeggen graag 'commencer à la commence', beginnen bij het begin. Bij La loi de Murphy dus, de in het franglais gezongen debuutsingle die haar in het najaar van 2017 al meteen als een torpedo richting sterrendom schoot. Op Werchter begrepen we weer waarom: het blijft een track die zowel de stoere urban chick als de beheerste balladeer in haar naar boven brengt.

Balance ton quoi - dé anti-seksismesong, waarbij menig middenvinger de lucht in gestoken werd - en Jalousie kregen vervolgens een uitgesponnen piano-intro mee, Ta reine en Flou werden in een lekker clubby jasje gestopt. En dan was er nog Tout oublier, intussen misschien wel de grootste Angèle-hit, die ook zonder cameo van grote broer Roméo - te druk bezig met zijn eigen Chocolat Show? - overeind bleef.

'Paris s'allume, ce qui me manque c'est Bruxelles', bekende Angèle - al even van Linkebeek naar de lichtstad verhuisd - in afsluiter Flemme. Een strofe later werd dat: 'ce qui me manque c'est Werchter.' Dat ze daar later nog eens aan terugdenkt, als ze zo groot is dat ze Stades de France en wie weet zelfs Madison Square Gardens vult, in de slipstream van Stromae. Dan bent ú degene die kan zeggen: die heb ik ooit nog op Werchter gezien, en niet eens op het hoofdpodium, maar in de fucking Bárn.

The Good, The Bad & The Queen scheidt mythe van werkelijkheid (****)

Damon Albarn is in Werchter een graag geziene gast. Hij besteeg er al het podium met Blur, solo, met Gorillaz en, dit jaar, met zijn 'underdog supergroep' The Good, The Bad and the Queen. De zanger bundelt er zijn krachten met gitarist Simon Tong (The Verve), bassist Paul Simonon (The Clash) en de Nigeriaanse afrobeat-drummer Tony Allen (Fela Kuti), met zijn 78 jaar meteen de oudste muzikant op het festival. Aan die line-up werd voor de gelegenheid ook nog een percussionist, een toetsenman en twee strijkende dames toegevoegd (op viool en cello).

De twee platen van de groep waren netjes verdeeld over de setlist. Het vorig jaar verschenen Merrieland, over Groot-Brittannië in tijden van Brexitwaanzin, kwam zo goed als volledig aan bod, terwijl het elf jaar oude debuut, een soort fabel over Londen in de 21steeeuw, de tweede helft in beslag nam. Albarn, niet toevallig één van de voornaamste exponenten van de Britpop, serveerde samen met zijn vrienden een vorm van anglicana, waarin mythe en werkelijkheid op een trefzekere manier van elkaar werden gescheiden.

The Good, the bad and the queen op Rock Werchter 2019 © Wouter Van Vaerenbergh

Net zoals ten tijde van Modern Life is Rubbish van Blur, greep The Good, The Bad & The Queen terug op typisch Engelse muzikale ingrediënten: elegante, heupwiegende ballads met Damon Albarn in de rol van crooner. Tegelijk waren er speelse verwijzingen naar de 'speaker of the house' in het Britse parlement ('Order! Order!'), de music-halltraditie en West End-musicals, terwijl uit het orgel regelmatig kermiswijsjes opkringelden. Voor meezingbare hits was je bij The Good, The Bad & The Queen aan het verkeerde adres. Knap gearrangeerde popsongs (zie het ingetogen Ribbons of het door Marianne Faithfull opgenomen Green Fields) waren er dan weer in overvloed.

Zoals bij alles waar Paul Simonon mee te maken heeft, hoorde je in de muziek regelmatig verwijzingen naar reggae en dub. En wanneer Damon Albarn zijn melodica bovenhaalde, was de geest van Augustus Pablo nooit veraf. Een prachtig concert, zonder evidente crowdpleasers. Toch bleek Albarn populair genoeg om er, zelfs in een volle Barn, ongestraft mee weg te komen. Het hoeft niet altijd cartooneske funkhop te zijn.

The Blaze zorgt voor dance met diepgang (****)

Zijn de kortfilms er ter begeleiding van de songs, of zijn de songs de soundtrack bij de kortfilms? Ook op Rock Werchter boden de Fransozen van The Blaze geen eenduidig antwoord op die vraag. Feit is wel dat Guillaume en Jonathan Alric - het duo dat de elektrowereld in 2018 op zijn kop zette met Dancehall én in Cannes en Berlijn prijzen won voor haar videoclips - een danceshow neerzetten zoals je die nog maar zelden ziet.

In Klub C pakten ze uit met een constructie van twee aan elkaar gehechte bioscoopschermen; schermen die na enkele minuten openklapten en van waarachter de twee Fransozen tevoorschijn kwamen. Veel meer dan hun silhouetten kregen we evenwel niet te zien, en ook aan al te veel interactie met het publiek hadden ze een broertje dood. De Alrics, die elk een eigen knoppenpaneel en vocoder bedienden, hulden zich in stilzwijgen en stonden de hele set lang met hun neuzen naar elkaar.

Rock Werchter 2019, dag 3 © Wouter Van Vaerenbergh

Het waren dus de songs (trance-achtige soundscapes met mystieke stemmetes) én de clips (filmische parabels over zigeuners, migranten en andere gestigmatiseerde bevolkingsgroepen) that did the talking. En daar had de tjokvolle tent meer dan een vette kluif aan. The Blaze was dance met diepgang, een lange aaneenschakeling van momenten waar alleen maar in te verdwijnen viel.

De French touch heeft, twintig ja na Guy-Manuel de Homem-Christo en Thomas Bangalter van Daft Punk, twee nieuwe gezichten. Je kunt ze alleen wééral niet goed zien.