Het had net zo goed een transportbedrijf kunnen zijn, maar tegenwoordig associeert u de naam Mumford & Sons uiteraard met de Britse band die van zwierige folk weer een populair genre heeft gemaakt. Vroeger kon u voor hun combinatie van akoestische banjowijsjes en bluegrass uitsluitend in de pub terecht. Gisteravond mochten Marcus Mumford en zijn kornuiten hun tiende verjaardag als combo vieren als afsluiter van een groot festival als Rock Werchter, waar ze overigens al voor de derde keer te gast waren. Het leven kan soms verbazende wendingen nemen.

Delta, de vorig jaar verschenen vierde langspeler waarop Mumford & Sons, na een niet geheel geslaagd uitstapje naar een meer rock-georiënteerde sound, terugkeerden naar stekkerloze intimiteit, oogstte overal lauwe recensies. 'Te eclectisch, te ambitieus, te donker en, vooral, te serieus en te saai' noteerden de criticasters ijverig. Tja u kent dat, die lui hebben altijd wat te vitten en worden er nog voor betaald ook.

Na Tool, The Cure en P!nk werd op dag drie van Rock Werchter weer een ander deelpubliek bediend

Hun bedenkingen zouden de fans, die vóór het hoofdpodium massaal waren samengetroept, echter Bratwurst wezen. Zij waren gekomen om zich te amuseren, een dansje te placeren en de liedjes van het Britse viertal lekker luid mee te brullen. Want ook al wagen Mumford & Sons zich dezer dagen behoedzaam aan experimentjes met elektronica en worstelen ze een beetje met hun identiteit, wat hen voor een groot publiek aantrekkelijk maakt zijn toch vooral hun zogenaamde anthems: folkdeuntjes op zoek naar een kampvuur.

Mannen met baarden

Het duurde dan ook niet lang voor de heren, die twee extra toeters hadden meegebracht, het publiek uit hun hand deden eten. Net na opener Guiding Light lieten ze al hun prijsbeest Little Lion Man uit zijn kooi en van de weeromstuit wist iedereen hoe je het woord f.e.e.s.t.j.e. spelt. Die andere hit, The Cave, werd, drie kwartier ver in de set, al even geestdriftig in ontvangst genomen.

Mumford & Sons, vier mannen met baarden van variable lengte, hadden het futuristische piratenschip dat tijdens hun jongste tournee als decor dienst deed, dit keer thuis gelaten. Naar Kaap'ren werd er dus niet gevaren, maar dat kon de pret niet drukken. 'Weten jullie dat dit één van de meest gereputeerde festivals ter wereld is?', informeerde de frontman. 'Ik heb vandaag hier mijn favoriete groep, Beirut, aan het werk gezien. En dat we nu op hetzelfde podium mogen staan als Florence... Wat een eer. Weet je, vandaag had ik een beetje last van heimwee, maar dank zij jullie warme ontvangst voel ik me weer als een vis in het water'.

Vooral de momenten waarop het tempo de hoogte in ging, zoals in Babel, sloeg de ambiance-meter in het rood, maar het was zeker niet àl jolijt bij de familie Mumford, die méér wil zijn dan louter volksvermaak. In de set was dus ook ruimte voor gevoelige nummers, type Beloved of het met digitale beats opgeleukte Picture You. Met het oog op Lover of the Light nam Marcus Mumford plaats achter de drums en tijdens Tompkins Square Park, Ditmas en Slip Away werden de elektrische gitaren van stal gehaald. Plots werd Mumford & Sons een heel andere groep met een ander soort energie. Maar ook dan vergat ze niet te entertainen.

Telefoonlichtjes

'Jullie zijn echte natuurtalenten', fleemde de zanger toen het publiek blijkbaar op de juiste manier meeklapte. 'De Duitsers daarentegen, hebben er volstrekt geen verstand van.' Tijdens Believe vulde de wei zich met telefoonlichtjes, al moeten we wel toegeven dat één van de groepsleden daar zelf om had verzocht. En White Blank Page, bijgekleurd met een fiddle en meerstemmige samenzang, was vooral een excuus om en masse de kreet hi-hi-hi-hi aan te heffen.

Uiteraard is de muziek van Mumford & Sons niet aan alle festivalgangers besteed, maar ieder zijn meug. Na Tool, The Cure en P!nk werd op dag drie van Rock Werchter weer een ander deelpubliek bediend. En naar de stralende gezichten om ons heen te oordelen, waren velen daar verguld mee.