HET CONCERT: King Krule in AB, Brussel op 3/3.
...

Archy Marshall maakte eerder al platen als Edgar the Beatmaker en Zoo Kid, maar pas toen hij op zijn negentiende voor het pseudoniem King Krule koos, vond hij zijn ware identiteit. 's Mans muziek is een bizar amalgaam van folkpunk, lofi, no wave, jazz, Postcard-pop, hiphop, dubstep en soul, dat hij op het podium ten gehore brengt met een zeskoppige band. Eén van de blikvangers in dat gezelschap is saxofonist Ignacio Salvadores, die ook op de momenten dat hij níet speelt als een dolleman op het podium rondspringt en zo voor een mooi contrast zorgt met het onderkoelde imago van zijn baas.De vorige langspeler van King Krule, het inmiddels drie jaar oude The Ooz, liet zich niet bepaald degusteren als easy listening. Het was een donker, hermetisch en behoorlijk lang werkstuk, waarop Marshall worstelde met verveling, hardnekkige depressies en paranoia en de luisteraar meenam op een moedeloze odyssee zonder duidelijk gedefinieerde eindbestemming. 's Mans schimmige observaties van het leven in de grootstad resulteerden in collage-achtige nummers die bol stonden van onvrede en onbehagen. De plaat was een soort doolhof waar je als luisteraar steevast in verloren liep.Intussen hebben in Marshalls privéleven enkele drastische veranderingen plaats gevonden. Vorig jaar werd hij vader van een dochtertje en ruilde hij zijn Zuid-Londense biotoop voor het landelijke Cheshire. Eén en ander had uiteraard invloed op zijn muziek, want naar eigen zeggen gaf het hem een helderdere kijk op de dingen en leerde hij, als overtuigde misantroop, zelfs de mensheid te omhelzen. Zijn pas verschenen derde plaat, Man Alive! is - de titel suggereert het al - zijn meest optimistische tot nu toe. Niet dat King Krule plots met catchy meezingers op de proppen komt, maar af en toe breekt de zon al eens door de wolken. Dat neemt niet weg dat het industriële landschap dat op de plaat wordt geschetst bij momenten nog altijd behoorlijk verstikkend aandoet, twijfels en nihilisme een basisingrediënt blijven en de songs brokkelig en fragmentarisch aandoen. Al luisterend krijg je vaak het gevoel dat ze met spuug en touw bij elkaar worden gehouden. Live in de AB kregen de nummers van King Krule iets scherpere contouren, al klonk Marshall nog steeds alsof hij een overdosis xanax had geslikt. De man is -wij wikken onze woorden- een zeer middelmatige zanger, die of brult of zomaar wat voor zich uit mompelt. Bovendien verdenken we hem ervan een beetje toondoof te zijn, want zover er in zijn set al sprake was van melodieën, zweefde hij er met zijn stem net naast of net onder. Bij de meer ingetogen nummers, doorgaans bedolven onder een dikke laag lethargie, klonk King Krule weinig betrokken, haast ongeïnteresseerd. Wanneer de frontman een poging tot croonen ondernam, zoals in Perfecto Miserable of Underclass, werd al gauw duidelijk dat er geen Sinatra in hem school. Bij Cadet Limbo beeldden we ons dan weer in hoe een zootje zuipschuiten een jazzband trachtte te imiteren en daarbij jammerlijk ten onder ging.Uiteraard liet King Krule in Brussel een handvol nummers los uit zijn verse plaat. Cellular was een trefzekere punk-update. Alone, Omen 3 twijfelde tussen stuiteren en wiegen en eindigde met een emotionele uitbarsting. (Don't Let the Dragon) Draag On liet zich nog het best omschrijven als weirde triphop en Stoned Again, een snapshot van Marshalls tienerjaren, was verwrongen hiphop waarin hij de woorden uitspuwde alsof het fluimen waren. King Krule greep ook met een zekere regelmaat terug op The Ooz. In het titelnummer hoorde je echo's van The Beatles, Slush Puppy begon als stilstaand water maar bleek naar het einde toe vol vervaarlijke draaikolken te zitten en het wervelende, half gescandeerde Half Man, Half Shark huisvestte een kregelige bas waar ik niet graag ruzie mee zou krijgen. Occasioneel hoorden je een knappe gitaarpassage of een inventieve toetsenbijdrage en de meerwaarde die de saxofonist aan het geheel gaf, was onbetwistbaar. Naar de reacties in de zaal te oordelen vond het publiek het allemaal geweldig, maar bovengetekende had er moeite mee tussen de bomen het bos nog te zien. In mijn boekje noteerde ik dingen als 'melodieuze armoede', 'lijzige voordracht' en 'een stuitend gebrek aan coherentie'.Gelukkig putte King Krule ook enkele keren uit zijn debuut Six Feet Beneath the Moon, wat leuke, gebalde nummers opleverde als A Lizard State, het energieke Easy Easy en het door de fans massaal meegezongen Baby Blue. Als enige bis kwam Achy Marshall op de proppen met het door Phil Spector bestoven Out Getting Ribs, een nummer dat hij ooit opnam toen hij nog als Zoo Kid door het leven ging. Het laatste kwartier was fun, maar hoezeer de AB ook juichte, de meeste nummers van King Krule gleden van mij af als water van een eend. Ik zal er dus wel geen donder van begrepen hebben. Maar de imperatief van die àndere King indachtig, verkeer ik gelukkig in goed gezelschap: Don't be Krule!