Lees ook de verslagen van de headliners van dag 2:
...

BeraadGeslagen: verandajazz die op de verrassing speelt (****)Met toetsenist Fulco Ottervanger en drummer Lander Gyselinck, bekend van respectievelijk De Beren Gieren en Stuff, stonden vrijdagmiddag dé twee wonderkinderen van de nieuwe Belgische jazzgolf op de affiche. Al dik twee jaar gaan ze met elkaar in beraad, en speciaal voor deze Pukkelpop hadden ze zelfs een heuse primeur in petto: een 360°-concert. In plaats van het reguliere podium van de Castello te bestieren, had het duo ergens halverwege de zaal een mini-eilandje op poten gezet, waar het publiek in een cirkel rond moest gaan staan (en op een bepaald moment ook rond moest wandelen, op commando van Ottervanger). Drie meter op drie, veel groter zal hun geïmproviseerde podiumpje niet geweest zijn. Maar het bood wel plaats aan een drumstel en een stuk of vier klavieren.Van die laatste had Ottervanger er drie op elkaar gestapeld, die hij om de beurt dan wel tegelijk bepotelde. Gyselinck behandelde zijn drum dan weer zoals bij Stuff: als een octopus met acht armen. Niet zelden stak hij één drumstick tussen zijn tanden, om met de ene hand zijn drum en met de andere zijn keyboard te kunnen besturen. Het blijft een fenomeen, die jongen.'Garageboxmuziek', 'verandajazz' of 'stoepdisco', wordt de sound van BeraadGeslagen weleens genoemd, maar hen in hokjes plaatsen is onbegonnen werk. Op de intergalactische splinterbom Suikerbeat - mét Hollands parlando van Ottervanger - uit hun naamloze debuut-ep uit 2016 na, speelde het duo uitsluitend nieuw werk. De songs luisterden naar gekke namen als Elektroliefje, Bikini, Duizeldorp, Midnight Sterveling en Deinze, en klonken nóg geflipter.Fulco Ottervanger en Lander Gyselinck gaven een van de avontuurlijkste en verrassendste concerten van Pukkelpop 2018. En nee, dat behoefde geen beraad.Bij Nakhane speelden engagement en dramatiek onder één hoedje (****)'Vrouwen, wees voorzichtig, want mannen zijn verdomd gevaarlijk. En als hier mannen rondlopen die níet gevaarlijk zijn, dan hoop ik dat ze zorg dragen voor hun vrienden en vriendinnen'. Deze ietwat vreemde mededeling tekenden we op uit de mond van Nakhane (voluit: Nakhane Touré), een uit Johannesburg afkomstige artiest die niet alleen muziek maakt, maar ook aan de kost komt als schrijver en acteur. De man, opgegroeid onder het juk van een streng-katholieke geloofsgemeenschap, is gay, speelde mee in een film over een homoseksuele driehoeksverhouding binnen zijn eigen xhosa-stam en die vertolking maakte hem tot een paria in zijn omgeving. Ze leverde hem zelfs doodsbedreigingen op. Nakhane liet zich echter niet intimideren: hij documenteerde zijn gevecht tegen seksuele stereotypen én zijn geloofscrisis uitgebreid op platen als Rave Confusionen het recente You Will Not Die. Uit die laatste putte de androgyne zanger ook uitgebreid tijdens zijn opgemerkte set op Pukkelpop. Van iemand zoals hij, die zo vaak het voorwerp is geweest van hoon en spot, zou je het begrijpen mocht hij wraakgevoelens koesteren. Maar neen, de man pleit in zijn songs steevast voor tolerantie en medeleven.Nakhane, die afwisselend piano en gitaar speelde, werd bijgestaan door een gitariste en een live-drummer en zocht met zijn soepele stem niet zelden de hoogste regionen op. Zijn emotionele voordracht deed afwisselend denken aan James Blake, s o h n, Antony Hegarty en Benjamin Clementine. Songs als Presbytaria, Star Red of You Will Not Die begonnen doorgaans teder en ingetogen, maar kregen onderweg steevast een dramatische wending. Het ene moment neigden zijn op r&b geënte torch songs naar dansbare elektronica, het andere naar synthpop uit de eighties. In beide gevallen klonk het resultaat nooit minder dan prikkelend. En sowieso toonde Nakhane, voor de gelegenheid in een opzichtig maar elegant rood pak gehesen, zich als een intrigerende podiumpersoonlijkheid. 'Thank you very much for being our family for the day', meldde hij nog. Graag gedaan, Nak.Steak Number Eight: het laatste feestje voor de Apocalyps (****)Mocht het u ontgaan zijn: enkele maanden geleden kondigden Brent Vanneste en zijn postmetalgevolg hun afscheid aan. Het is te zeggen: de band stopt niet, het project genaamd Steak Number Eight wel. Er volgt nog een laatste uitwuifmoment dit najaar in de Gentse Vooruit, maar op Pukkelpop speelden de vier West-Vlaamse postmetalheads alvast hun laatste festivalconcert ooit onder hun huidige noemer. Geen wonder dat ze als bezetenen tekeer gingen in de Marquee, en voor de gelegenheid zelfs vlammenwerpers en confettikanonnen hadden laten aanrukken.En zo voelde dit concert aan als het laatste feestje voor de Apocalyps. Want ook nu weer bulkte het bij Steak Number Eight van de zwartgallige songs over Het Einde Der Tijden. Maar Vanneste declameerde ze met een niet te versmaden energie en levenslust. Hij schreeuwde, spuugde, schopte zijn microfoonstandaard omver, donderde nét niet van zijn monitor en liet zich door het publiek op handen dragen.De set was amper zeven songs rijk, en verviel daardoor nooit in eenvormigheid of langdradigheid. Black Eyed, Dickhead en Kolomon waren de stevigste staaltjes sludge uit Steaks oeuvre, in Your Soul Deserves To Die en Black Fall zochten én vonden ze hun meer melodieuze gelaat.'Morgenmiddag trekken we de studio in om aan nieuwe muziek te werken', liet Vanneste nog weten. Onder welke bandnaam of in welk genre, daar hebben we voorlopig het raden naar. Maar één ding is zeker: van opgeven wil dit kwartet niet weten. Een einde heeft óók een begin, weet u wel.Moaning verwarde intensiteit met verveling (**)De groepsnaam verwees naar een soort gekreun dat zowel pijn als naar seksuele vervoering kan uitdrukken, maar sexy is wel het laatste dat we voortaan met Moaning zullen associëren. Goed, het uit L.A. afkomstige postpunktrio bracht eerder dit jaar bij Sub Pop een aardig langspeeldebuut uit en op het Pukkelpodium wist het zo te zien met zijn energie geen blijf. De metalig krassende gitaar van frontman Sean Solomon zigzagde bijgevolg met een ware doodsverachting door in vitriool gedrenkte nummers als Artificial, The Same of Useless. Maar een kwartier ver in de set begon de truc al doorzichtig te worden en kreeg je de indruk dat het oorverdovende geluidsvolume vooral diende om te maskeren dat Moaning eigenlijk niet zo veel om het lijf had.Op cd vertoonden de nummers van de Californiërs nog invloeden van shoegaze en melodieuze indiepop. Live daarentegen werden ze dermate bedolven onder een dikke laag fuzz dat het allemaal nogal eenvormig aandeed. Naar het einde toe viel er occasioneel een kleine opflakkering te noteren, maar je kon er zeker geen kamer mee verlichten. Bovendien verwarde Solomon met zijn toonloze stem intensiteit te vaak met verveling. We hadden u graag iets anders gemeld, maar Moaning bleek weinig méér te zijn dan een zoveelste Poor Man's Joy Division. Pas achteraf schoot ons te binnen dat Moaning ook emmeren betekent. Te laat, helaas.Sudan Archives: een popqueen met een handleiding (****)'Staat Solange hier nu wéér dit jaar?' vroeg iemand, vrijdagnamiddag in de Castello. Nee hoor, die bevallige dame met haar weelderige haardos en haar parelwitte outfit was Sudan Archives, hét r&b-snoepje van 2018.Met Sudan Archives (2017) en Sink (2018) staan er voorlopig slechts twee ep's op het actief van Brittney Parks, zoals Sudan Archives echt heet. En toch slaat haar melange van nineties-r&b, Afrikaanse folk en neosoul al stevig aan bij de meerwaardezoekende hipsters.Parks, 24 jaar jong en gevestigd in Los Angeles, was in haar uppie naar Kiewit gekomen, met niet meer dan een viool, een samplerbak en een stel extravagante outfits in haar koffer. Ze bouwde haar songs traag maar doelgericht op, laag voor laag, loop na loop. Paid begon met langgerekt etnisch vioolgetokkel, tot een bonkende clubbeat inviel en de trein richting Sudan écht vertrokken was. Wie verleid wilde worden, moest geduld oefenen.Sudan Archives heeft de stem en de looks van een popdiva, maar houdt zich duidelijk liever op in undergroundkringen. 'Archives' staat voor 'graven', en dat is ook wat ze op het podium doet. Oatmeal was dwarse nu-folk, Time onalledaagse hiphop. En toch toonde ze met Sink en Come Meh Way ook uitgelezen radiovoer in de vingers te hebben.'Ik begin stilaan na te denken over wat extra personeel voor de liveshows', gaf Parks onlangs te kennen in Knack Focus. Solange is bij deze gewaarschuwd.Metz verpulverde zijn eigen geluidsmuur (****)Loud minds think alike. Metz, een (raw) powertrio uit Toronto, nam zijn derde cd, Strange Peace, onlangs op in Chicago met Steve Albini, die tijdens de eerste festivaldag al het podium onveilig had gemaakt als één derde van Shellac. En ja, ook de Canadezen wisten zich stijlvol af te reageren. Zeggen dat ze furieus en explosief klonken, is als beweren dat de aarde rond de zon roteert. Metz maakt het soort tyfusherrie dat in Guantanamo wordt aangewend om terreurverdachten uit hun slaap te houden. U begrijpt: deze lieverdjes strelen met een boksijzer en kussen met de blote vuist. Titels als Get off (het klonk als Status Quo from hell) en Spit You Out spraken in dat verband lijvige boekdelen.Metz is van oordeel dat een beetje atonaliteit nooit kwaad kan en demonstreerde tijdens The Swimmer een attaque die voor die van, pakweg, At the Drive-In niet hoefde onder te doen. De schurende gitaar en bevrijdende oerschreeuw van voorman Alex Edkins stond in de sound centraal, maar de stormachtige ritmesectie zorgde er wel voor dat Metz zijn eigen zorgvuldig opgetrokken geluidsmuur voortdurend dreigde te verpulveren. De groep speelde strak en trefzeker, gunde het publiek nauwelijks een adempauze, luidde en passant de come-back van de pogo in en gaf je van de eerste tot de laatste noot het gevoel dat er écht iets gebeurde op het podium. Volgens sommigen is de muziek van Metz de kortste weg naar een hoorapparaat. U hoort het ons niet tegenspreken. Een feit is: de heren walsten de clubtent vakkundig plat en speelden geen enkel nummer dat u uw grootmoeder ooit zult horen meefluiten. Een geknipte act voor Pukkelpop dus.Sophie: Verwarrendste. Dj-set. Ooit. (*****)'Is dat nu een maske of een jongen?' Menig toeschouwer stond Sophie voor aanvang van haar show in de Castello nog te googelen. Zo vreemd is dat niet, als je weet dat de 31-jarige Schotse popproducer - ze werkte al in dienst van Charli XCX, Madonna en Vince Staples - lange tijd stand-ins gebruikte tijdens haar dj-sets, en het ook naar haar persoonlijke gegevens gissen was. Pas onlangs, in aanloop naar haar langverwachte eerste full-album Oil on Every Pearl's Un-Inside, de opvolger van singles als Bipp (2013) en Lemonade (2014) en de mixtape Product (2015), toonde ze de wereld haar ware gelaat: dat van transgender Sophie Xeon.Al kregen we dat gelaat tijdens haar set op Pukkelpop nooit echt te zien. Het enige wat zich aftekende was het silhouet van een dame met halflang krulhaar. Het had dus net zo goed Imke Courtois kunnen zijn. Een rókende Imke Courtois, het zou wat zijn geweest.Sophie kwam de songs van haar debuut, een kruising tussen eurodance, bubblegumpop en k-pop, helaas niet live zingen. In plaats daarvan gaf ze een dj-set ten beste. Een dj-set die brak met alle conventies van een dj-set.Bij Sophie ging het van climax naar anticlimax en weer terug. Zowat elke poppy hook werd gecounterd met drone-gedreun, drone-gedreun en nog meer drone-gedreun. Maar wie zich liet meevoeren Sophies sterrenstelsel vond helemaal zijn gading in buitenaardse deuntjes als Take me to Dubai, It's Your Life en Immaterial. Verwarrendste. Dj-set. Ooit. En de beste van heel Pukkelpop, dat ook.Sons of Kemet serveerde muzikale rauwkost (****)Soms vind je de aangenaamste verrassingen in een onverwachte hoek. Jazz op Pukkelpop? Welja. Het Britse Sons of Kemet, dat zijn derde plaat, Your Queen is A Reptile, uitbracht op het befaamde Impulse!-label (ooit de thuishaven van Mingus en Coltrane), vermengt Ethiopische sounds met de brassband-groove van New Orleans en voegt er op gezette tijden ook nog wat oriëntaalse, Caraibische of afrobeatmotiefjes aan toe. Het resultaat is opzwepende, dansbare, pikant gekruide muziek waar behoorlijk wat vaart in zit -de groep beschikt over twee behendige drummers- en die tegelijk ongelijkheid en rassendiscriminatie aanklaagt.De absolute blikvanger van Sons of Kemet is de 33-jarige saxofonist Shabaka Hutchings, een man die op het podium de ene vernuftig opgebouwde solo na de andere uit zijn toeter perste. Maar tubaspeler Theon Cross was, qua virtuositeit, zeker aan hem gewaagd. Hij blies zijn tegendraadse basnoten tegen zulk een hoog tempo de tent in dat je je afvroeg hoe hij in 's hemelsnaam kon blijven ademen. De nummers, met titels die één voor één verwezen naar zwarte vrouwen die door hun engagement iets tot hun gemeenschap hadden bijgedragen, kregen het publiek moeiteloos in beweging. Tegen het einde van de set kreeg het kwartet nog het gezelschap van straatpoëet Joshua Idehen, die met striemende slogans als 'I want to take my country forward' de opwindingsgraad van het concert verder de hoogte in joeg. Sons of Kemet serveerde muzikale rauwkost waar we niet genoeg van konden krijgen en tekenden voor hét hoogtepunt van de tweede festivaldag.Madensuyu strooide met uitroeptekens (****)Het Gentse Madensuyu behoort al meer dan vijftien jaar tot de meest opwindende Belgische livebands en die reputatie hielden ze hoog op Pukkelpop. Het unieke avantrockduo mocht terecht als headliner op het clubpodium figureren. Minder goed nieuws was dan weer dat dit om één uur 's ochtends moest gebeuren, een tijdstip waarop het publiek al flink was uitgedund. Zanger-gitarist Stijn Ylode De Gezelle en drummer Pieterjan Vervondel lieten het gelukkig niet aan hun hart komen. Beide heren stonden opvallend scherp en bewezen dat er in het middenveld tussen Sonic Youth en The Velvet Underground nog altijd boeiende muzikale avonturen te beleven vallen.Het tweespan dolf zowel oud (Papa Bear) als nieuw materiaal op en slaagde er nog steeds in met minimale middelen als een volwaardige band te klinken. In de songs uit hun jongste cd Current werd de gitaar opzijgeschoven ten voordele van de piano, maar in One More Time en het claustrofobisch aandoende Breathe, Sail On maakte dat er de gedrevenheid beslist niet minder om. De onstuimige aanpak van Madensuyu werkte aanstekelijk, al noteerden we ook momenten waarop De Gezelle en Vervondel de draad even kwijt raakten en de zorgvuldig opgebouwde spanning weg dreigde te ebben. Niet het beste concert dat we van de heren al hadden meegemaakt dus. Met het stotterende FAFAFAFUCKIN' als uitsmijter zetten ze echter alsnog de puntjes op de i. Wat zeg ik? Het waren lichtgevende bollen. En als je die i op zijn kop zette werd het een vet uitroepteken. Een mooie manier om de nacht in te gaan.