LYSISTRATA

Laten we maar meteen beginnen met de band die op een spectaculaire manier de kalk uit onze Eustachiusbuizen blies: het Franse Lysistrata. Dit powertrio uit Saintes, dat zijn naam ontleent aan een klassiek theaterstuk van Aristophanes, waarin vrouwen een seksstaking organiseren om hun strijdlustige mannen ertoe aan te zetten de oorlog te staken, speelt een opwindende mengvorm van hardcore, metal, post- en mathrock.
...

Laten we maar meteen beginnen met de band die op een spectaculaire manier de kalk uit onze Eustachiusbuizen blies: het Franse Lysistrata. Dit powertrio uit Saintes, dat zijn naam ontleent aan een klassiek theaterstuk van Aristophanes, waarin vrouwen een seksstaking organiseren om hun strijdlustige mannen ertoe aan te zetten de oorlog te staken, speelt een opwindende mengvorm van hardcore, metal, post- en mathrock. De heren, jonge twintigers nog, koppelen de duisternis van Joy Division aan de trefzekerheid van Battles. Ze spelen voornamelijk epische, instrumentale nummers die je een welgemikte stomp in de maag verkopen. Slechts heel occasioneel waagt de drummer zich aan een zangpartij en maakt Lysistrata een plons in de postpunkvijver, maar het materiaal uit hun jongste dubbelaar The Thread maakte vooral indruk wanneer de heren enkel hun instrumenten lieten spreken. Een revelatie.Deze jonge folkzangeres uit het Engelse Bristol klinkt haast net zo puur en verlegen als Laura Marling of de jonge Joni Mitchell, maar dank zij het internet -één van haar songs werd via Spotify al twintig miljoen keer gestreamd- beschikt ze nú al over een solide aanhang. Met even introspectieve als breekbare songs als For A While, Brother en Top to Toe wist ze ook het publiek in de lutherse kerk muisstil te krijgen. Dat ze er een gezonde vorm van zelfspot op na hield, hielp natuurlijk ook. In Groningen liet de chanteuse zich begeleiden door een drumster en een bassist en hanteerde ze zelf regelmatig een elektrische gitaar, waardoor haar introspectieve liedjes vanzelf een wat potiger karakter kregen. Op 6 april verschijnt haar langspeeldebuut, dat ze opnam met de hulp van John Parish en op 1 mei treedt ze op in Gent. Ga kijken en neem uw beste oren mee.Nóg een Fransman, maar dan uit Metz, is multi-instrumentalist Louis Warynski, die onder het pseudoniem Chapelier Fou al sinds 2009 elektronische en akoestische geluiden samensmelt tot een zinnenprikkelende vorm van dansmuziek. In Groningen liet hij zich bijstaan door twee extra krachten die, behalve viool, sax en klarinet, ook elk een synthesizer beroerden. De set van de Gekke Hoedenmaker klonk, door de wisselwerking van geprogrammeerde en live-geluiden, afwisselend speels en statig, behoedzaam en uitbundig, maar altijd smaakvol en, op een subtiele manier, zelfs dansbaar. Wanneer Warynski solo op het podium stond, stapelde hij, met behulp van een loop station, diverse muzikale lagen op elkaar, waarbij hij zijn viool afwisselend aanstreek of betokkelde. Voeg daarbij de prachtige visuele aankleding en je kreeg een concert dat fijnproevers met een gelukzalige glimlach de nacht in stuurde.Uit Slovenië kent u, in het beste geval, Laibach en Bhorgesia, maar blijkbaar vormen die groepen slechts het topje van de ijsberg. In elk geval waren we behoorlijk onder de indruk van Sirom, een trio dat wortelde in de folktraditie, maar de voeten stevig in het hier en nu had geplant en vooral opviel door zijn inventiviteit en zin voor avontuur. Samen beheersten de dame en twee heren zo'n twintig (!) verschillende instrumenten, waaronder enkele zelfgebouwde. De klankkleur van hun uitgesponnen composities werd afwisselend bepaald door een viool, ukulele, oud, een met een strijkstok bespeelde banjo en talloze percussietuigen. Sirom, net bevallen van zijn derde cd I Can Be A Clay Snapper, wist je keer op keer te verrassen met zijn achteloze virtuositeit en bewees dat je, zelfs nadat je alle regeltjes overboord hebt gegooid, nog altijd toegankelijke maar fascinerende klankschilderijtjes kunt borstelen.Mochten Swans en John Zorn de handen in elkaar slaan, dan zouden ze wellicht klinken als SVIN, een Deens driespan dat er al jaren een weinig orthodoxe manier van musiceren op na houdt. Maakt het freejazz met een punkspirit? Of minimalistische punk met een vrijbuitersmentaliteit? Een feit is dat de heren hun instrumenten veeleer bekampten dan bespeelden. SVIN (Deens voor 'varken') kwam uiterst fysiek en noisy uit de hoek: de drummer ging op zijn trommels te keer alsof ze aan zijn vrouw hadden gezeten, de repetitieve frazen van de saxofonist leken de kortste weg naar de trance en de vervaarlijk zigzaggende gitaar scheurde nog net niet uit de bocht. Zeggen dat SVIN buiten de lijntjes kleurde, is een open deur intrappen. Want eigenlijk deed de groep gewoon alsof er geen lijntjes bestonden. Een verademing. En een vaststelling tussendoor: zangers hebben blijkbaar afgedaan. De beste bands die we tijdens de openingsavond van EuroSonic aan het werk zagen, deden het één voor één instrumentaal.AUGUST ROSENBAUM Dit jaar zet Eurosonic de Deense muziekscene in de schijnwerpers. We hadden bijvoorbeeld de punkband Iceage willen gaan bekijken, maar door de massale belangstelling van het publiek was er geen doorkomen aan. Bij de componist en pianist August Rosenbaum raakten we wél binnen. De man trok onze aandacht met de soundtrack voor een Deense balletvoorstelling, waarvoor hij samenwerkte met Kim Gordon van Sonic Youth en ook met Nils Frahm is hij beste maatjes. Samen met zijn band speelde hij afwisselend naar jazz neigende elektronische muziek (denk aan het werk van Marc Moulin uit de seventies), en romantische maar kabbelende instrumentale stukken die niet zouden hebben misstaan in een Franse film uit de Nouvelle Vague. Niet kwaad, wél een tikje gedateerd. Op zijn best was Rosenbaum wanneer hij, in zijn eentje aan de vleugel, de geest van Erik Satie wakker riep, of wanneer hij de hulp kreeg van een sopraanzangeres uit de band We Like We. Een getalenteerde meneer, dat zeker. Alleen was nog niet helemaal duidelijk welke richting hij nu precies uit wilde. (DJM)