Naima Joris (***), de dochter van een bekende jazzpercussionist, dankt haar voornaam aan een compositie van John Coltrane. Het hoeft dus niet te verbazen dat ze, via omweggetjes bij Isbells en The Happy, op haar 39Ste alsnog in het jazzmilieu verzeild is geraakt. Haar breekbare stem doet afwisselend denken aan die van Melanie De Biasio, Billie Holiday en Cassandra Wilson, maar klinkt vooral ingetogen en bespiegelend. Drie jaar geleden verloor Joris haar zus aan kanker en ook voordien kreeg ze al enkele persoonlijke drama's te verwerken. Haar uitgepuurde songs vormen de neerslag van een pijnlijk rouwproces.
...

Naima Joris (***), de dochter van een bekende jazzpercussionist, dankt haar voornaam aan een compositie van John Coltrane. Het hoeft dus niet te verbazen dat ze, via omweggetjes bij Isbells en The Happy, op haar 39Ste alsnog in het jazzmilieu verzeild is geraakt. Haar breekbare stem doet afwisselend denken aan die van Melanie De Biasio, Billie Holiday en Cassandra Wilson, maar klinkt vooral ingetogen en bespiegelend. Drie jaar geleden verloor Joris haar zus aan kanker en ook voordien kreeg ze al enkele persoonlijke drama's te verwerken. Haar uitgepuurde songs vormen de neerslag van een pijnlijk rouwproces. Dat de zangeres zich nog steeds ongemakkelijk voelt in live-situaties, bleek uit het feit dat ze zich met haar gitaar en keyboard helemaal achteraan het podium had verschanst. Contrabassiste Lara Rosseel, (pedalsteel)gitarist Vitja Pauwels, drummer Tijl Piryns en euphoniumspeler Niels van Heerthum kleurden songs als Soon, Bellybutton en Home sober, behoedzaam en met veel respect voor hun broze karakter in. Helaas raakte de muziek overstemd door het geroezemoes van het publiek, wat Naima Joris af en toe uit haar concentratie bracht. Toen ze een Frans chanson vertolkte, wist ze zelfs niet meer te vertellen of het origineel nu van Gainsbourg of van Aznavour was. Duke Ellingtons Solitude bracht ze uiterst minimalistisch, maar ze ging ook te rade bij de Kaapverdische Cesaria Evora (Sodade) en de Mexicaan Tomás Méndez, al leek haar verstilde versie van Cucurucucu Paloma meer geënt op die van Caetano Veloso. Naima Joris is voor de Belgische muziek zeker een aanwinst, alleen is haar werk te intimistisch om in een festivalcontext echt tot zijn recht te komen. Volgende keer in een knus theater, graag. Ook José James (***) is geen pure jazzman. Hij is te rusteloos om het bij één genre te houden en op zijn platen, een tiental tot nu toe, goochelt hij net zo goed met neosoul, hiphop en pop. Als songwriter is hij een volbloed romanticus, maar tegelijk raakt hij ook sociale thema's aan. In het verleden bracht hij al hommages aan Billie Holiday en Bill Withers en na uitstapjes naar Blue Note en Impulse houdt hij er tegenwoordig zijn eigen label op na. Op Gent Jazz greep hij echter terug op The Dreamer, zijn debuut uit 2008 dat destijds het licht zag bij Brownswood. Daartoe liet hij zich begeleiden door een ritmesectie en een behendige jazzpianist die met zijn lange uitweidingen de set regelmatig in langdradigheid deed verzanden. Met nummers als Black Eyed Susan en het van Rahshaan Roland Kirk geleende Spirits Up Above herinnerde James nog het meest aan Al Jarreau. Van zacht voorbij schuifelende, zijdeachtige r&b ging het naar een torch song zoals I Found A Love, in duet gebracht met zijn vrouw Taali, en de softsoul van Come to My Door, waarvoor hij even een gitaar bovenhaalde. Naarmate het optreden vorderde, steeg ook het tempo (in het vingerknippende Love, bijvoorbeeld) en werden José James' zangpartjen percussiever (Every Little Thing). De artiest, die de avond voordien nog in het Zwitserse Sankt Moritz op het podium stond en de hele nacht had doorgereden om tijdig in Gent te kunnen zijn, had er duidelijk zin in: 'Ik heb jullie zo gemist dat ik wel zou kunnen janken', zei hij. Dat leverde hem een warme ontvangst op, maar zelf voelden we onze aandacht meer dan eens afglijden. Neen, dan liever de funk van latere platen als Love in A Time of Madness of Lean on Me.Gelukkig hadden we TaxiWars (****) nog te goed, het bewijs dat je het voor een geschikte headliner niet per se ver hoeft te zoeken. Het punkjazzkwartet stond zelfverzekerd en daadkrachtig in de schijnwerpers en miste dus zijn effect niet. Zijn puntige, hoekige maar altijd beknopte nummers - een mix van post-bop, hiphop en rock - klonken veelkleurig en opzwepend. Tom Barman sprong op en neer als een duiveltje uit een doosje, gebruikte stemvervormers en beperkte zich meestal tot een soort parlando, zodat hij het echte zingen kon overlaten aan saxofonist en mede-frontman Robin Verheyen. De ritmen zaten, dankzij drummer Antoine Pierre en contrabassist Nicolas Thys lekker strak (zie Drop Shot, Sharp Practice en het stotterende Bridges) en waren zo onweerstaanbaar dat halverwege de set ruim de helft van het publiek al was opgeveerd om vóór het podium te dansen, alsof covid-19 nooit had bestaan. Dat je in de muziek van TaxiWars de hartslag van de grootstad kon horen, hoefde niet te verbazen: drie van de vier leden wonen in New York en Barman is sowieso een wereldburger. Maar er zaten ook enkele rustpunten in de set, zoals They Tell You You've Changed of Irritated Love waarin Verheyen zijn toeter even ruilde voor het klavier. Op die momenten werd de energie overstemd door de melodie en hoorde je zelfs echo's uit het repertoire van dEUS. In het instrumentale Rosco Paje zette Tom Barman even een stapje opzij zodat Robin Verheyen zich in saxueel opzicht volledig kon laten gaan. De nadruk lag vooral op het materiaal uit het twee jaar oude Artificial Horizon, maar ook de eerste twee platen van TaxiWars kwamen aan bod. De groep swingde en stuiterde dat het een aard had en veroorzaakte een auditieve draaikolk die de toeschouwers willoos meezoog. Verontwaardiging alom dus toen de organisatoren ermee dreigden de set voortijdig stil te leggen en TaxiWars enkel een bisnummer lieten spelen op voorwaarde dat iedereen weer aan zijn tafeltje ging zitten. Sommige bands klinken nu eenmaal zo aanstekelijk dat de coronaregels er niet tegen bestand lijken. En daarin schuilt nu net het gevaar. In Nederland kunnen de festivalorganisatoren er sinds vandaag weer over meespreken. Als we weer livemuziek willen, zullen we, nu de deltavariant oprukt, helaas nog wat discipline moeten opbrengen. Heette het slotnummer van TaxiWars niet Safety by Numbers? Het toeval bestaat niet.