Het blijft een rare groep, Arsenal. Ze vullen al twintig jaar dansvloeren en festivalweides met hun blend van pop en exotiek, hun muziek spat als gensters van je radio en zelfs zonder plaat - In The Rush of Shaking Shoulders komt pas uit in april - verkoopt de groep zonder blikken of blozen vier keer de Ancienne Belgique uit. En toch lijken Hendrik Willemyns, John Roan en hun almaar uitdijende muzikale adressenboek nog altijd een paar haardiktes onder de radar te zweven.
...

Het blijft een rare groep, Arsenal. Ze vullen al twintig jaar dansvloeren en festivalweides met hun blend van pop en exotiek, hun muziek spat als gensters van je radio en zelfs zonder plaat - In The Rush of Shaking Shoulders komt pas uit in april - verkoopt de groep zonder blikken of blozen vier keer de Ancienne Belgique uit. En toch lijken Hendrik Willemyns, John Roan en hun almaar uitdijende muzikale adressenboek nog altijd een paar haardiktes onder de radar te zweven. Misschien heeft Arsenal nooit zijn neus-aan-het-venster-moment gehad, die ene gelegenheid waarop de puzzelstukken juist vallen en Vlaanderen een voordien wat weerbarstige groep aan de borst drukt. De Hugo Clausbewerking van Absynthe Minded, de bestekcover van Triggerfinger, u kent het fenomeen. Maar enkel een kniesoor maalt daarom, en in de AB was geen plaats voor kniesoren. Wel voor Edaoto and the Afrogenius Band, de Nigeriaanse groep die samen met Arsenal in Lagos een antwoord zocht op de vraag of het meest dansbare Belpopsnoepje ergens nóg meer schwung kon vinden. Zelf mochten ze het voorprogramma spelen in een tergend langzaam voldruppelende zaal. Maar na een moeizame start had de groep slechts een paar hyperkinetische jams nodig - die drummer, mensen! - om alle bleekscheten uit hun hand te laten eten. Arsenal zelf opende met twee nummers uit de nieuwe plaat die we voordien enkel op de Lokerse Feesten hoorde. Long Sun Long Shadow dreef op de hypnotiserende backing vocals van Leonie Gysel, single Amplify op krachtige samenzang à la Fleetwood Mac.'Wij gaan ons best doen, jullie gaan ons best doen, da's een afspraak die we gaan maken', zei Roan - altijd bizar hoe de frontman van zo'n internationaal klinkende groep zijn troepen aanvuurt in Algemeen Beschaafd Gents - en meteen trok zijn groep een blik heerlijke tracks open. En u danste, u sjanste, u wuifde, u genoot. Bij nummers als Saudade en zekere bij Estupendo gedroeg het publiek van de AB zich als warme was in de handen van Roan en Gysel, die er met zichtbaar plezier kleine volksfeestjes van boetseerden. Vooral Gysel was in bloedvorm: al knipogend en grijnzend sloot ze kleine pactjes met de voorste rijen om dan alweer een krachtige zanglijn in te zetten.Rustpunten zijn relatief bij een band als Arsenal. Af en toe nam u ze zelf, maar de band gaf ze u ook, met het nieuwe Whale bijvoorbeeld. High Venus, zeker niet de grootste hit maar in de live-versie van backing vocal Mathues een bommetje, trok de boel weer op gang. Mathues mocht in de schijnwerper blijven staan voor het treiterig spannende Temul (Lie Low), met die fluisterend gezongen aanloop die eeuwig lijkt te duren. De relatief korte climax die volgde, was een van de weinige minpuntjes van de set.Met de veilige, maar stomende afsluiter Melvin - kijk, Reginald Penxten, zó krijg je de handjes in de lucht - dook Arsenal de coulissen in. 'Da's hier den eerste mei nie! Werken!' gaf Roan zijn muzikanten de sporen bij het begin van de bisronde. Het nieuwe A Bend in The River moet uiteraard nog roderen, maar we kijken al uit naar de festivalversie. Personne ne bouge! en het energieke Lotuk zetten de kroon op het werk.Lokemo? Mr. Doorman? A Volta? Hadden we niet nodig, meneer. Arsenal had zijn best gedaan, de AB had zijn best gedaan. Het zaallicht ging weer aan en plots beseften we weer wat de band ons ruim anderhalf uur had doen vergeten: dat we uiteindelijk maar oyebo souls zijn, een Nigeriaanse term voor bleekscheten die af en toe zorgeloos hun handen in de lucht willen steken.