Lees ook:
...

Je ziet het aan zijn gelaat en hoort het aan zijn stem: elk applaus, elke danspas en elk interview ráákt André Brasseur. En dus ook deze Belgium: The Vinyl Frontier Lifetime Achievement Award van Red Bull Elektropedia, een prijs die de kroon zet op zijn hele oeuvre. 'Fantastique' en 'incroyable' zijn de woorden waarmee hij steevast antwoordt als het gaat over deze award, en bij uitbreiding over zijn voorbije jaar. 2016 is dan ook niets minder dan een overrompeling geweest voor Brasseur. Er was Lost Gems From The 70's, de dubbele best-of uitbracht met zijn bekendste songs op het ene schijfje en zijn meer onderbelichte werk op het andere. En er waren Belpop Bonanza-apostelen Jan Delvaux en Jimmy 'DJ Bobby Ewing' Dewit, die Brasseur helemaal uit de vergetelheid sleurden door hem 'Het Gouden Horloge' te geven, een eerbetoon aan een vergeten Belgische legende. Daarop volgde een concertreeks. Hoewel Brasseur al veertig jaar niet meer met een uitgebreide bezetting had gespeeld, werd er een begeleidingsband rond hem gebouwd, met leden van De Mens, Vive La Fête en Isolde et les Bens. Die groep deed afgelopen zomer de Gentse Feesten, M-idzomer en uiteindelijk ook Pukkelpop daveren. Nooit speelde er een oudere artiest dan André Brasseur in Kiewit. De 76-jarige Waal stond er op de slotdag geprogrammeerd, om 12u40 in de Marquee. Ontiegelijk vroeg, zou je denken. En toch puilde de tent uit, en danste oud én jong met zijn instant herkenbare deuntjes mee. 'Vooraf maakte ik me nochtans zorgen, vanwege mijn leeftijd,' bekent Brasseur. 'Maar iedereen was zo sympathiek! Het volk was gecharmeerd door de muziek en de muzikanten. Ongelooflijk.' Ondanks die revival, is Brasseurs hedendaagse succes niets vergeleken met de bijval die hem in de jaren zestig te beurt viel. Met Early Bird scoorde hij in 1965 een wereldhit. Meer dan tien miljoen exemplaren werden er van die single verkocht. Gezongen wordt er niet, alleen lichtjes geneuried. De hoofdrol is weggelegd voor zijn frivole en aanstekelijk klinkende hammondorgel, dat boven de surfgitaarpartijtjes uittorent. Het werd de bekende André Brasseur-sound. Al was dat hammondorgel een toevalstreffer, zegt André Brasseur. 'Al van zo lang ik me kan herinneren, speel ik muziek. Ik volgde piano- en celloles aan de kunstacademie Conservatoire Lucien Robert in Tamines. Nadat ik mijn klassieke studies had afgerond - met een medaille van de staat -, werd ik vooral geprikkeld door jazz. Fats Waller, Errol Garner, Thelonious Monk: ik keek op naar die jazzpianisten, zij deden dat instrument evolueren.' Begin de jaren zestig, tijdens zijn legerdienst, werd soldaat Brasseur aangesteld als toetsenist en bandleider van het Orchestre de Jazz de l'Armée Belge. Zijn instrument moest hij huren. Aangezien de huurprijs van een piano dezelfde was als die van een hammondorgel, koos hij voor dat laatste. Hij vond het orgel een stabieler instrument, want een piano moet regelmatiger gestemd worden. Het is op die hammond dat André Brasseur nieuwe klanken ontdekte, die hij in de vorm van aanstekelijke instrumentals op de radio katapulteerde. Early Bird haalde de hitlijsten in onder meer Duitsland, Nederland en Oostenrijk. Holiday (1968) werd op BBC Radio 1 als jingle gebruikt in de jaren zeventig. Big Fat Spiritual (1967) en The Kid (1968) werden op hun beurt bekend door piratenzenders zoals Veronica en Noordzee. En zo droeg André Brasseur bij aan het geluid van de sixties en de vroege seventies. Procol Harums A Whiter Shade Of Pale, Booker T & The MG's' Green Onions, Bob Marleys No Woman No Cry (Live), The Spencer Davis Groups Gimme Some Lovin': ze hadden allemaal één ding gemeen met André Brasseurs Early Bird. Dat hammondorgel.In 1967 nam hij een beslissing die Jan Delvaux en Jimmy Dewit 'l'erreur de Brasseur' zijn gaan noemen. 'Ik had heel wat geld verdiend met Early Bird', verklaart hij zelf. 'Dat besloot ik te investeren in twee discotheken in Wallonië: Pow-Pow in 1967 en La Locomotiv in 1969. Die draaiden goed, maar eisten veel van me. Muziek kwam noodzakelijkerwijs op de tweede plaats te staan. Ik vond nog maar zelden de tijd om op te treden.' Het managen van beide discotheken begon zo op hem te wegen dat hij de etablissementen in 1985 verkocht en twee jaar lang met een burn-out kampte. Ook de dertig jaren daarna bleef André Brasseur uit de spotlights. 'Ik ben wel nooit gestopt met spelen', zegt hij met klem. Hij musiceerde samen met bluesveteraan Roland Van Campenhout en fungeerde als studiomuzikant van de Brusselse popgroep Vaya Con Dios. Het is zíjn hammond die schittert in What's A Woman, hun bekendste single.Na de eeuwwisseling volgde een rustige periode, die Brasseur zelf zijn pensioen noemt. 'Ik speelde nog wel vaak, maar uitsluitend in mijn eentje. Zo'n vier keer per week trad ik op in restaurantjes in Namen.' Dat zijn hits uit de jaren zestig ondertussen in het collectieve geheugen van België gegrift zaten en hij een ware cultheld was geworden, kon Brasseur maar moeilijk bevatten. En dat Jan Delvaux en Jimmy De Wit hem helemaal terug naar het voorplan brachten al helemaal niet. 'Ik blikte zeer tevreden terug op mijn carrière. Ik dacht dat het voorbij was. Nooit had ik gedacht dat ik nog opnieuw zou gaan toeren. En toen kwam dat Vlaamse project.' Pukkelpop 2016 was daar niet eens de eindhalte van. Afgelopen weekend nog brachten André Brasseur en band een bezoekje aan Studio Brussel, waar ze een cover brachten van Universal Nation van Belgisch elektronicaproducer Push, zopas door de luisteraars van StuBru's The Greatest Switch verkozen tot de beste danceplaat aller tijden. Brasseurs versie klinkt allesbehalve oubollig. Ze ademt, ze spant en vooral: ze groovet. Zoals alles van André Brasseur, de man die al sinds 1963 op datzelfde gouden hammondorgel speelt. Oververdiend, dus, die Belgium: The Vinyl Frontier Lifetime Achievement Award van Red Bull Elektropedia.