HET CONCERT: Absynthe Minded en Mooneye (solo) in OLT Rvierenhof, Antwerpen op 19/7.
...

Dat de coronacrisis in muzikantenmiddens een ware ravage te weeg heeft gebracht, is u inmiddels bekend. Heel wat bands die net vóór of tijdens de lockdown een nieuwe plaat uitbrachten, verkeerden plots in de onmogelijkheid om dat nieuwe materiaal ook voor een publiek ten gehore te brengen. Frustrerend, want muziek komt pas écht tot leven op een podium. Intussen zijn kleinschalige optredens voor een beperkt aantal toeschouwers en met respect voor social distancing weer toegelaten. Alleen, probeer maar eens de sfeer van een echt rockconcert te benaderen bij een zittend, achter mondmaskers verstopt en wijd uit elkaar geplaatst publiek. Geen sinecure, zo bleek ook tijdens het optreden van Absynthe Minded, omdat een artiest in die omstandigheden van de toehoorders nauwelijks energie terugkrijgt. De kans dat dit ooit het nieuwe normaal wordt, is dus bijzonder klein.'Heestih dat we nu eindelijk weer buiten mohen', sprak Michiel Libberecht, en legde daarmee prompt zijn West-Vlaamse roots bloot. De man vormt de spil van het Zwevegemse vijftal Mooneye, dat vorig jaar, samen met Tessa Dixson en David Ngyah, door Studio Brussel tot de Nieuwe Lichting werd gebombardeerd en in Antwerpen als opwarmer was aangezocht. Libberecht moest echter in zijn eentje met een akoestische gitaar het verhoogje op en dat was geen onverdeeld succes.Goed, zijn stem klinkt een beetje als die van Zach Condon van Beirut en het van de radio bekende Thinking About Leaving is zeker geen kwaad nummer. Niettemin ging zijn set gebukt onder eenvormige melodieën en puberaal aandoende 'wee mij'-teksten, die we eerder als simplistisch dan als simpel zouden bestempelen. Met uit karamellenverzen opgebouwde liedjes als Part of Me, Are You Lonely Too? of My Routine vormt Mooneye niet meteen concurrentie voor de Dylans of Cohens van deze wereld. Libberecht liet olijk weten dat zijn groep zopas haar eerste langspeler heeft afgewerkt. Wie een hart heeft, mag het vasthouden.Het contrast met het Gentse Absynthe Minded kon nauwelijks groter zijn. Het gezelschap is al ruim twintig jaar actief en dat voel je, ook al zijn van de oorspronkelijke line-up vandaag enkel nog zanger-gitarist Bert Ostyn en bassist Sergej Van Bouwel overgebleven. Sinds het kwintet in 2017 aan een tweede leven begon, zijn de troepen alweer herschikt: drumster Isolde Lasoen nam sinds kort de stokjes over van Simon Segers en toetsenman Laurens Dierickx, die in de voetsporen treedt van Wouter Vlaeminck, beleefde in Antwerpen zelfs zijn vuurdoop.Zoals al bleek uit Jungle Eyes klinkt Absynthe Minded vandaag enigszins anders dan vroeger. De zwierige gypsyjazzinvloeden van weleer hebben plaats geruimd voor een meer poppy geluid, dat op Riddle of the Sphinx transparanter en uitgepuurder klinkt dan ooit. Waar Ostyn op de vorige plaat nog vooral maatschappelijke observaties prijsgaf, heeft hij in de nieuwe songs aandacht voor de kleine dingen des levens, zonder dat er sprake is van een nadrukkelijke stijlbreuk. De band maakt nog altijd songs die probleemloos akoestisch kunnen worden gespeeld, maar nu hier en daar op smaak worden gebracht met een snuifje elektronica.Absynthe Minded zette meteen de tanden in het titelnummer van de nieuwe plaat, Easy werd ingeleid door een wiebelende bas en met het even donkere als potige Hellhole gaven Bert Ostyn en zijn vrienden de Orange Man uit het Witte Huis lik op stuk. In Masterpiece - vervormde stem, geleidelijk aanzwellende synth - meenden we de 'shhh' uit Come Together te ontwaren, maar het jazzy Surrender, door de zanger aangekondigd als een 'one note song', was te schetsmatig om ons voluit op sleeptouw te nemen.Het nostalgische Cherry Picking, waarin Isolde Lasoen een zomerse tweede stem aandroeg en Toon Vlerick een twangy gitaarsolo neerzette, was prachtig en ook Found No Friend, What in the World, Pass It On en het acht jaar oude Space klonken verre van onaardig. Toch dreigde Absynthe Minded hier een beetje te gaan kabbelen. Het knetterde niet en dus wachtte je vergeefs tot de vlam echt in de pan sloeg. Dat gebeurde uiteindelijk toen de groep begon terug te bladeren in haar catalogus, met een stevig rockend End of the Line, een springerig Kingpin en een dynamisch opverend The Execution als resultaat. Publieksfavorieten zoals het afgemeten My Heroics, Part One of Envoi zouden uiteraard niet ontbreken, maar hét hoogtepunt van de set was voor ons Echo Chamber, een nagenoeg perfecte popsong die destijds op Abbey Road niet zou hebben misstaan. Ook afsluiter Clickbait Mermaid, over de ranzige lezerscommentaren op websites van populaire kranten, knalde als een voetzoeker. De gitaren bewogen zich op het scherp van de snee, alsof de batterijen van Absynthe Minded pas nu helemaal waren opgeladen.Tijdens de toegiften volgden nog een prachtig Moodswing Baby, een met frivole toetsen opgeleukt Beam! en het farmaceutisch geïnspireerde Mixing the Medicine, waarin zowaar een verdwaalde smurf aan onze oorlelletjes kwam knagen. Al bij al een fijn concert dat soms een beetje fut miste, maar met een groep die naar het einde toe alsnog de juiste toon te pakken kreeg. Tja, pop in coronatijden, het is wennen voor iedereen.