Toen in 2017 de comebackplaat Jungle Eyes verscheen, gaf voorman Bert Ostyn ruiterlijk toe dat hij de interactie met andere muzikanten al snel was gaan missen op zijn korte solovlucht, die met No South of the South Pole twee jaar eerder slechts één lp had gebaard. Maar ondanks het verse bloed - van de oorspronkelijke Absynthe Minded-bezetting stapte enkel bassist Sergej Van Bouwel mee op de aansluitingstrein - leek het kleurloze Jungle Eyes om krampachtige redenen gemaakt. Met de ep Mr. Doom (...

Toen in 2017 de comebackplaat Jungle Eyes verscheen, gaf voorman Bert Ostyn ruiterlijk toe dat hij de interactie met andere muzikanten al snel was gaan missen op zijn korte solovlucht, die met No South of the South Pole twee jaar eerder slechts één lp had gebaard. Maar ondanks het verse bloed - van de oorspronkelijke Absynthe Minded-bezetting stapte enkel bassist Sergej Van Bouwel mee op de aansluitingstrein - leek het kleurloze Jungle Eyes om krampachtige redenen gemaakt. Met de ep Mr. Doom (2018) kreeg de band al wat van zijn gezonde blos terug en zo staan we heden een stuk dichter bij waar we willen staan: met twee voeten in een aangename popplaat. Wie zich van Absynthe Minded de occasionele forse rockopstoten en zwierige gypsyswing herinnert, hoeft zijn tafels en stoelen weliswaar niet opzij te zetten. In deze bezetting - met naast Ostyn en Van Bouwel nog gitarist Toon Vlerick, drumster Isolde Lasoen en toetsenist Laurens Dierickx - prefereert de groep een stijl die in de vorige eeuw, toen taboes nog een beetje gewicht hadden, 'adult orientated pop' zou zijn genoemd. Omdat men daarmee voornamelijk doelde op muziek die te mak en verzorgd was om veel jeugdige opwinding te genereren, maar waarvan tussen twee zachte armleuningen in wél behoorlijk te genieten viel, hoorde er een opgetrokken neus bij. Die is hier ongepast. Wat Absynthe Minded anno 2020 goed doet, moeiteloos zelfs, is luchtige synthesizers en flinterdunne elektronische toetsen draperen over een bezadigde akoestische onderbouw. Die combinatie laat uiteraard weinig scherpe randjes toe, maar schept wel meer dieptezicht en verhoogt de tolerantie voor die luttele songs die het vertikken uit de anonimiteit te treden, zoals Cherry Picking of Found No Friend (ondanks de mogelijkheden die Lasoens achtergrondzang in die laatste opent). Oren blijven al makkelijker kleven aan het oosterse vocale motiefje waarop opener Mixing the Medicine dobbert, de percussieve intro van deep cut Masterpiece of de hiphop meets J.J. Cale-hoogvlieger Hell Hole.Inhoudelijk lijkt Ostyn op Riddle of the Sphinx twee stapeltjes te maken: vluchtige schijn hier, blijvende betekenis daar. In Found No Friend toont een maat zijn ware aard, in Found a Meaning luidt het: 'Seven billion people but you're all I need.' Ballast afwerpen en het waardevolle koesteren: Absynthe Minded doet het op Riddle of the Sphinx behoorlijk goed.