Maandag, 21.05 - één
...

Maandag, 21.05 - één Terwijl Man Bijt Hond steeds meer transformeerde in een rariteitenkabinet van menselijke onhebbelijkheden, was daar plots de jonge reporter Arnout die met een camera op zijn schouder naar Compostela wandelde. 'Naar Compostela wandelen is simpel', wisten routiniers in de herbergen te vertellen. 'Ge legt gewoon te voet ne weg af.' Maar zoals wel vaker was die eenvoudige voorstelling van zaken eerder machopraat dan waarheid. Wandelen naar Compostela is een beetje zoals de trein op perron negen en driekwart nemen in het land van Harry Potter: het is wandelen naar een wereld buiten de tijd. Of, in het geval van Arnout, wandelen in de sporen van de tijd. Geheel in de traditie van Man Bijt Hond legde Arnout al snel een voorkeur aan de dag voor alles wat roestig, krom, gehavend, toegetakeld en gerimpeld was. Er kon geen paar kromme oude vrouwenbenen passeren, of de camera van Arnout had ze geregistreerd. Achter die benen hobbelde dan een boodschappenkarretje, of erboven zweefde een traditioneel stokbrood. Volgens mij is een neiging tot gerontofilie al langer een voorwaarde om reportages te mogen draaien voor Man Bijt Hond. Maar daar waar het programma graag grossiert in het cliché 'hoe ouder hoe zotter', lukte het Arnout om aan te tonen dat er met de jaren effectief ook wat wijsheid bovendrijft. Als hij de boer aansprak die kromgebogen op zijn akker wortels stond te trekken, of de vrouw met het grijze, krullende haar die net de brievenbus lichtte, dan kwam daar iets bijzonders uit voort. De eenvoudige, bijna ordinaire vragen die hij stelde - het type vragen dat je nu eenmaal stelt aan vreemdelingen wanneer je onderweg bent - ontkurkten verhalen met een volle, bitterzoete nasmaak. De boer op zijn veld vertelde over zijn vrouw die blind zou worden als ze kinderen kreeg. Een familiekwaal. Hij wilde geen kinderen. Zij wel. Er kwam een zoon, en zij kon hoe langer hoe minder zien. 'Dat is het leven', zei hij, terwijl hij de aarde van de wortels schraapte. De vrouw met het grijze krulhaar bewaarde haar man in een blik Bouillon Kub. Dat was zijn wens. Hij wilde niet in zo'n kitscherige urne. Hij zat in zijn blik bij haar aan tafel en als zij naar Nederland reed - haar land van oorsprong - dan zette ze hem op de passagierszetel. Waren ze toch nog een beetje met z'n tweeën. 'Brengt zo'n tocht naar Compostela een mens dichter bij de dood?', vroeg ik me op een bepaald moment af. Of is fascinatie voor de dood normaal voor gerontofielen? Arnout liet alvast geen moment onbenut om het over het einde te hebben of Magere Hein achterna te snellen. Als hij klokken hoorde luiden en een fietser hem erop wees dat die voor een begrafenis klonken, spoedde hij zich er meteen heen. Buiten de kerk trof hij een islamitische begrafenisondernemer, die er geen graten in zag om christenen onder de grond te stoppen. 'We zijn allemaal dezelfde', knikte hij. 'En joden?', polste Arnout met een luchtigheid alsof hij even het weer besprak. 'Iedereen zijn godsdienst', was daarop het enigszins ontwijkende antwoord. Het waren die korte, bedrieglijk onschuldige gesprekken die de Compostelastukjes van Arnout iets poëtisch gaven. Nu ze gecompileerd en gebonden door tussenkomsten van doorgewinterde Compostelagangers op het scherm verschijnen, verliezen ze in hun geheel de kracht van het bijzondere. In strijd met de traagheid van de tocht moet het nu ineens vooruitgaan. Te veel bitterzoet is op de duur klef. Weg naar Compostela lijkt daarbij vooral de weg naar zo veel mogelijk return on investment, en een manier voor Woestijnvis om het aflopende exclusiviteitscontract tot de laatste inktdruppel uit te persen. Lees nog meer recensies en bedenkingen in de blog Testbeeld op KNACKFOCUS .BE TINE HENSIs fascinatie voor de dood normaal voor gerontofielen?