Uitbundig. Arrogant. Katerig. Apathisch. Zo stoned als een garnaal. Wij hebben muzikanten in álle stemmingen geïnterviewd, maar zo neerslachtig als Rumer hebben we ze nog niet vaak meegemaakt. Amper twintig minuten ver in ons telefoongesprek wordt het stil aan de andere kant. Plots een diepe zucht. En een snik. 'Mijn leven is een living hell', snottert ze. Dat het toerschema onmenselijk is. Dat elke seconde van haar vrije tijd wordt volgestouwd met interviews en promoverplichtingen. En dat ze erdoor zit: 'I'm so fucking depressed I just wanna die.' Het was nochtans onschuldig begonnen.
...

Uitbundig. Arrogant. Katerig. Apathisch. Zo stoned als een garnaal. Wij hebben muzikanten in álle stemmingen geïnterviewd, maar zo neerslachtig als Rumer hebben we ze nog niet vaak meegemaakt. Amper twintig minuten ver in ons telefoongesprek wordt het stil aan de andere kant. Plots een diepe zucht. En een snik. 'Mijn leven is een living hell', snottert ze. Dat het toerschema onmenselijk is. Dat elke seconde van haar vrije tijd wordt volgestouwd met interviews en promoverplichtingen. En dat ze erdoor zit: 'I'm so fucking depressed I just wanna die.' Het was nochtans onschuldig begonnen. Rumer:Thanks. Weet je hoe ik mijn verjaardag gevierd heb? In een karaokeclub in Japan. En voor je het vraagt: neen, ik had nooit gedacht dat ik mijn verjaardag ooit zou doorbrengen tussen kattenvals voor zich uit wauwelende Japanners. Rumer: Een beetje allebei, I guess. Had ik mijn doorbraak op jongere leeftijd gehad, ik zou veel meer van het succes genoten hebben. Nu ben ik daar veel te nuchter voor. Maar anderzijds zou ik me als jong meisje ongetwijfeld in allerlei excessen hebben gestort, terwijl ik nu weet dat al die glamour gewoon bullshit is. En voor de rest: tien jaar geleden had ik nog een mooie huid en was ik een pak slanker. Toen zou ik niet zo tegen fotoshoots hebben opgekeken als nu. Rumer:Hope, my friend, hope is my constant companion. Want zoals de meeste ouders hebben ook de mijne me eerst gesteund, maar zodra ik tegen de dertig aanliep, werden ze bezorgd en probeerden ze me zachtjes op andere gedachten te brengen. Rumer: Alles bij elkaar relatief. Hij is pas op de proppen gekomen toen ik al een platencontract had, want dat heb ik enkel en alleen aan mezelf te danken. Zijn stamp of approval heeft wel veel deuren geopend. Dat hij me goed vond en me zelfs naar Californië liet overvliegen om me live te horen zingen, gaf me een onwezenlijk gevoel. Rumer: Neen, niets is zo ontwapenend als eerlijkheid. Seasons Of My Soul was een heel pijnlijke bevalling en er zijn heel wat tranen gevloeid, maar ik ben blij dat ik met een aantal trauma's in het reine ben. Of althans geprobeerd heb om ermee in het reine te komen, want sommige dingen wis je niet zomaar uit. Ik ben bijvoorbeeld nog lang niet klaar met het feit dat mijn vader niet mijn echte vader is (Toen het gezin in Islamabad woonde, raakte haar moeder zwanger van de Pakistaanse kok die bij hen inwoonde; nvdr.). Mijn ouders hebben me het verteld toen ik een jaar of elf was, waarop het onderwerp taboe werd verklaard en er nooit nog op werd teruggekomen - alsof er geen vuiltje aan de lucht was. Tja, dan is het niet raar dat je je als tiener van de ene zenuwinzinking naar de andere sleept en je dat trauma blijft meezeulen. En het is niet alsof ik een therapeut ter beschikking kreeg: ik kon er met niemand over praten. Zelfs toen mijn moeder ziek werd en naar haar einde toeging - nóg zo'n mokerslag - hebben we die kwestie nooit doorgepraat. Het is heel moeilijk om iets te verwerken als iedereen doet alsof het nooit gebeurd is. Rumer: Neen, toch niet. Ik kan best begrijpen dat droefheid voor sommige artiesten een emotionele habitat is: dat ze dus als songschrijver enkel gedijen in een melancholische gemoedsgesteldheid. Maar ik begrijp evenzeer dat je soms je eigen succes wil saboteren. Hoe tevreden ik ook ben over de plaat die ik heb mogen maken en hoe dankbaar ik ook ben voor al die mensen die mijn cd's kopen en naar mijn optredens komen kijken: op dit moment is het me allemaal te veel. Mijn leven is een living hell... En dan wordt het stil. Praten lukt niet meer. Enigszins bedremmeld bieden we onze resterende interviewtijd alvast aan als quality time, maar helemaal gerust zijn we er niet op als we enkele troostende woorden later afscheid nemen. Haar tourmanager laat daags nadien weten dat we ons geen zorgen moeten maken en 'dat het al veel beter gaat'. Maar toch: geef haar een warm onthaal, daar in het Rivierenhof. DOOR VINCENT BYLOO'Niets is zo ontwapenend als eerlijkheid.'