Het kan niet anders of Sounds Of The Universe, de recentste en twaalfde cd van Depeche Mode, luidt een nieuw én rustiger tijdperk in. Rechtkrabbelen, stof afkloppen en doorgaan: sinds bandleider Vince Clarke nog vóór de eerste plaat Speak & Spell (1981) vertrok om Yazoo op te richten, is dat het onuitgesproken motto van Depeche Mode. Ook toen geluidsarchitect Alan Wilder in 1995 de deur achter zich dichtsloeg - gefrustreerd door het gebrek aan waardering van de andere drie - en de band geconfronteerd werd met een alcoholverslaving (songschrijver/gitarist Martin Gore), een klinische depressie (toetsenist Andy Fletcher) en zelfs een twee minuten durend virtueel sterfgeval (zanger Dave Gahan).
...

Het kan niet anders of Sounds Of The Universe, de recentste en twaalfde cd van Depeche Mode, luidt een nieuw én rustiger tijdperk in. Rechtkrabbelen, stof afkloppen en doorgaan: sinds bandleider Vince Clarke nog vóór de eerste plaat Speak & Spell (1981) vertrok om Yazoo op te richten, is dat het onuitgesproken motto van Depeche Mode. Ook toen geluidsarchitect Alan Wilder in 1995 de deur achter zich dichtsloeg - gefrustreerd door het gebrek aan waardering van de andere drie - en de band geconfronteerd werd met een alcoholverslaving (songschrijver/gitarist Martin Gore), een klinische depressie (toetsenist Andy Fletcher) en zelfs een twee minuten durend virtueel sterfgeval (zanger Dave Gahan). En zo heeft Depeche Mode - ooit vier knullige teenyboppers die zelfs door de meiden van Bananarama voor wimps werden versleten - zich de afgelopen drie decennia gestaag omgevormd tot een invloedrijk elektropopinstituut, dat zich qua aanzien met U2, The Cure en R.E.M. kan meten. Kortom, je weet altijd wat gezegd als je Martin Gore de hand mag schudden. Martin Gore: (Lacht) Ik kan ze nochtans allebei wel pruimen,. Met techno heb ik het veel lastiger: het meeste daarvan klinkt in mijn oren totaal ongeïnspireerd. Soms denk ik dat we daarmee een monster gebaard hebben. Gore: Tja, zwarte kids uit Detroit die naar bleke Engelse synthpop luisterden? Daar konden we niet bij. Nu, het was veeleer de manier waarop we muziek maakten die hen aansprak, want op persoonlijk vlak hadden we niets gemeen. We zijn midden jaren 80, op aandringen van het tijdschrift The Face, eens bij Derrick May thuis in Detroit geweest. Dat viel tegen: wij dachten toen alleen aan de volgende party, en hij dronk niet, want ál die technogastjes waren gezondheidsfreaks. Datkwamen we te weten toen hij ons naar een grote technoclub meevoerde.Wij spurtten er naar de toog - bleek dat een sapjesbar! Tussen techno en ons is het nooit meer goed gekomen. (Lacht) Gore: Toch veeleer het tweede. Al zijn we ook altijd harde werkers geweest: we hadden nooit zo'n brede fanbasis kunnen opbouwen zonder ettelijke keren de wereld rond te toeren. Bovendien hebben we steeds ons best gedaan om innovatieve en hedendaags klinkende platen uit te brengen. Of dat elke keer gelukt is, laat ik in het midden. Maar ik stel wel vast dat we meestal de oude fans konden plezieren én nieuwe konden aantrekken. Gore: Euhm, drie jaar geleden ben ik gestopt met drinken. Niet alleen voel ik me daardoor beter in mijn vel, het heeft ook de troebele relaties binnen de band doen opklaren. Kijk, Dave had zijn heroïneverslaving al overwonnen. Dat betekent dat hij en ik nu iets heel intens met elkaar gemeen hebben, waardoor onze verstandhouding hechter is dan ooit. Daarnaast heeft het feit dat hij de laatste jaren ook nummers aandraagt voor mij als songschrijver de druk wat van de ketel gehaald. Vroeger begonnen we aan een plaat met vijf songs, en moesten we halverwege de boel stilleggen omdat ik er nóg vijf moest schrijven. Gore: Hmm, op zich niet. Maar je kent Dave: toen we aan Playing The Angel wilden beginnen, stormde hij met veel bravoure binnen en wilde hij plots de helft van de nummers leveren. Na 25 jaar waarin hij op dat vlak geen klop had gedaan! Mij al die tijd een dictator noemen, ja, omdat ik hem zogezegd niet toeliet zichzelf te ontplooien. Dus: van mij mochten zijn songs op de plaat, maar dan wel in kleine doses. Gore: (Lacht) Zulke dingen zijn bespreekbaar geworden, ja. Gisteren nog lagen we in een deuk toen we het verhaal van één van Daves arrestaties oprakelden, nadat hij een kerel van de security een kopstoot had gegeven. (Lacht) Dat was Depeche Mode toen. In Madrid viel het voor mij nog mee: ik heb me meteen laten vallen, waardoor ik er enkel een blauw oog aan heb overgehouden. Of ik het Dave ooit vergeven heb? Mmmja, uiteindelijk wel. (Flauwe glimlach)Gore: Halverwege de vorige tournee realiseerde ik me dat ik zoveel dronk dat ik er mijn lichaam mee in de vernieling hielp. Op zich goot ik niet eens zo overdreven veel achterover, alleen: op tournee is het iedere dag zaterdagavond, begrijp je? Op den duur voelde ik me zo beroerd dat ik me tijdens een toeronderbreking van drie weken compleet droog heb gezet. Dat was zo'n... openbaring dat ik meteen definitief ben gestopt. Een van de vele voordelen was dat ik weer wat greep kreeg op mijn emoties. Al geef ik ruiterlijk toe dat ik, als het op het uiten ervan aankomt, nog steeds een beetje, euhm, achterlijk ben. Gore: (Lacht) Wat ik daarmee bedoelde, was dat iemand die géén deel van de band uitmaakt ons veel beter kan helpen om knopen door te hakken als we onderling niet overeenkomen. Alan heb ik trouwens al in geen jaren meer gezien of gehoord. Hij leeft nogal teruggetrokken, heb ik de indruk. Gore: Dat ik er de ene keer al beter uitzag dan de andere. (Lacht) Maar ik heb nergens spijt van. Zelfanalyse is aan mij niet besteed, maar ik denk dat ik toen wilde provoceren. En ik vermoed dat het veel mensen heeft geholpen om zich wat kleding betreft te bevrijden. Ik kan me voorstellen hoe iemand als Marilyn Manson als kind die foto's zag, en er nog een flinke schep bovenop wilde doen. Gore: Pff. Als de ene recensent je single fantastisch vindt, en de andere er een hoop stront in ziet, bewijst dat enkel hoe zinloos en subjectief kritieken zijn. We namen ze niet al te ernstig. Gore: (Schatert) Zo lees je ze niet meer! Och, ik begreep het wel. We maakten toen nog pure pop, en ons imago was tamelijk rampzalig. Een videoclip schieten in een stal terwijl we elk een kip strelen? Oké! Een cricketuniform aantrekken voor een fotosessie? Best! (Hoofdschuddend) We gingen op élke vraag voor promotie in, of die nu van televisie of een tienerblaadje kwam. We hadden niemand die ons tegen onszelf kon beschermen. In tegenstelling tot al de groepjes van vandaag, die vanaf hun eerste scheet door een heel managementteam worden begeleid. Wij waren een simpele workingclassband die van het ene op het andere moment in de spots werd geduwd. Maar goed, zoals ik zei: no regrets. Gore: (Schouderophalend) Ik ben opgegroeid in de glamperiode, ik heb dus wel affiniteit met dat flamboyante showaspect. Marc Bolan, David Bowie, Gary Glitter: ik krijg die niet uit mijn bloed. Trouwens: ik had onlangs een meeting met de mensen die mijn nieuwe podiumoutfit maken. Ik verklap niets, maar garandeer je wél dat je niet naast me zult kunnen kijken. (Lacht)Gore: Dat we het er zonder kleerscheuren hebben afgebracht, hoewel de Belgische pers onze naam zowat uitkotste. De teneur: 'Elektro-nische muziek is geen échte muziek!' Ik weet nog dat we aan boord van een Sabenatoestel in hun magazine aan het bladeren waren, en dat we zelfs dáárin werden afgekraakt! (Lacht)Het zal wel dat rokje geweest zijn. SOUNDS OF THE UNIVERSE Op 20/4 uit bij Mute. Door Kurt Blondeel