De enige misdaad waarvoor een mens zijn slaap laat, is een moord. U kunt dat cynisch vinden of luguber of weer een triest bewijs dat we een door en door verdorven soort zijn, maar een verdwaalde moslimterrorist of wat vermist uranium verzoenen geen enkele lezer met het idee dat hij toch wel minstens een dag van zijn leven aan een boek opoffert. Een misdaad in een thriller is als de kurk van de champagnefles: hij moet knallen. En liefst zo hard en onverwacht mogelijk. Daarom valt een lijk nog altijd het best uit de kast. Dat mag u gerust letterlijk ...

De enige misdaad waarvoor een mens zijn slaap laat, is een moord. U kunt dat cynisch vinden of luguber of weer een triest bewijs dat we een door en door verdorven soort zijn, maar een verdwaalde moslimterrorist of wat vermist uranium verzoenen geen enkele lezer met het idee dat hij toch wel minstens een dag van zijn leven aan een boek opoffert. Een misdaad in een thriller is als de kurk van de champagnefles: hij moet knallen. En liefst zo hard en onverwacht mogelijk. Daarom valt een lijk nog altijd het best uit de kast. Dat mag u gerust letterlijk nemen. Niets zo slecht voor de nachtrust of het seksleven als een lijk dat uit de garderobe op het hoogpolige tapijt dwarrelt. 'Schat! Wat is dat?! Wie is dat?! Schaaat!' Zeker als dat lijk of op perverse wijze gemutileerd is of een bekend gezicht heeft. 'Schat! Schaaat! Ben jij dat, schat?' In het beste geval is dat lijk het eerste in een niet al te lange rij. Met lijken in thrillers mag het dan al zijn als met schoenen en vrouwen: beter een paar te veel dan te weinig, maar voor lijken geldt - in tegenstelling tot schoenen - wel de gulden regel van de matiging. Een miljoen lijken past niet in de garderobe. Een miljoen lijken laat een lezer Siberisch koud. Het aantal lijken dat in vrieskisten, grachten, parkeergarages, koffers, verlaten wc's langs de snelweg of in de zwemvijver van de bankdirecteur wordt aangetroffen, blijft maar beter op één hand telbaar. Vijf slachtoffers met een gezicht kerven kilometers dieper in de ziel dan vijfhonderd sukkelaars die omkwamen van honger, dorst en een kernramp. Ieder lijk staat bovendien voor een wending in verhaal en plot en bij te veel wendingen draait een lezer zot. Het lijk is in de thriller de versnellingsbak van het verhaal. Bij ieder lijk schakelt de motor enkele toeren hoger en daarbij is het kwestie niet zo snel te schakelen dat de motor simpelweg uit elkaar spat. Spaarzaam omspringen met de lijken, daar draait het om, ze subtiel in het verhaal weven en ze net als homo's in de jaren vijftig voldoende lang in de kast houden. Tenzij je voor het splashergenre gaat en het er al lang niet meer toe doet wie nu precies al die lichamen tot bloederige hompjes verhakt en waarom dan wel. Hoe en waarom zijn de centrale vragen in iedere thriller, en daarom is de meest perfecte moord de moord waarover de informatie schaars is en waarop de regels van de kansberekening afketsen als humor op het eiwitloze vel van Bart De Wever. De perfecte moord is de onverwachte en schijnbaar zinloze moord, de moord die te verwarren valt met een stom ongeluk of met een bewuste keuze van de mens die nu een lijk in een kast is. Evenveel hangt bovendien af van waar de kast precies staat. Daarover gaat het volgende week. VOLGENDE WEEK : DE PERFECTE LOCATIE TINE HENS