De foto's van Charlie Chaplin, Marlene Dietrich, Orson Welles, Charlton Heston, Martin Scorsese en Nicole Kidman aan de muren verraden het al: La Mamounia, in het onrustig kloppende hart van het Marokkaanse Marrakech, is niet zomaar een luxehotel. Het is een plek waar filmgeschiedenis geschreven werd, waar Alfred Hitchcock verschillende scènes van The Man Who Knew Too Much (1956) draaide en waar de beau monde ook nu nog altijd graag komt verpozen, weg van de stoffige drukte van de oude medina en met de besneeuwde Atlas aan de einder.Een mooiere en mythischer plek om als Belgisch journalist een Chinese filmkeizer als Zhang Yimou te interviewen is in deze gekke, geglobaliseerde wereld amper denkbaar. En laat globalisering nu net een onderwerp zijn waar de inmiddels 61-jarige Zhang alles van afweet. Precies een kwarteeuw na zijn internationale doorbraak met Het rode korenveld - in 1988 in Berlijn bekroond met de Gouden Beer - is niet alleen zijn heimat China ingrijpend veranderd. Ook het werk van Zhang zelf heeft in die tijd een complete metamorfose ondergaan.
...

De foto's van Charlie Chaplin, Marlene Dietrich, Orson Welles, Charlton Heston, Martin Scorsese en Nicole Kidman aan de muren verraden het al: La Mamounia, in het onrustig kloppende hart van het Marokkaanse Marrakech, is niet zomaar een luxehotel. Het is een plek waar filmgeschiedenis geschreven werd, waar Alfred Hitchcock verschillende scènes van The Man Who Knew Too Much (1956) draaide en waar de beau monde ook nu nog altijd graag komt verpozen, weg van de stoffige drukte van de oude medina en met de besneeuwde Atlas aan de einder.Een mooiere en mythischer plek om als Belgisch journalist een Chinese filmkeizer als Zhang Yimou te interviewen is in deze gekke, geglobaliseerde wereld amper denkbaar. En laat globalisering nu net een onderwerp zijn waar de inmiddels 61-jarige Zhang alles van afweet. Precies een kwarteeuw na zijn internationale doorbraak met Het rode korenveld - in 1988 in Berlijn bekroond met de Gouden Beer - is niet alleen zijn heimat China ingrijpend veranderd. Ook het werk van Zhang zelf heeft in die tijd een complete metamorfose ondergaan. De kleine, kritische plattelandsdrama's als Ju Dou (1990), Raise the Red Lantern (1991) en To Live (1995) maakten plaats voor exuberante, commerciële spektakelstukken als Hero (2002) en House of Flying Daggers (2004). Zijn recentste exploot staat met een budget van bijna honderd miljoen dollar zelfs te boek als de duurste Chinese film ooit. Dat is het in België nog steeds niet uitgebrachte The Flowers of War (2011), een oorlogsepos met Hollywoodster Christian Bale in de hoofdrol. Voor ons zit met andere woorden niet langer een dissidente arthouseauteur die zijn films clandestien het land uit moet smokkelen om de communistische censuur te omzeilen. Zhang is een (inter)nationaal filminstituut geworden, een exponent van China's grote kapitalistische sprong voorwaarts, een culturele ambassadeur die in 2008 ook mee de indrukwekkende openings- en slotceremonie van de Olympische Spelen te Peking regisseerde. Is Zhang gecapituleerd voor het regime en zijn staatsgeleide kapitalisme, zelfs al werden hij en zijn familie indertijd het slachtoffer van Mao's heropvoedingspolitiek en moest hij tijdens de Culturele Revolutie drie jaar lang velden ploegen? Of is het de logische evolutie van een uiterst begenadigd filmmaker die in zijn carrière enkele van de mooiste tragische heldinnen op het doek heeft geborsteld, of dat nu in rurale drama's of martialartsepen was? Op audiëntie bij de meester. ZHANG YIMOU: Toen ik jong was, heb ik de Culturele Revolutie meegemaakt. Dat was zo'n turbulente periode dat ik soms nog denk: hoe is het mogelijk dat diezelfde Zhang vandaag films maakt. En er nog succes mee heeft ook. Zelfs mijn moeder kan het nog altijd amper geloven. Ik wilde regisseur worden omdat film een universele taal is die toelaat om over de culturele grenzen heen over universele emoties te communiceren. Ik heb Amerikanen en Fransen zien huilen bij Het rode korenveld en Ju Dou. En ik heb Indiërs en Brazilianen zien opveren tijdens Hero en House of Flying Daggers. Mijn werk heeft me vandaag zelfs tot in Marrakech gebracht. (lacht)ZHANG: Ik heb altijd enorm veel respect gehad voor vrouwen. Mijn moeder is mijn grote heldin. Voor de Communistische Partij was ik geboren onder een 'slecht gesternte', omdat mijn vader en mijn oom nog gestreden hadden met de nationalisten van Chiang Kai-shek. Mijn moeder stond er alleen voor maar toch hield ze ons gezin recht, met moed en humor. Al mijn films zijn daarom een soort eerbetoon aan haar. Vrouwen hebben in China nog steeds niet dezelfde rechten als mannen, en dat aankaarten en aanklagen heb ik altijd als een prioriteit gezien. ZHANG: De jongste tien, twintig jaar is er vooruitgang geboekt, maar daarvoor was het erg. Zeker als je niet de juiste adelbrieven had. Mijn vader en mijn oom zijn moeten vluchten naar Taiwan. Op de middelbare school werd ik vaak bespot en vernederd vanwege mijn afkomst. Gelukkig bestaat die tegenstelling tussen nationalisten en communisten niet meer. Er is meer vrijheid, maar tegelijk zijn er andere kloven ontstaan. Die tussen arm en rijk bijvoorbeeld. Je voelt die economische druk ook in de filmbranche. Films moeten alsmaar commerciëler zijn en door de globalisering voel je ook de concurrentie met Hollywood. Het is niet dat ik geen films als Het rode korenveld of Ju Dou meer wil maken. Ik kan ze niet meer maken omdat producenten er niet langer interesse in hebben. ZHANG: De censuur was vreselijk toen ik begon. Alles werd gecontroleerd tot in het kleinste detail. Dat ik indertijd een vals scenario heb ingediend, is een wijdverspreid misverstand. Zo dapper of dom was ik niet. (lacht) Het is wel zo dat ik de volledige, compleet ongecensureerde film enkel in het buitenland kon tonen, en dat ik vaak langer bezig was met onderhandelen dan met monteren. Censuur is er trouwens nog steeds. Bepaalde onderwerpen zijn nog steeds taboe, maar ik kan nu tenminste de films maken die ik wil. Min of meer toch. ZHANG: Dat denk ik niet. Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in mensen. In individuen. In hun lot en hun emoties. Ik bekijk de geschiedenis en de maatschappij van onder naar boven. Dat lag vroeger lastiger dan nu. Vroeger moest de groep centraal staan. De Partij. De arbeidersklasse. Aangezien de Chinese maatschappij individualistischer is geworden, zijn verhalen als de mijne over individuen en hun problemen geen taboe meer. Niet ik of mijn films zijn veranderd. China is veranderd. ZHANG: Je kunt als beginneling moeilijk zeggen: ik ga een historisch drama maken met een Hollywoodster, dure special effects en honderden figuranten. Ik heb altijd een film als The Flowers of War willen maken, maar indertijd was China daar niet rijp voor - en ik al zeker niet. China is tegenwoordig de tweede grootste filmmarkt ter wereld en we zijn goed op weg om Hollywood voorbij te steken. Elke dag komen er in China vijf bioscoopschermen bij. Vijf! En alle Chinese filmmakers zijn verplicht zich daaraan aan te passen. We zijn producten van onze tijd. Als de markt meer spektakel vraagt, moet je meer spektakel brengen. Je kunt enkel hopen dat er daarnaast ook nog ruimte is voor kleine, intieme films. De strijd die wij nu voeren, is dezelfde strijd die in Amerika en Europa al jaren wordt gevoerd. Ook daar heeft arthouse het moeilijk, maar het bestaat nog steeds en dat zal in China straks ook nog zo zijn. Trouwens: mijn volgende film wordt opnieuw een intiem drama met een klein budget, dus aan mij zal het niet liggen. (lacht)ZHANG: Die kritiek begrijp ik niet. Ik heb nog altijd problemen met de censuur. Ik moet nog altijd grenzen aftasten en kleuren binnen de lijntjes van de overheid. Gelukkig is het speelveld ruimer geworden. ZHANG: Dat niet. En dat zal de eerste vijf à tien jaar niet veranderen, al was het maar om commerciële redenen. Ik bedoel: in China kun je geen blockbuster maken met homoseksuele personages omdat zoiets gevoelig ligt bij de censuur. In Hollywood kun je zo'n film niet maken omdat het gevoelig ligt bij het grote publiek. Of het nu om culturele of commerciële redenen is: taboes bestaan nog altijd overal. Vergeet ook niet dat Engels de lingua franca is. Hollywoodfilms kunnen wel scoren in China, maar ik zie nog niet meteen Chinese films de Amerikaanse box office aanvoeren. Er blijven grote verschillen tussen beide filmmarkten en beide culturen. ZHANG: Het is vooreerst een poging om de geschiedenis trouw te blijven. De film gaat over het beruchte bloedbad van Nanking uit 1939 en dus had ik ook Japanse en Amerikaanse acteurs nodig. De producenten stelden voor om Christian Bale te vragen en die bleek een fan van mijn werk. Gelukkig maar, want ik weet niet of we zijn gebruikelijke Hollywoodsalaris hadden kunnen betalen. (lacht) Wat die culturele beïnvloeding betreft: je merkt dat Amerikaanse actiefilms zich alsmaar vaker op Aziatische voorbeelden inspireren. De actie wordt ritmischer en eleganter in beeld gebracht. ZHANG: Als je als jongeman naar een werkkamp wordt gestuurd op duizenden kilometers van huis om elke dag van 's morgens tot 's avonds op het veld te moeten werken, raak je niet zo gauw gestresseerd door een mislukte take. (lacht) Mijn 'culturele heropvoeding' is dus toch nog nuttig geweest. Het heeft me gesterkt. Het heeft me geleerd me te concentreren en te relativeren. Miljoenen mensen die hetzelfde hebben meegemaakt, zijn helaas niet zo fortuinlijk gebleken als ik. ZHANG: Nee. Dat was de dag dat ik me kon inschrijven aan de filmacademie van Peking. In 1978 was dat. Ik was al 27 en eigenlijk te oud om nog in aanmerking te komen. Ik kon ook enkel een portfolio met foto's voorleggen omdat ik door mijn verplichte landarbeid geen hogere studies had kunnen volgen. Gelukkig werden de strenge regels die tijdens de Culturele Revolutie waren ingevoerd op dat moment net wat versoepeld en de docenten vonden mijn foto's goed. Toen ik de brief kreeg dat ik toegelaten was aan de academie, heb ik gehuild als een kind. Mijn droom kon eindelijk in vervulling gaan. ZHANG: Ik was dolblij. Ik heb hem meteen een sms gestuurd om hem te feliciteren. De dag na de bekendmaking van de Nobelprijs stond er een oude foto op de voorpagina van een grote Chinese krant waarop hij en ik samen in ontbloot bovenlijf koren aan het planten waren. Die foto is genomen tijdens de opnames van Het rode korenveld, maar men had er een recente kop van ons beiden opgeplakt. Zo zie je maar. Het leven zit vol verrassingen. Soms ellendige, maar soms ook heel erg aangename. (lacht) INTERNATIONALE FILMFESTSPIELE BERLIN Van 7/2 tot 17/2, berlinale.deDOOR DAVE MESTDACHZhang Yimou 'AL MIJN FILMS ZIJN EEN SOORT EERBETOON AAN MIJN MOEDER. VROUWEN HEBBEN IN CHINA NOG STEEDS NIET DEZELFDE RECHTEN ALS MANNEN. DAT AANKLAGEN WAS ALTIJD AL EEN PRIORITEIT.' Zhang Yimou 'ALS JE ALS JONGEMAN NAAR EEN WERKKAMP WORDT GESTUURD OP DUIZENDEN KILOMETERS VAN HUIS, RAAK JE NIET ZO GAUW GESTRESSEERD DOOR EEN MISLUKTE TAKE.'