Door Ruben Nollet
...

Door Ruben NolletAmen. vanaf 6 maart in de bioscoop. In een wereld als die van de filmindustrie, waar wederzijds geslijm als courante omgangsvorm geldt, is het verfrissend om iemand als Mathieu Kassovitz te ontmoeten. Op zijn 34ste heeft hij namelijk niet alleen een reputatie verworven als regisseur (onder meer La haine en Les rivières pourpres) en acteur (zoals Un héros très discret of Le fabuleux destin d'Amélie Poulain), maar staat hij ook bekend als relschopper. Nooit te beroerd om zijn gal te spuwen als dat nodig is. Toen levende legende Jean-Luc Godard een paar jaar terug Steven Spielberg zwaar onder vuur nam, reageerde Kassovitz dat de éminence grise van de Franse cinema maar beter zijn domme bek kon houden en met pensioen gaan. Net zoals hij onomwonden verklaarde dat hij Serge Kaganski, een journalist van het weekblad Les Inrockuptibles, een klap op zijn smoel wou verkopen, nadat die Le fabuleux destin d'Amélie Poulain racistisch had genoemd. Kassovitz doet zijn eigen zin, en dat merk je ook aan zijn films. Hij kreeg het cinemavirus via zijn ouders (vader is regisseur, moeder monteur), die zoonlief graag en vaak meenamen naar de bioscoop. De jonge Mathieu raakte verslingerd aan Amerikaanse cinema (Spielberg is zijn grote held) en droomde ervan om zijn eigen naam op een aftiteling te zien verschijnen. 'Al was het maar als kabelsleper', zegt hij. 'Ik was razend jaloers op al de mensen die ik op de titelrol zag staan. En ik was tot alles in staat om het eens mee te maken.'Vader Peter was, niet toevallig, de eerste die Mathieu (toen 11 jaar) voor de camera haalde, voor een klein rolletje in Au bout du bout du banc. Maar het was vooral de ándere kant van de filmproductie die Mathieu boeide. In 1990 liet hij een eerste staaltje van zijn kunnen zien met de kortfilm Fierrot le Pou, een parodie op Godards Pierrot le Fou. Kenners keken dan ook uit naar Kassovitz' eerste langspeelfilm, Métisse, en hij stelde niet teleur. Omdat het om een interraciale romantische komedie ging en omdat Mathieu er zelf een hoofdrol in speelde, werd hij al snel vergeleken met Spike Lee, die een soortgelijk debuut had gemaakt ( She's Gotta Have It). Maar het was de bijtende sociale aanklacht La haine die Mathieu Kassovitz écht in de schijnwerpers plaatste. De filmpers zag in hem de toekomst van de Franse cinema, rechts Frankrijk was veel minder opgezet met die harde uithaal naar de Parijse politie. Kassovitz genoot met volle teugen van de aandacht en van zijn groeiende reputatie als bad boy, al kwam dat niet meteen de kwaliteit van zijn volgende films (het dubieuze/pretentieuze Assassin(s), de ridicule thriller Les rivières pourpres) ten goede. Nu lijkt hij evenwel met beide voeten weer op de grond te staan. Hij is intussen getrouwd met costumière Julie Maudeusch en ze hebben drie kinderen (één kersverse baby, twee uit haar vorige huwelijk). Een mens zou van minder nuchter worden. Daarom ook dat Kassovitz nu eindelijk eens heeft bepaald waar hij met zijn leven en carrière naartoe wil. 'Films zijn niet meer zo belangrijk en ik neem mezelf niet meer zo ernstig als vroeger. Je moet je kunnen ontspannen en plezier maken. Er zijn nog andere dingen in het leven.' Straks gaat zijn professionele aandacht volledig uit naar de nieuwe film die hij in gedachten heeft, maar eerst wil hij het hebben over Amen., Costa-Gavras' controversiële historische film over de manier waarop de wereld in het algemeen en het Vaticaan in het bijzonder de berichten over de jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog is blijven relativeren en naast zich neerleggen. Kassovitz speelt er de rol van Ricardo Fontana, een beloftevolle jonge priester die de alarmerende getuigenissen van SS-officier Kurt Gerstein ter harte neemt en alles in het werk stelt om paus Pius XII wakker te schudden. Het is zijn afscheid aan het acteren, zegt Kassovitz, al zien we hem binnenkort nog naast Nicole Kidman en zijn goeie vriend Vincent Cassel als criminele Rus in Birthday Girl en siert hij momenteel overal bushokjes als het gezicht van Lancômes Miracle Homme-parfum. Kinderen moeten worden gevoed, meneer. Mathieu Kassovitz: Ja, maar niet persoonlijker dan voor mijn tegenspeler Ulrich Tukur, die in de huid van Kurt Gerstein moest kruipen. Ik hoop dat deze film iedereen persoonlijk kan raken, of je nu jood, katholiek of boeddhist bent. Het thema dat Amen. aansnijdt, gaat niet alleen joden en Duitsers aan. Kassovitz: Nee. Mijn grootouders hebben de concentratiekampen meegemaakt en overleefd, en zelfs met hen heb ik daar nooit over gepraat. Door hen te observeren en over het leven te praten, begrijp je veel dingen. De rest maakt deel uit van de geschiedenis die we allemaal kennen, vanop school of van films en documentaires. Ik vond het niet echt nodig om erover te praten. Het zit ín ons. Het is hier. Je kent de details niet, maar je weet wat het geweest moet zijn. Wat zou ik mijn grootouders trouwens moeten vragen? Of ze mensen hebben zien sterven? Zoiets kan je niet vragen. Als je grootouders willen praten, zullen ze dat wel uit zichzelf doen. Kassovitz: ( lacht) Ik heb geen joodse achtergrond. Of liever: ik heb geen religieuze basis, en dus beschouw ik mezelf niet als een jood. Ik heb bijvoorbeeld tatoeages. 'Liefde' en 'Haat' op mijn beide armen. Voor een jood is zoiets ontoelaatbaar, een schending van het lichaam. Ik hou per definitie niet van kerken. Toen mijn grootmoeder de kampen verliet, wilde ze geen joodse meer zijn. Ze aanvaardde Christus als de Messias, maar ze kon de kerk niet meer accepteren. Ze beleeft religie nu op een filosofisch en theologisch niveau. Door haar te horen praten over het leven, de bomen en de vogels, leer je veel dingen begrijpen. Mijn joodse achtergrond bestaat louter uit de joodse grappen die ik ken. Ik ben nooit in een tempel geweest, en ik hou er ook niet van. Ik kan geen deel uitmaken van een kerk die doet wat ze nu doet in Palestina. Fuck it. Ik heb geen uitstaans met welke kerk of religie dan ook. Goden bestaan toch niet. Kassovitz: Ik geloof in óns, de mensen die een god kunnen verzinnen. Ik begrijp dat we duizend jaar geleden godsdienstig waren, toen we dachten dat de wereld vlak was en dat wij het centrum van het universum waren. We waren toen bang voor de sterren, omdat we die niet konden vatten. Daar heeft de Kerk gretig op ingespeeld. Haar redenering was: 'Laten we ze grote huizen doen bouwen, met priesters en rituelen. Die priesters zullen er in wezen uitzien als gewone mensen, maar we gaan hen met goud bekleden. De boeren zullen onder de indruk zijn en ons volgen.' Natuurlijk werd het gewone volk massaal godsdienstig. De priesters zeiden dat ze anders zouden branden in de hel. Zo kregen ze die mensen te pakken. Als ze masturbeerden, zouden ze in het hellevuur terechtkomen, waar een duivel met horens en een staart hen voor eeuwig zou prikken met zijn vork. De mensen waren bang, omdat ze niet beter wisten. Maar ik kan er niet bij dat een moderne mens daar nog intrapt. Kassovitz: Die kritiek slaat nergens op. Het theaterstuk bestaat uit mensen die met elkaar zitten te praten in een kamer. Saaiere cinema kan ik me niet voorstellen. Costa-Gavras heeft het toneelstuk gebruikt om te illustreren wat hij wou vertellen. Amen. gaat ook niet alleen over wat het Vaticaan heeft mispeuterd tijdens de oorlog. De film is veel politieker dan dat. Hij wijst iedereen met de vinger, de geallieerden, de Amerikanen, iedereen die verkoos om te zwijgen en niets te doen. Kurt Gerstein, paus Pius XII en mijn personage, Ricardo Fontana, zijn de enigen die Costa-Gavras uit het stuk heeft gehaald. Kassovitz: Ergens wel. Je hoort het ook telkens als iemand een boek verfilmt. Ik krijg het op mijn heupen bij zulke idiote uitspraken. Een filmmaker doet toch wat hij wil met zijn verbeelding? Als hij iets compleet anders wil maken van een boek, is dat zijn goed recht. Nu, die kritiek kwam uit Duitse hoek, en dat kan ik wel begrijpen. De Duitsers zijn het blijkbaar beu om telkens opgevoerd te worden als de slechteriken. Maar dat is net wat deze film van alle andere onderscheidt. Amen. is de eerste oorlogsfilm die me niet kwaad maakt op de Duitsers, maar op het Vaticaan en de Amerikanen. Kassovitz: Nee. Acteren interesseert me nog steeds niet bijzonder. Die job is te veeleisend. Als je een goed acteur wil zijn, moet het je religie zijn. Daarom zijn mensen zoals Vincent Cassel of De Niro fantastische acteurs. Het is hun leven. Ze geloven voor 200 procent in wat ze doen. Ik ben een regisseur. Daar krijg ik mijn kicks van. Hoe meer ik acteer, hoe minder ik het wil doen. Ik deed Amen. wegens Costa-Gavras en Amélie Poulain wegens Jean-Pierre Jeunet. Zonder Jeunet had het personage van Nino Quincampoix me niks kunnen schelen. De rol op zich is niet bijster interessant om te spelen. Ik moest een beetje links en rechts lopen en nu en dan iets oprapen, en dat was het. Amen. was de eerste keer dat ik iets nieuws moest doen als acteur. Amélie was in wezen niks anders dan mezelf in een ander kostuum. Ik ben niet zo romantisch als Nino, maar het speelt zich af in het Parijs van vandaag en het is een gewone jongen. Tijdens de opnames van Amélie was ik nog met een hoop andere dingen bezig. Een paar reclamespots, de postproductie van Les rivières pourpres, noem maar op. Maar dat was geen probleem; omdat Amélie voor geen enkele acteur een uitdaging vormde, behalve dan voor Audrey Tatou. Zij had een echte rol, wij stonden allemaal in dienst van Jean-Pierre Jeunets visuele fantasie. Kassovitz: Nee. Ik deed Birthday Girl omdat ze Vincent Cassel en mij de job aanboden. We keken naar elkaar en zeiden: 'Zin om twee maanden in Australië een Rus te gaan spelen aan de zijde van Nicole Kidman?' Dat was het. We hebben het puur voor de lol gedaan. Maar zonder Vincent was ik er nooit op ingegaan. Ik mik niet op een internationale carrière. Het aanbod was echter zo vreemd dat je gewoonweg geen nee kon zeggen. Hetzelfde voor Amen.. Zonder Costa-Gavras had ik nooit een priester gespeeld. Ben je gek? Een nazi of een slechte politieman spelen, oké. Dat lijkt me interessant en gemakkelijk. Ik heb echt geen interesse in een carrière als acteur. Ik ga er trouwens mee stoppen. Ik heb acteren altijd gezien als een kans om goeie regisseurs aan het werk te zien, en ik denk dat ik daar het maximum uit gepuurd heb. Om Costa-Gavras te overtreffen, zal zich al een heel serieuze cineast moeten aanbieden. Kassovitz: De eerste film waar ik na Métisse in gespeeld heb, was Regarde les hommes tomber van Jacques Audiard. Iemand had me gevraagd om mee te doen. Ik had nooit eerder zo'n grote rol gespeeld, maar het was met Jean-Louis Trintignant en Jacques Audiard, het script beviel me en dus zei ik ja. Op de set besefte ik plots dat ik precies deed wat ik als twaalfjarige jongen had gefantaseerd. Toen zat ik de hele tijd in de cinema te zuchten dat ik graag ooit mijn naam op de titelrol van zo'n film zou zien staan. Niet eens als hoofdacteur. Kabelsleper, wat dan ook. Zolang ik maar deel uitmaakte van een film, het liefst een van Steven Spielberg. Zolang ik maar kon zeggen dat ik op zo'n set had gestaan. Ik was razend jaloers op al de mensen die hun steentje hadden bijgedragen aan die films. En ik was tot alles in staat om het eens mee te maken. Als Jean-Pierre Jeunet me de rol in Amélie heeft aangeboden, was dat onder meer omdat ik figurant was geweest in zijn La cité des enfants perdus. Ik heb toen drie dagen in de achtergrond gelopen omdat ik per se de set wou zien. Kassovitz: Dat is omdat het me geen fluit kan schelen. Daarom voel ik ook totaal geen druk. Het zegt me niks. Films maken, dat wel. Maar ik voel niet de behoefte om er als acteur het maximum uit te halen. Als ik maar halfslachtig sta te acteren en de regisseur is er toch blij mee, dan is het zijn probleem. Mijn enige talent is dat het me niks uitmaakt of ik goed speel of niet. Meer mag een regisseur niet van mij verwachten. Als je meer wil presteren, komt daar meteen de factor angst bij. Dan moet je rekening houden met je carrière. Daar is het mij niet om te doen. Ik wil gewoon kunnen werken met regisseurs die ik bewonder. Als er geen geweldige cineast mee gemoeid is, begin ik er niet aan. Ook niet voor het geld. Kassovitz: Ja. Na Amélie en Amen. heb ik ingezien dat ik in de eerste plaats een goed script moet hebben voor ik eraan begin. Daar werk ik nu aan. Ik schat dat we over een jaar zullen draaien. De preproductie is al van start gegaan, want het is een heel ambitieuze en complexe film. Heel Europees. Heel politiek. Dat heeft Costa-Gavras me geleerd. Ik snapte niet waarom iemand het grootste deel van zijn leven aan politieke verhalen zou willen wijden. Een film maken is op zich al lastig genoeg, zonder dat je er ook nog eens de druk en de verantwoordelijkheid van een politieke waarheid bij neemt. Toen ik dat aan Costa-Gavras zei, keek hij me aan en zei: 'Natuurlijk neem ik die verantwoordelijkheid erbij. Wat is anders de zin van al dat werk?' Daarom keer ik nu terug naar wat ik echt wil doen. Ik heb veel plezier beleefd aan Les rivières pourpres, maar op de set heb ik me regelmatig afgevraagd waarom ik die film wou maken. Om het publiek te amuseren? Dat heeft zijn verdiensten, maar het is niet genoeg. Kassovitz: Het meest politieke onderwerp dat momenteel de wereld beheerst. Meer wil ik er nog niet over kwijt. Kassovitz: Ze deden een aanbod dat ik onmogelijk kon weigeren. Ik woonde nog altijd in hetzelfde appartement als 15 jaar geleden. Maar nu voed ik drie kinderen op, want mijn vrouw heeft nog twee kinderen uit een vorig huwelijk. Dat ging dus niet meer. Ze kwamen net op tijd en ik dank hen dan ook van harte. Ik hoefde nu niet direct een commerciële film te maken die me het geld zou opleveren om een huis te kopen. Nu kan ik me blijven concentreren op mijn eigen projecten en ontspannen ademhalen. Ik had er ook geen probleem mee dat mijn smoel overal op posters zou staan. Op de affiche van Amen. sta ik naast iets wat het midden houdt tussen een swastika en een kruisteken. Daarmee vergeleken stelt Lancôme niks voor. ( lachje) Kassovitz: Dat is zo, maar je moet weten dat Nicole Kidman toen nog bij haar hubbie Tom Cruise was, en die stond op dat moment in Australië op de set van Mission: Impossible 2. Op haar vraag hebben ze toen iedereen naar down under gevlogen om daar te doen alsof ze in Engeland waren. De exterieurs werden in Engeland gefilmd, de interieurs in Australië. ( lacht) Je had dus twee Franse kerels die Russen speelden in Australië in een Engelse film met een Australische actrice en een Britse acteur. Te gek voor woorden. Kassovitz: Ik denk dat we wel degelijk karikaturen hebben gespeeld. Dat was wat ze ons vroegen, en we wisten niet beter. Aan de andere kant moet ik zeggen dat de Russen die ik al ontmoet heb zelf ook wandelende karikaturen zijn. Echt waar. Ik heb onlangs nog gepraat met een Russische journaliste die me verzekerde dat we heel geloofwaardig zijn. Ze vond het niks overdreven. Blijkbaar lopen er echt zulke Russen rond. Kassovitz: Ze is de meest professionele actrice ter wereld. Je bereikt haar status niet door mooi te wezen of door getrouwd te zijn met een beroemd iemand. Je bereikt het door keihard te werken. Ik weet nog dat Vincent en ik voor het begin van de opnames met haar stonden te praten. 'Hoe is je Russisch?', vroegen we. 'O, ik werk nog aan mijn accent', zei ze. 'Want het is nu iets meer van het oosten van Moskou, terwijl mijn personage uit het westelijke deel komt.' Vincent en ik keken elkaar aan en dachten: ' O merde, we gaan ons hier belachelijk maken.' Wij waren onze dialogen nog uit het hoofd aan het leren. ( lacht) 'Ik begrijp dat we duizend jaar geleden godsdienstig waren, toen we dachten dat de wereld vlak was en dat wij het centrum van het universum waren.'