Van maandag tot donderdag, rond 22uur - één
...

Van maandag tot donderdag, rond 22uur - één Wat loopt er fout? Waar is de vonk heen? Dat warme, behaaglijke gevoel? Het gevoel samen te horen zoals het dopje en het ei, de frietjes en de ketel, de mosselen en de mosselsaus? Het is een vraag die me kwelt sinds ik me 's avonds weer voor De Slimste Mens ter Wereld kan neervleien. Ik had ernaar verlangd zoals ik vroeger naar de frikadellen met kriekjes van mijn bomma hunkerde. En net zoals ik eens midden in de nacht naar de wc moest spurten om de half verteerde versie van die frikadellen met kriekjes uit te spugen - waarna ik nooit meer frikadellen at - zo is er iets gebroken tussen mij en De Slimste Mens. De glans is eraf. Is het een kwestie van normale relationele sleet - zoals je bij een geliefde eerst vooral het gesprankel opmerkt en later vooral de schaamharen in het afvoerputje? Of is er meer aan de hand? Een ding staat vast: het ligt niet aan Erik Van Looy. Hij vertoont nog steeds geen opvallende ambitie om uitgesproken grappig te zijn. Zijn bindteksten zijn voor de poëzie wat Yves Leterme voor de politiek is: niets om jaloers op te zijn. Wat Van Looy uit zijn mouw schudt, raakt kant noch wal, maar goed: de rest van het programma zat wel netjes op spoor. Hoe langer hoe meer lijkt het echter alsof Van Looy de enige is die nog een beetje op het rechte pad zit en dat zijn teksten bijna het beste van het programma zijn. Al is dat - maar dat hoort er nu eenmaal bij - enigszins overdreven. Er wordt al eens een vraag gesteld die tot denkwerk uitnodigt. Bijvoorbeeld: wat zijn de meest gevraagde charcuteriesoorten - frikadellen horen er niet bij. Even vaak lijkt het er echter op dat vragen veeleer afgemeten worden op hun joligheidsgraad dan op het testen van mogelijk intelligent leven. Dat de juryleden er zitten om te pas en te onpas hun broek af te trekken, oké, daarop zijn ze gekozen en gekeurd. Dat de bedenkers van de vragen het echter steeds moeilijker hebben om hun natuurlijke neiging tot de polonaise te onderdrukken, ruikt net te veel naar plezante nonkels op een trouwfeest. Het nadeel van plezante nonkels is dat ze zelden doorhebben wanneer ze niet meer plezant zijn. Ook humor kent een evolutietheorie: fantastische moppen uit de eigen jeugd zijn vaak minder fantastisch als je ze op oudere leeftijd vertelt. Het is gestreept en het stinkt? Een zebragat, haha. Als ik fotorondes zie van groenten in de vorm van vreemde penissen, of veeleer van boezems dan van hoofden van Italiaanse schonen, moet ik onwillekeurig denken aan het stiekeme gegniffel van kleine jongetjes bij de ontdekking van de blootprent. Dat is een geweldige en niet te onderschatten ervaring, maar een mens mag hopen dat zijn humor dat stadium ontgroeit. Of om in het jargon van die geniepige blootkijkers te blijven: dat de humor kloten krijgt. En dat mis ik in De Slimste Mens: grollen die net iets meer om het lijf hebben dan de dansende nonkel met een das rond zijn hoofd. Ik vind het fijner dingen te horen die ik nog niet wist, dan geconfronteerd te worden met wat ik wel weet, maar het liefst van al zo snel mogelijk vergeet. Dat Aimé Van Hecke drie tepels heeft, bijvoorbeeld. Of was dat Lily Allen? Oeps, vergeten. Lees nog meer recensiesen bedenkingen in denieuwe blog Testbeeld op FOCUSKNACK .BETine Hens'De vragen van 'De Slimste Mens' lijken tegenwoordig veeleer afgemeten op hun joligheidsgraad dan op het testen van mogelijk intelligent leven.'