DE DOOD VAN MURAT IDRISSI****
...

DE DOOD VAN MURAT IDRISSI**** Tommy Wieringa, Hollands Diep, 128 blz., ? 16,99. Eerste zin Diep in de tijd. Ilham en Thouraya, twee jonge Nederlandse vrouwen van Marokkaanse afkomst, hebben een auto gehuurd om er het land van hun voorvaderen mee te doorkruisen, maar veel verder dan Rabat komen ze niet. Na een kleine aanrijding zijn ze al hun geld kwijt en weten ze niet hoe ze weer naar huis kunnen raken. Tot Saleh, ook een Nederlandse Marokkaan, maar van het minder naïeve soort, met de oplossing komt. Hij neemt hen mee naar een sloppenwijk, stelt hen voor aan Murat Idrissi en doet hen het aanbod Murat voor drieduizend euro naar Europa te smokkelen. Uit medelijden en omdat ze het geld nodig hebben, stemmen ze toe. Murat verdwijnt in de holte waar het reservewiel hoort. Hij krijgt de bodemplaat van de koffer over zich heen en daarbovenop komt weer de bagage van de meisjes. Nee, daar zal geen enkele douanier kijken. Wat je als lezer al van ver ziet aankomen, gebeurt natuurlijk ook: op de ferry tussen Marokko en Spanje stikt Murat. Ilham en Thouraya blijven achter met een lijk dat heel snel heel hard gaat stinken. In zijn vorige roman, Dit zijn de namen (2012), vertelde Tommy Wieringa een migratieverhaal met een bijna mythische slagkracht. In de novelle De dood van Murat Idrissi spit hij die thematiek verder uit. Gebaseerd op een rechtszaak die hij dertien jaar geleden van nabij volgde, toont hij de tragiek van de hedendaagse vluchtelingencrisis. Veel meer dan twee naïeve kippetjes zonder kop zijn die meiden in feite niet. Hun onzekerheid spruit niet alleen voort uit hun leeftijd, impliceert Wieringa, maar heeft ook culturele wortels. De eeuwige spagaat tussen Nederland en Marokko die zij ondervinden, kan geen mentale stabiliteit opleveren, vooral omdat zij voor de Nederlanders altijd Marokkaans zullen zijn en zij in Marokko gezien worden als buitenlandse geldbomen waar flink aan geschud kan worden. Wieringa geeft zijn in wezen intieme novelle een universeel karakter door in het eerste hoofdstuk heel kort, maar ook bijzonder flamboyant de geologische en antropologische geschiedenis van de Middellandse Zee te vertellen. Je hoort het zeewater de Straat van Gibraltar instromen, voelt de gespannen spieren van de Feniciërs die aan de roeispanen trekken, ruikt de kruiden in de schepen op weg naar Venetië en komt zo in het ontnuchterende heden terecht, in een gammel vissersbootje met een paar honderd gelukszoekers op weg naar het paradijs. MARNIX VERPLANCKE