Geen cent had ik ervoor gegeven, een studentenquiz op televisie. Dat is uiteindelijk namelijk niet zo heel anders dan de integrale uitzending van de wekelijkse bingoavond in telkens een ander ouderlingentehuis. Gezien de gemiddelde leeftijd van de Canvaskijker valt er zelfs meer te zeggen voor dat laatste.
...

Geen cent had ik ervoor gegeven, een studentenquiz op televisie. Dat is uiteindelijk namelijk niet zo heel anders dan de integrale uitzending van de wekelijkse bingoavond in telkens een ander ouderlingentehuis. Gezien de gemiddelde leeftijd van de Canvaskijker valt er zelfs meer te zeggen voor dat laatste. Welke student kijkt er in tijden van YouTube en Netflix nog televisie? En wie is er geïnteresseerd in een bende onbekende quizzende studenten, behalve de intellectueel van middelbare leeftijd die een dag zonder ergernis aan het opleidingsniveau van de jeugd van tegenwoordig als een verloren dag beschouwt? (Die laatste kan natuurlijk zijn hart ophalen bij de gemiddelde onwetendheid van al dat jong volk. Eindelijk wordt bevestigd wat zijn kleine teen hem al die tijd al duidelijk maakte.) Niets heerlijkers dan de eigen vooroordelen slopen. Na 26 mei is het misschien niet slecht ons daar wat meer in te trainen, om Vlaanderen daar alvast groot in te maken. Geloof niet wat je hersenen je wijs maken. Val niet voor wat logisch klinkt maar verder niets met de werkelijkheid te maken heeft. De fictie is meestal minder ingewikkeld dan de realiteit. Nee, de nachtwinkeluitbater betaalt zijn huishuur niet met wat uw pensioen moet worden. En, van een ander, absoluut onschuldiger niveau: een studentenquiz op televisie is niet noodzakelijk een totale miskleun. Toegegeven, het fenomeen van de studentenquiz is een tijdverdrijf dat men in de meeste gevallen achter zich laat zodra men zich tot het actieve deel van de bevolking mag rekenen. Maar kijk, die Campuscup zit geweldig goed in elkaar. In de wereld zoals de meeste mensen hem in hun hoofd hebben, hebben studenten toegepaste audiovisuele communicatie evenveel gemeen met studenten nautische wetenschappen als Venus met Mars. Toekomstige kapiteins aan de ene kant, mensen die stage lopen bij Gert Late Night aan de andere: het is allebei op een boot, maar daar stoppen de gelijkenissen dan ook. Door een fijne mix aan wetenswaardigheden en frivoliteit weet De Campuscup die kloof te overbruggen. De hardcore quizzers die hoopten op een doorslagje of op zijn minst een heruitgave van De Canvascrack blijven op hun honger zitten, dat klopt. Voor hun nostalgie naar de echte quiz biedt De Campuscup geen remedie. Integendeel. Terwijl Herman Van Molle kennis en humor fijnbesnaard aan elkaar wist te koppelen, helt bij De Campuscup de balans over naar het olijke. De meest leutige ronde is alvast de tweede, waarin een lid van ieder team eenzelfde cursus krijgt van een vak dat het liefst ettelijke zeemijlen ver van het eigen studiegebied ligt. Infectieziekten was het deze keer, samengesteld door professor Niel Hens. Terwijl de blokkers zich terugtrokken, quizde de rest verder, waarbij een punt voor het ene team leidde tot een 'blok-out' van de blokker van het andere. Het licht werd een stroboscoop of kotgenoot Kenny huppelde binnen voor een gezichtsbruining of een niet bepaald zachte massage. Onderhoudend, het moet gezegd. Maar uiteindelijk is De Campuscup vooral een blij weerzien met Otto-Jan Ham. Hij zat er ontspannen bij, leek er voorzichtig van te genieten, maakte grapjes die zelfs fans van Herman Van Molle konden smaken. Nu is het vooral uitkijken naar dat andere programma waar hij al even mee bezig is. Waarin hij zichzelf als proefkonijn aan de wetenschap aanbiedt. Daarvoor geef ik alvast meer dan een cent.